Research
Articles
Verkiezingen winnen met tekorten in asielbeleid EU
Sommigen beschouwen de massale instroom van migranten als een goede zaak. De dalende werkloosheid, de vergrijzing en de veranderingen op de arbeidsmarkt zouden extra immigratie zinvol maken. Duitsland probeert nu op grote schaal computerdeskundigen van buiten aan te trekken, ziekenhuizen laten verpleegsters uit de derde wereld overkomen. Het zou echter wel toevallig zijn als het profiel van de asielzoekers exact aan de behoeften beantwoordt. Het zou trouwens onwenselijk zijn als arbeidsmarkt en asielverzoeken aan elkaar worden gekoppeld. Asielprocedures zijn nu eenmaal uitsluitend bedoeld voor diegenen die, conform de tekst van het Geneefse vluchtelingenverdrag van 1951, gegronde vrees hebben voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of die behoren tot een bepaalde sociale groep. Als er grote stromen werkzoekenden de EU binnenkomen via oneigenlijk gebruik van de asielprocedure, raakt het stelsel overbelast, wat ten koste gaat van diegenen voor wie het is bedoeld.
De in Italië gelande illegalen waren vervoerd door mensensmokkelaars. Inderdaad: één van de gevolgen van het netwerk van EU-restricties is dat iemand zonder de hulp van dit soort lieden weinig kans maakt om de EU binnen te komen. Ook deze ontwikkeling gaat ten koste van de werkelijk vervolgden, die in veel gevallen niet in staat zijn omhet gevraagde bedrag van $ 2000 of meer te betalen.
Hier zien we ook een fundamentele tekortkoming van het Geneefse verdrag, dat het als een wezenlijk kenmerk van een vluchteling beschouwt dat deze zich bevindt buiten de grenzen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit. Het trieste is dat veel vervolgden die bescherming nodig hebben, niet in staat zijn hun land te verlaten, terwijl veel lieden die wél asiel kunnen vragen geen echte vluchteling zijn.
Ondertussen heeft de EU zich, behalve op een aantal restrictieve maatregelen, sinds het Verdrag van Amsterdam (1997) ook geconcentreerd op het tegengaan van 'asiel-shoppen'. Hieronder verstaat men het verschijnsel waarbij een asielzoeker die in één lidstaat zijn claim afgewezen heeft gekregen, het in een ander EU-land opnieuw gaat proberen. Eerdere pogingen om hier iets tegen te doen zijn onder meer gestrand op het gebrek aan bewijslast. Zo komt in Nederland 80% van de asielzoekers binnen zonder document. De in december 2000 overeengekomen Eurodac Regulatie, waarbij gegevens worden opgeslagen in de vorm van vingerafdrukken, moet hier een eind aan maken.
Een ander euvel waar de EU zich tegen richt is de neiging van veel asielzoekers om hun aanvraag in te dienen in die landen waar de opvangvoorzieningen het gunstigst zijn. Zo is de behuizing in het ene land een stuk beter dan in het andere, en lopen ook de uitkeringen vaak sterk uiteen. De bedoeling is daarom dat er op korte termijn minimumstandaarden voor de opvang komen.
Deze nadruk op het minimum is bezien vanuit de positie van de werkelijk vervolgden natuurlijk niet erg bevredigend. Het gevaar bestaat echter dat zonder minimumnormen (niet alleen voor de opvang, maar ook voor de asielprocedures) er een soort wedloop tussen de lidstaten gaat ontstaan in het verlagen van de voorzieningen. Bij de verkiezingen in verschillende EU-landen blijkt het asielvraagstuk een steeds grotere rol te spelen. In Italië heeft Berlusconi de regering al verweten dat deze, in vergelijking met het buitenland, veel te gastvrij is en bovendien niet hard genoeg optreedt tegen mensensmokkelaars. In Oostenrijk heeft Haider al jaren de discussie beheerst. In Engeland heeft minister van binnenlandse zaken Straw op hoge toon een EU-lijst met 'veilige landen' geëist, waarvan de burgers op geen enkele wijze voor asiel in aanmerking komen.
Het is ten slotte duidelijk dat de EU, met de afspraken over minimumnormen en verdere restricties, slechts een deel van het probleem aanpakt. De ideale oplossing zou één Europese Asiel en Migratie Dienst zijn, maar hiervoor is de tijd nog niet rijp. Een vraagstuk waar wél naar gekeken moet worden is dat van de grote vluchtelingenstromen, zoals deze zich de afgelopen tien jaar op de Balkan hebben voorgedaan. Hierover bestaan nog steeds geen duidelijke afspraken, wat mede een gevolg is van het feit dat slachtoffers van (burger)oorlogen niet onder het Verdrag van Genève vallen. Afspraken over lastendeling en harmonisatie van het terugkeerbeleid dienen met spoed tot stand te komen.
Een ander actieterrein dat meer aandacht verdient is dat van de opvang en de bescherming van vervolgden in de eigen regio. Nauwere samenwerking met landen waar veel vluchtelingen vandaan komen - waaronder Afghanistan, Irak en Somalië - is mede op Nederlands aandringen een onderwerp geworden waar de EU belangstelling voor begint te krijgen. Langs dit soort wegen zouden gebeurtenissen als die in Italië in de toekomst vermeden kunnen worden.