Research
Articles
Uruzgan is niet de enige kopzorg
Naast de politieke verdeeldheid wordt bovendien op militair gebied de kloof tussen de Verenigde Staten en de Europese lidstaten van de Navo en Canada steeds groter. Enkele schrijnende feiten. De Verenigde Staten leveren maar liefst 85 procent van de Navo militaire middelen. De Europese landen besteden gemiddeld 65 procent van hun defensiebudget aan personeel, tegenover de VS 36 procent. Van de Amerikaanse militairen is 50 procent mondiaal inzetbaar, voor de Europese militairen bedraagt dit slechts 5 procent bedraagt.
Op politiek-strategisch niveau debatteert de alliantie over een nieuw Navo Strategisch Concept, welke die uit 1999 moet vervangen. Zowel de Duitse bondskanselier Angela Merkel als Navo-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer wil dat op de Navo-top in 2009 een nieuw Strategisch Concept kan worden goedgekeurd. Sinds 1999 heeft de Navo immers de nodige veranderingen ondergaan. De geografische reikwijdte van operaties heeft zich niet alleen uitgebreid tot Afghanistan, maar ook tot de Verenigde Staten (orkaan Katrina), Pakistan (aardbeving), Irak (trainingsmissie) en Darfur (logistieke steun). Daarnaast is de Navo nog eens uitgebreid met zeven nieuwe lidstaten. Er zijn echter lidstaten die beslist niet staan te springen om een nieuw document, omdat ze vrezen voor een nieuwe ronde van irritaties en wederzijdse beschuldigingen.
Washington streeft naar een tekst die een duidelijke steun uitspreekt voor een mondiale alliantie, gebaseerd op nauwere samenwerking met partners in verschillende delen van de wereld, te beginnen met Zuid-Korea, Japan en Australië. De Verenigde Staten willen ook af van een tweesporenbondgenootschap, waarin sommige leden voor de operaties betalen en slachtoffers incasseren, en andere alleen politieke steun verlenen en vanaf de zijlijn kritiek uitoefenen. De VS vinden dat alle Navo-landen bereid moeten zijn om actie te ondernemen. Een aantal Europese landen zoals Frankrijk is echter tegenstander van een mondiale rol voor de Navo.
Een ander onderwerp dat een plaats moet krijgen in het nieuwe document is de zogenoemde alomvattende benadering. De ervaringen op de Balkan en Afghanistan hebben aangetoond dat moderne oorlogen zelden gewonnen kunnen worden door militaire strijdkrachten alleen. Met andere woorden, hoewel de militaire aanwezigheid onmisbaar is om de veiligheid te garanderen, vereist de reconstructie en wederopbouw van een land een nauwe coördinatie van militaire en civiele activiteiten.
De Europese Unie en de lidstaten beschikken over belangrijke civiele capaciteiten die gebruikt kunnen worden voor stabiliseringsoperaties. Zo beschikt de EU naast een pool van 5000 politiepersoneel voor het versterken van de rechtsstaat over bijna 300 aanklagers, rechters en gevangenispersoneel. Om het civiel bestuur te versterken heeft de EU een pool van experts opgericht, die cruciale bestuurstaken kunnen uitvoeren in een land dat net een conflict achter de rug heeft. Ten slotte heeft de EU een Europese Gendarmerie eenheid opgericht, bestaande uit militaire politie die in risicovolle situaties in vredesoperaties kan worden ingezet.
De huidige verhouding tussen de Navo en EU kenmerkt zich door wederzijds wantrouwen, ongezonde competitie en problemen rond het delen van informatie kenmerken de verstandhouding tussen beide organisaties. Het wordt hoog tijd dat er een eind komt aan de rivaliteit tussen de Navo en EU. De defensie- en veiligheidscapaciteiten van beide organisaties zijn onmisbaar, en het is onacceptabel dat beide organisaties elkaar niet optimaal helpen. Er is een duidelijke behoefte aan een open dialoog tussen de twee organisaties en er zouden inspanningen gepleegd moeten worden om elkaar te kunnen aanvullen.
Alle pogingen om tot een betere samenwerking tussen de Navo en EU te komen zullen echter stranden wanneer het wederzijds wantrouwen niet verdwijnt. Het Irak-conflict en de Amerikaanse behandeling van terroristen hebben de relatie tussen beide organisaties geen goed gedaan. Maar met 19 landen in een overlappende geografische ruimte en met gemeenschappelijke belangen en uitdagingen, is Navo-EU-samenwerking noodzakelijk. Uiteindelijk moet toch iedereen erkennen dat de EU en de Navo sterker zijn wanneer ze samenwerken, dan wanneer ze afzonderlijk handelen.