Research

Security and Defence

Articles

Terrorisme als een nieuwe vorm van oorlogsvoering

15 Mar 2006 - 00:00

Intensivering van de samenwerking van inlichtingendiensten voor het voorkomen van aanslagen is nodig, maar gaat ook ten koste van onze privacy, zegt Marianne van Leeuwen

Hebben we met de huiveringwekkende aanslagen van vorige week het einde van terrorisme zoals we het kenden beleefd, en kennisgemaakt met een nieuw soort oorlog? De Amerikaanse president George W. Bush is ervan overtuigd. Volgens hem overstijgen deze acties terreur: het zijn oorlogsdaden die een aangepast antwoord eisen. De Verenigde Staten bereiden zich voor op oorlog met een niet-statelijke vijand. Ze roepen hun bondgenoten op aan de strijd deel te nemen.

De vraag is natuurlijk of het hier echt gaat om een wezenlijk nieuwe fase in de ontwikkeling van massaal politiek geweld. Is inzet van militaire tegenmiddelen het meest doeltreffende antwoord? Ik kan dat niet voor de ontwikkelingen voor de hele wereld betogen. Ik beperk mij tot terrorisme dat wortelt in het Midden-Oosten.

Tijdens de vorige climax van terrorisme in de jaren zeventig vielen er grofweg twee categorieën motivaties te onderscheiden: gewelddadig nationalisme en gewelddadig extreem-links. Vooral onder Palestijnse terroristen kwamen ideologische combinaties voor. Deze generatie gijzelde mensen, kaapte vliegtuigen en sloeg soms ook toe met vuurwapens of explosieven op plekken waar zich veel mensen bevonden. Dat bij een aanslag een groot aantal doden of lichamelijk gewonden viel, was echter eerder uitzondering dan regel. Gestreefd werd immers vooral naar optimalisering van het dreigingseffect, niet naar maximalisering van het dodental. Publieke aandacht en de inwilliging van doorgrondelijke eisen zoals hervorming van het politieke bestel, inwilliging van nationalistische verlangens, vrijlating van gevangen medestanders, of losgeld en vrijgeleide was hun doel.

Vanaf de jaren tachtig veranderde de ideologische brandstofmix voor terrorisme vanuit het Midden-Oosten. Het was het gevolg van de vestiging van radicaal-islamitische regimes in Iran en later in Afghanistan, en door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en haar invloedssfeer.

Nationalistische drijfveren voor terrorisme bleven belangrijk, maar extreem-links idealisme werd opgevolgd door islamitisch radicalisme. Er ontstond een vervaarlijke nieuwe mengvorm van nationalistische en radicaal-islamitische motieven onder extremistische Palestijnen. Daarnaast zagen de jaren negentig de opkomst van radicaal-islamitische 'Afghanen', moslimse strijders van diverse nationale komaf die zich na hun overwinning op deRussische legers in Afghanistan op andere doelwitten richtten, overal waar zij maar meenden dat de islam bedreigd werd. Hun uitzonderlijke hardvochtigheid is mogelijk mede te herleiden op ervaringen tijdens de Afghaanse oorlog. Osama bin Laden is in deze categorie de sleutelfiguur.

Mondiaal nam het aantal aanslagen sinds de jaren zeventig af. De dodelijkheid per voorval nam echter toe. Dat kwam vrijwel geheel op het conto van radicaal-islamitisch terrorisme, vooral de 'Afghaanse' variant. De nieuwe golf begon in Libanon in het begin van de jaren tachtig, met aanvallen op Amerikaanse en Franse kazernes in Beiroet, en groeide langzaam maar zeker aan, via de aanslag op het World Trade Center in New York van 1993, de aanslagen op woonkwartieren van Amerikaanse militairen in Saoedi-Arabië in 1996, de simultane aanvallen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar es Salaam in 1998, de aanval op de Amerikaanse oorlogsbodem Cole vorig jaar, naar de aanslagen in New York, Washington en Pittsburg van vorige week. Daders kozen daarbij, anders dan voorheen, regelmatig voor zelfmoordacties. Ze konden zo hun doelwit makkelijker benaderen, en ze vonden rechtvaardiging en aanmoediging in hun overtuiging dat God hun daad goedkeurde en hen in het hiernamaals zou belonen. Deze catastrofale aanslagen worden geïnspireerd door een absolutistische uitleg van islamitische leerstellingen.

Het gaat er vooral om dat macht van ongelovigen over islamitisch grondgebied voor islamitische extremisten een godslasterlijke gruwel is. Dat betreft vooral hun militaire aanwezigheid bij de islamitische heilige plaatsen: Mekka, Medina en Jeruzalem. In de radicaal-islamitische gedachtengang worden de stadsgrenzen overigens zeer ruim getrokken. Voornaamste vijanden zijn daarmee de Verenigde Staten en Israël. Een Heilige Oorlog (jihad) moet de macht van deze ongelovige krachten breken.

De 'Afghanen' stellen de Verenigde Staten ook verantwoordelijk voor het lijden van het Iraakse volk onder het internationale sanctieregime - een visie die overigens in de Arabische wereld wijd verbreid is.

Militair gesproken zijn deze terroristen/geloofsstrijders geen partij voor de Verenigde Staten (of Israël). Daarom kozen zij voor het plegen van aanslagen als vorm van oorlogvoering. Deze ontwikkeling verklaart goeddeels de opvallende karaktertrekken van de catastrofale aanslagen van de afgelopen twintig jaar: hun moorddadigheid, het suïcidale element en de omstandigheid dat de daders niet veel waarde lijken te hechten aan het opeisen van aanslagen. In hun opvatting is de boodschap duidelijk genoeg. Zij hebben de oorlog allang verklaard. 'Nieuw' is vooral dat de Verenigde Staten hun manier van denken nu overnemen. Rest de vraag met welke middelen het Westen deze 'oorlog' het best kan voeren. De tegenstander is geen staat maar een mondiaal in kleine cellen verspreid netwerk, dat militair bijna niet te treffen valt zonder dat daarbij veel onschuldigen mee de dood in worden gejaagd. Mogelijk worden zo meer vijanden geschapen dan vernietigd of afgeschrikt.

Grootschalige intensivering van de samenwerking van inlichtingendiensten ter opsporing van potentiële daders en preventie van aanslagen zal moeilijk zijn en kan ook nadelige kanten hebben. Zijn wij bereid onze privacy in te leveren voor veiligheid? Toch is precisie in het hoognodige tegenoffensief wel erg gewenst, wil het Westen geen onschuldigen de dood injagen en daarmee nog meer potentiële 'martelaren' doen opstaan.