Research
Articles
Taboes maken hulp niet effectiever
Een totaal uit zijn verband gerukte alinea is die waarin Paul Hoebink schrijft: ?Hulp lijkt,' stelde Ayaan Hirsi Ali, ?op een uitkering aan een drankverslaafde vader met tien kinderen?. Om daar zelf aan toe te voegen: ?Het ontwikkelingsbeleid was dus in haar ogen mislukt?. In het stenografisch verslag van het debat had Paul Hoebink kunnen - en moeten - lezen dat werd gesteld dat ?hulp vaak te vergelijken is met het verstrekken van een uitkering aan een drankverslaafde vader met tien kinderen. Hoe realistisch is het van de uitkeringsverstrekker als hij aanneemt dat de vader het ontvangen geld ten behoeve van zijn kinderen zal aanwenden?? Daarbij dient te worden aangetekend dat dit werd gezegd in de context van de stelling van de Wereldbank dat financiële hulp alléén werkt in een goede beleidsomgeving.
Als Hoebink had gelezen dat het bovendien werd verbonden met het voorbeeld van de steunverlening aan een socialistische presidentskandidaat in Jamaica, was het ook voor hem duidelijk geworden dat de betrokken passage betrekking heeft op steun die in het verleden heeft plaatsgevonden; steun aan verkeerde regimes, die geen beleid voorstonden waarvan hun bevolking zou profiteren. En dat is voor de VVD nou net het doel van ontwikkelingssamenwerking: (financiële) steun die aan de bevolking ten goede komt en niet aan de dictators.
Ook in andere opzichten blijkt Paul Hoebink het VVD-standpunt te ondersteunen. In het bijzonder komt dit tot uitdrukking als hij spreekt over ontwikkelingshulp als tovermiddel tegen alle kwalen. Volgens de auteur komt het VVD-standpunt voort uit de onredelijke verwachtingen die men van hulp heeft. ?Ontwikkelingshulp wordt daarmee gemaakt tot een tovermiddel tegen alle kwalen: hulp voorkomt conflicten, maakt een einde aan alle oorlogen, heft honger en ondervoeding op en helpt alle armoede de wereld uit?.
Dit is nu juist niet de opvatting van de VVD van ontwikkelingssamenwerking, maar het beeld dat ten onrechte altijd is geschapen om de Nederlandse belastingbetaler tot betaling te bewegen. Vervolgens werd nooit nagegaan of met die middelen ook maar iets werd bereikt. Dit heeft geleid tot een taboe op het stellen van kritische vragen over het ontwikkelingsbeleid. Hopelijk is door de op gang gekomen discussie dat taboe nu eindelijk doorbroken.
In een discussie kan men op legitieme gronden met elkaar van mening verschillen. Het is daarom jammer dat Hoebink meer op de man dan op de bal speelt. Verschillen van inzicht moeten worden uitgespeld en uitgesproken. Het is noch constructief noch elegant om de gesprekspartner daarbij onwetendheid aan te wrijven. Niettemin is de inhoud van Paul Houben?s betoog goed en een ondersteuning van wat de VVD naar voren heeft gebracht tijdens het debat in de Tweede Kamer.
Hij vergist zich echter wanneer hij suggereert dat het VVD-standpunt slechts op één boek zou zijn gebaseerd. Zoals gebruikelijk bij politieke partijen is bij deze standpuntbepaling uitvoerig gebruik gemaakt van de inbreng van (VVD)-deskundigen die over brede theoretische kennis en praktijkervaring beschikken.
Naast het boek van Roel van der Veen, ?Afrika: van de koude oorlog naar de 21ste eeuw?, dat vooral werd aangehaald om te wijzen over de invloed van culturele factoren, is in de tekst verwezen naar drie belangrijke rapporten, zoals Assessing Aid: What Works, What Doesn't and Why van de Wereldbank, het Human Development Report van het UNDP en de recente uitgaven van het wetenschappelijk bureau van de VVD, de Teldersstichting, Belangen in balans.
Iemand als Hoebink heeft het niet nodig om op de man te spelen. Met zijn kritische houding ten opzichte van ontwikkelingssamenwerking heeft hij door de jaren heen bewezen dat hij een zelfstandig denker is die niet met alle winden of ontwikkelingsmodes meewaait. Zijn ideeën kunnen uitstekend helpen om het ontwikkelingsbeleid effectiever te maken, zodat er nu eindelijk duurzame (economische) ontwikkeling in Afrika tot stand wordt gebracht en we over nog eens dertig jaar niet dezelfde conclusie hoeven te trekken als nu. Een doel dat hij dat hij zonder twijfel zal delen met de VVD.
Er is de komende jaren 4 miljard Euro per jaar beschikbaar. Laten we ervoor zorgen dat daarmee aantoonbare en duurzame ontwikkeling wordt gerealiseerd. Anders valt de steun voor het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, die blijkens de opiniepeiling op de website van De Volkskrant tot 20 procent van de ruim 2000 deelnemers is geslonken, helemaal weg. We weten dat dit mede het effect is van het taboe dat decennia heeft gerust op de nu gevoerde discussie.