Research
Articles
Verwacht van Verhagen niet te veel voor Iran
'De komst van het kabinet-Balkenende IV biedt nieuwe kansen', zo jubelen ze. Zou de echo van de terrasscène tot zoveel opwinding hebben geleid in Washington en Teheran als zij veronderstellen? Dat gaat er bij mij niet in. En bij Verhagen ook niet, naar ik hoop.
Maar ook overigens roept hun bijdrage vragen op. Het opvoeren van sancties 'heeft de potentie in een oorlog te eindigen'. Dat is wel heel erg kort door de bocht om te onderstrepen dat ze een verdere aanscherping van sancties afwijzen. Zouden de sancties tegen Noord-Korea van oktober vorig jaar niet mede hebben bijgedragen aan de recente doorbraak naar onderhandelingen over het nucleaire programma van Pyongyang?
Bovendien betogen ze dat 'de EU' steeds bereid is geweest 'het woord te verkiezen boven pressie'. Dat is maar gedeeltelijk waar. Ook de EU-landen voeren thans de bindende sancties van de VN-Veiligheidsraad van 23 december vorig jaar uit. En dat zullen ze ook doen als de Raad overeenstemming bereikt over een tweede sanctieresolutie. Ondertussen blijven zowel de EU als de Veiligheidsraad het belang benadrukken van onderhandelingen.
De Veiligheidsraad zegt in resolutie 1737 ervan overtuigd te zijn dat de opschorting van uranium kan bijdragen aan een diplomatieke oplossing 'die garandeert dat Irans nucleaire programma uitsluitend vreedzame doeleinden dient'. In dat verband roept de Raad Iran op te gaan onderhandelen over de voorstellen die de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad en Duitsland in juni 2006 hebben gedaan.
Het pakket voorstellen bood Iran, in de woorden van de Amerikaanse VN-ambassadeur in Geneve, Gregory Schulte, 'substantiële economische, politieke en technologische mogelijkheden'. Op het nucleaire vlak omvatten deze (a) een herbevestiging van Irans recht op kernenergie conform de verplichtingen uit het Non-Proliferatieverdrag, (b) steun bij de bouw van de modernste lichtwaterreactoren (die niet 'proliferatie-gevoelig' zijn), (c) deelneming aan een gemeenschappelijke uranium-verrijkingsonderneming in Rusland, en (d) juridisch-bindende toezeggingen inzake de brandstofleverantie voor nieuwe reactoren.
Dat is niet niks. De V-raad nam de voorstellen al in juli vorig jaar over en hield ze Iran eind vorig jaar opnieuw voor als terugvalpositie. De beide auteurs moeten zich hier ook in kunnen vinden. Zij zouden er daarom goed aan doen deze voorstellen, tezamen met de aanpak van de Veiligheidsraad, mee te nemen in hun overwegingen.
IAEA-chef El Baradei deed onlangs een interessant voorstel om uit de impasse te raken: een time-out waarbij Iran tijdelijk de verrijking van uranium stillegt en de 'internationale gemeenschap' voorlopig afziet van de toepassing van de sancties. Er waren al signalen dat Teheran hiermee wilde instemmen, wat mogelik wijst op verdeeldheid in het Iraanse politiek-religieuze leiderschap.
Er dienen zich voor de korte termijn de volgende opties aan: (1) een voortzetting van het huidige beleid, uitmondend in een vervolgresolutie inzake sancties; (2) het instellen van een 'time-out', zoals voorgesteld door El Baradei; (3) diplomatiek overleg op basis van de voorstellen aan Iran uit juli 2006; en (4) de internationale conferentie over Irak, zoals vorige week voorgesteld door de regering van premier al-Maliki, die wellicht als ijsbreker kan fungeren voor contacten tussen de VS en Iran (en Syrië). Natuurlijk moet al het mogelijke gedaan worden om militair optreden, inclusief een mogelijke pre-emptieve aanval tegen Iran, door hetzij de VS, hetzij Israël, te voorkomen. Maar daarvoor staan heel wat reëlere opties open dan het in stelling brengen van minister Verhagen.
Verhagen moet helemaal geen bruggen willen bouwen. Ik zie dus geen direct verband tussen 'de nieuwe kansen die de komst van Balkenende IV biedt' en de oplossing van de crisis rond het Iraanse nucleaire programma. Het lijkt me beter met beide benen op de grond te blijven.