Research
Op-ed
Schuivende panelen in Oost-Azië
'Vreedzame opkomst'
De combinatie van China's snelle economische groei en zijn actieve regionale diplomatie doet vermoeden, dat China op weg is zijn historische status van grote mogendheid weer op te eisen. Het is echter onduidelijk hoe China's intenties en ambities zich zullen ontwikkelen als het land aan macht wint. Het Chinese beleid van 'vreedzame opkomst', is erop gericht met diplomatic, investeringen en handelsovereenkomsten zijn mondiale invloed uit te breiden, terwijl bet tegelijkertijd steeds meer geld besteedt aan de modernisering van zijn strijdkrachten. Vele landen hopen dat China zijn beleid van 'vreedzame opkomst' zal voortzetten, maar zij herinneren zich ook de leuze van de voormalige leider Deng Xiaoping: 'verberg onze capaciteiten, en wacht onze tijd af'.
Hoe dan ook, China heeft sinds 1996 zijn defensiebudget ieder jaar met meer dan 10 procent verhoogd. Het budget voor 2007 bedraagt meer dan 41 miljard dollar, een verhoging van 17,8 procent ten opzichte van 2006. Buitenlandse analisten menen dat bet werkelijke budget twee tot drie maal zo hoog is. Zo omvat het officiële budget bijvoorbeeld niet de wapenaankopen in het buitenland; de defensie-industrie; en aan defensie gerelateerde 'research and development'. Duidelijk is dat de Chinese veiligheidsfocus van het vasteland naar de maritieme periferie is verschoven, gezien het toenemend accent op uitbreiding van zee- en luchtstrijdkrachten. De hoogste prioriteit voor China op veiligheidsgebied heeft de hereniging met de 'afvallige' provincie Taiwan. De militaire krachtsverhoudingen tussen China en Taiwan zijn de laatste jaren duidelijk in het voordeel van China aan bet verschuiven. Het aantal in de Chinese kuststrook gestationeerde raketten (900) en gevechtsvliegtuigen (700) die Taiwan kunnen bereiken wordt ieder jaar groter.
'Omhels en blokkeer'
De houding van de Verenigde Staten ten opzichte van China is vrij ambivalent. Enerzijds vinden de Amerikanen dat China de rol van verantwoordelijke 'stakeholder' in de internationale politiek moet spelen en kritiseren ze de Chinese relaties met landen als Soedan en Burma; de jaarlijkse forse verhogingen van het defensiebudget; het mercantilisme in het economisch beleid; en de ogenschijnlijke wens om de mondiale energievoorraden voor zich zeker te stellen. De keuze van een 'omhels en blokkeer' ('embrace and hedge') strategie in de vorig jaar verschenen Amerikaanse Nationale Veiligheids Strategie, is tekenend voor de Amerikaanse onzekerheid over de toekomstige Chinese politieke en militaire evolutie. Liever dan China als een bondgenoot of tegenstander aan te merken, probeert deze strategie een balans te vinden tussen 'diplomatic' en 'afschrikking': Het eerste beoogt China tot samenwerking te bewegen en dit land aan te moedigen om te integreren in mondiale instituties en de wereldeconomie. Bij het tweede staan de Amerikaanse militaire capaciteiten centraal, die moeten waken tegen de mogelijkheid van een China dat agressief of bedreigend wordt.
Japan
De militaire samenwerking met Japan in Oost-Azië is voor de Verenigde Staten van groot strategisch belang. Deze vormt niet alleen een tegenwicht tegen de groeiende Chinese militaire macht, maar bovendien verschaft Japan ondersteuning op het gebied van logistiek en inlichtingen en het faciliteert een Amerikaanse militaire inzet in potentiële crisishaarden.
Japan is de tweede economie in de wereld en een potentiële grote militaire mogendheid met het derde defensiebudget in de wereld (na de Verenigde Staten en China) en zo'n kwart miljoen mannen en vrouwen onder de wapens. De hoeksteen van het Japan's veiligheidsbeleid vormt het bondgenootschap met de Verenigde Staten. De Amerikaanse nucleaire paraplu biedt bescherming tegen een aanval van een kernwapenstaat. Naast China en Rusland is ook Noord-Korea in staat kernwapens tegen het Japanse grondgebied in te zetten. Bovendien vormen de Verenigde Staten een belangrijk tegenwicht tegen de groeiende Chinese macht, gezien de demografische, militaire en economische factoren die in het voordeel van Beijing verschuiven. Zo was er vijftig jaar geleden een Japanner op iedere zes Chinezen. Tegen 2050 zal dit naar schatting een op zestien zijn.
Japan keert zich de laatste jaren af van zijn pacifistisch verleden en wil een meer assertief extern veiligheidsbeleid voeren. Tot op heden verzet artikel 9 van de Constitutie zich hiertegen en beperkt de Japanse krijgsmacht zich tot ondersteunende, niet-gevechtstaken. Inmiddels behoort het taboe dat rust op wijziging van artikel 9 grotendeels tot het verleden en is het een belangrijk onderwerp bij de komende verkiezingen voor het Hogerhuis in juli a.s. Het Defensie Agentschap is inmiddels in december jl. tot Ministerie van Defensie opgewaardeerd.
Een probleem is echter dat de 'normalisering' van de Japanse defensie niet in overeenstemming is met wat genoemd kan worden de 'normalisering' van zijn nationalisme. Japanse geschiedenisboeken die de Japanse agressie in de jaren 1930 en 1940 relativeren, de jaarlijkse bezoeken van voormalig premier Koizumi aan de tempel in Yasukuni, en de recente opmerkingen van premier Abe dat er geen bewijs is van Japanse strijdkrachten in WO-II die vrouwen tot sexuele diensten dwongen als zogenoemde 'troostmeisjes', worden beschouwd als een gebrek aan echt berouw over Japan's historische erfenis.
Nationalisme
Het Chinese regime draagt ondertussen door zijn onderwijskundig systeem en de jarenlange publieke propaganda bij aan het anti-Japan sentiment. Het nationalisme groeit ook in China, evenals elders in de regio. De Chinese leiders beschouwen het nationalisme vermoedelijk als een nuttig instrument om steun te verkrijgen voor de Communistische Partij, in het bijzonder wanneer de economische groei zou haperen.
Stabiliteit in Oost-Azië vereist, in plaats van bilaterale relaties tussen China, Japan en de Verenigde Staten, een driehoekige relatie. De belangen van deze drie landen zijn op diverse gebieden gelijk. Alle drie landen hebben stabiliteit nodig om economische investeringen en handel te bevorderen en samenwerking op te bouwen voor de milieuproblematiek, terrorisme, smokkel en piraterij tegen te gaan en proliferatie te beperken.
Verontrustend is echter dat de Chinees-Japanse relatie vanwege binnenlandse redenen is ontspoord - niet vanwege de Amerikaans-Japanse veiligheidsrelatie. Deze spanningen zijn een product van nationalisme in China en Japan, die moeten worden geredresseerd. Een Japan dat publiekelijk definitief met zijn verleden in het reine komt, kan dan ook een belangrijke bijdrage leveren aan stabiliteit in Oost-Azië.