Research

Articles

Twijfels over Tsjaad

07 Apr 2008 - 14:36
Het kabinet kreeg afgelopen week slechts schoorvoetend parlementaire steun voor de uitzending van Nederlandse militairen naar Tsjaad. Zijn de twijfels terecht?

Nederland stuurt zestig mariniers naar Tsjaad voor deelname aan de operatie EUFOR van de Europese Unie. EUFOR dient circa vijhonderdduizend vluchtelingen te beschermen en humanitaire hulp en terugkeermogelijkheden te bevorderen. De vluchtelingen komen deels uit Tsjaad zelf, maar vooral uit de aangrenzende regio Darfur in Soedan en uit de Centraal-Afrikaanse Republiek. Zij zijn gevlucht voor het geweld van diverse strijdende groeperingen in het grensgebied van deze drie landen.

Het ontplooien van een vredesmissie in Tsjaad is slim bedacht. In Darfur wordt - zeer langzaam, maar toch - een militaire missie van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie opgezet. Men wil voorkomen dat het conflict in Darfur zich vervolgens verplaatst naar buurlanden. Dat is eerder gebeurd in bijvoorbeeld Rwanda, waar Hutu-milities de grens met de Democratische Republiek Congo over vluchtten en daar nog steeds grote problemen veroorzaken. Ook het Verzetsleger van de Heer uit Oeganda heeft zich na militaire tegenslagen verplaatst naar grensgebieden in Soedan en Congo. Het idee om niet alleen een vredesoperatie in Darfur te starten, maar ook eentje in buurland Tsjaad, toont aan dat de internationale gemeenschap heeft geleerd van het verleden.

De Nederlandse twijfels hebben dan ook niet zozeer te maken met het doel van de missie. Naast de vluchtelingenproblematiek heeft Tsjaad echter nóg een probleem. Het land wordt ook geteisterd door een gewapende opstand tegen het regime van president Idriss Déby. Het bewind krijgt daarbij politieke en militaire steun van oud-kolonisator Frankrijk. Het is vooral deze steun die vragen oproept over de EUFOR-missie. Frankrijk is namelijk óók initiatiefnemer en aanvoerder van EUFOR. Laat de Europese Unie zich voor het karretje van de 'neokoloniale' Fransen spannen? Wordt de missie wel als onpartijdig beschouwd door de rebellen en burgers in Tsjaad? Of worden de Nederlandse mariniers een schietschijf voor opstandelingen die hen aanzien voor hulpjes van de Fransen, die op hun beurt hulpjes zijn van het omstreden regime?

De Nederlandse regering voorziet weinig problemen. De Franse troepen die de regering in het zadel houden, opereren ver van het gebied waar Nederland actief is. Bovendien worden de Nederlandse mariniers ingebed in een Ierse eenheid, niet in een Franse. Het verschil tussen de EUFOR-militairen en de Franse 'neokoloniale' troepen zal duidelijk genoeg zijn.

De analyse van het kabinet klinkt geloofwaardig. De problemen waar de mariniers mee te maken krijgen zullen niettemin immens zijn - de vluchtelingenproblematiek is schrijnend en ingewikkeld, de veiligheidssituatie is riskant en het probleemgebied is uitgestrekt en moeilijk begaanbaar. Wat dat betreft kan een bijdrage van zestig militairen voor slechts tien maanden als een druppel op een gloeiende plaat worden gekenschetst. Mochten de Nederlanders toch doelwit worden van rebellen, dan is de nabijheid van de Fransen eerder voor- dan nadelig. De Fransen kennen het gebied goed en hebben er de reputatie dat met hen niet valt te sollen. Als initiatiefnemer en aanvoerder van de Europese missie, heeft Frankrijk er bovendien alle belang bij om deze te laten slagen. Bang om in de steek te worden gelaten door de internationale partners hoeft Nederland dit keer niet te zijn.