Research
Op-ed
Tavern
Veel dramatiek vol symboliek. In New York bezoek ik steevast de 'Tavern on the Green', de romantische oase in Central Park. In 1934, middenin de donkere crisistijd, transformeerde deze schaapsboerderij in een restaurant. Duizenden lichtjes in de bomen. Binnen warmpjes dineren als in een suikerzoete bruidstaart met aan het plafond fonkelende kroonluchters.
In Amerika's meest succesvolle restaurant dineerden duizenden op één avond. In de gloriejaren, en zelfs nog in 2008. Veel gewone New Yorkers maar ook Tony Blair en Bill Clinton stapten plotseling binnen.
Maar op een doordeweekse dag in december 2008 telde ik slechts 34 klanten. Een maand later zelfs nog minder. Een enkele bejaarde ober voor de bediening. Verveling! Ik zag zo'n 'vergane glorie'-gastheer met zwarte brillantinekuif tegen een pilaar in slaap vallen.
Afgelopen september werd het faillissement uitgesproken. Half februari moet het restaurant leeg worden opgeleverd. De afgelopen dagen was er grote uitverkoop.
Neem mezelf kwalijk dat ik er niet was. Had graag voor $ 100 een roze eierdorpje met hertenoortjes gekocht.
Wat overblijft zijn herinneringen: oudere New Yorkers die op Glenn Miller-muziek dansten op het terras. Wachten in de rij om binnen te mogen komen. Hopen op eeen plaatsje in de mooiste zaal, de Crystal Room. Een concentratie van zoveel kitsch dat het toch weer kunst werd. Een glimmende vijver tussen het groen en de wolkenkrabers in de verte.
De lichtjes zijn gedoofd in Central Park. De foto's van die goeie, ouwe 'Tavern' tonen een ravage. Op de plek van de kerstboom staan verhuisdozen.
De Tavern paste bij het ongebreidelde kapitalisme van bijvoorbeeld de jaren negentig. De 'sky was the limit'. Wie nu de economische ellende in het land beziet, begrijpt dat het doek wel moest vallen.
Heeft de Tavern eigenlijk ooit wel bestaan? Was het slechts een luchtspiegeling uit de tijd waarin miljoenen mensen nog in de ban van de Amerikaanse Droom waren?