Research
Articles
Vrede in Irak zal de VS nog meer kosten
De kosten van de eerste Golfoorlog bedroegen voor de VS 78 miljard dollar (huidig prijspeil). Hiervan betaalden landen als Saudi-Arabië, Koeweit, Japan, Duitsland en Zuid-Korea 90 procent. De kosten van deze oorlog werden door het onafhankelijke Congressional Budget Office enkele maanden geleden geraamd op zo'n 30 miljard dollar. Het betreft het totaal van de verplaatsing van mensen en materieel naar de Golfregio (14 miljard dollar), de strijd in Irak gedurende zo'n vier weken (9 miljard dollar), en de terugkeer van mensen en materieel naar hun thuisbases (7 miljard dollar). Aangezien de precisie-geleide munitie voornamelijk in de eerste vier weken wordt verschoten (een Tomahawk kost een miljoen dollar), zouden de kosten van iedere maand dat de oorlog langer duurt acht miljard dollar bedragen. De raming van 30 miljard dollar is achterhaald. Van de 75 miljard dollar die Bush aan het Congres heeft gevraagd, is 63 miljard dollar bestemd voor één maand oorlogvoeren.
Toch zal de oorlog in Irak zelf waarschijnlijk relatief goedkoper zijn dan de eerste Golfoorlog. Zo zijn er minder militaire doelen, omdat een groot aantal de afgelopen jaren al is uitgeschakeld door Amerikaanse en Britse gevechtsvliegtuigen in de no-fly zones in Noord- en Zuid-Irak. Daarnaast bevond een aanzienlijk deel van de militaire middelen zich al in de regio. Bovendien is de Amerikaanse strijdmacht (230 duizend) aanzienlijk kleiner dan de vorige keer (425 duizend).
Volstrekt onvoorspelbaar is wat de Amerikaanse militaire aanwezigheid na de oorlog en de wederopbouw van Irak gaat kosten. Een panel van het gezaghebbende Council of Foreign Relations heeft onlangs in een rapport president Bush verweten dat deze heeft nagelaten het Congres en de Amerikaanse bevolking te vertellen hoeveel de wederopbouw van Irak zal kosten. Opmerkelijk is dat tot voor kort de Amerikanen weinig wilden weten van wederopbouw en nation building. Ze beschouwden dat vooral als een Europese taak.
De veranderde opstelling van de VS ten aanzien van nation building is vooral gekomen onder invloed van de onderminister van Defensie Wolfowitz, een exponent van de neoconservatieven in de regering-Bush. Wolfowitz heeft onlangs een aanvaring gehad met de chef-staf van de landmacht, generaal Shinseki, die voor de defensiecommissie in de Senaat zei dat enige honderdduizenden Amerikaanse militairen nodig zouden zijn voor de vredesmacht in Irak. Wolfowitz nam de ongebruikelijke stap om Shinseki publiekelijk te kapittelen over dit aantal. Vele Amerikaanse landmacht-officieren zijn bovendien bezorgd over de onzekerheid en complexiteit van de missie in Irak na het einde van de oorlog. Zo moeten troepen grenzen bewaken, als scheidsrechter optreden tussen etnische en religieuze groepen, de veiligheid van de burgers verzekeren, humanitaire hulp verlenen, eventuele lokaties met massavernietigingswapens beveiligen en honderden steden en dorpen besturen.
Terwijl de vredesmacht in het begin vooral veiligheid moet garanderen, is de Amerikaanse regering van plan de eerste maanden van de wederopbouw de salarissen van zo'n twee miljoen Iraakse militairen en ambtenaren te betalen. De militairen zullen vooral worden ingezet voor het ruimen van puin en landmijnen, terwijl onderwijzers, politie, artsen en verpleegkundigen en andere overheidsmedewerkers voor een zekere mate van normalisering moeten zorgen.
Dit zou betekenen dat voor Irak minstens zo'n 200 duizend militairen nodig zijn. Op basis van de ervaringen in Bosnië moet Washington voor een Amerikaanse militair jaarlijks 250 duizend dollar uittrekken. Een Amerikaanse vredesmacht van deze omvang zou jaarlijks zo'n 50 miljard dollar kosten. De Amerikanen hebben laten blijken dat ze deze kosten voor een deel willen betalen uit bevroren Iraakse fondsen, bijdragen van buitenlandse donorlanden en olie-inkomsten. Voor het laatste is van belang dat niet te veel oliebronnen in brand worden gestoken.
Eurocommissaris Patten heeft in het Europees Parlement verklaard dat de Amerikanen van de EU niet veel hoeven te verwachten. Premier Balkenende heeft gezegd dat Nederland wel bereid is hulp te verlenen. Kortom, naast financiële steun ligt er waarschijnlijk voor onze krijgsmacht een nieuwe vredesoperatie in het verschiet.