Research
Articles
VS mogen niet volharden in afkeer internationaal recht
Ook kunnen internationale regimes (het geheel van regels en instellingen op een bepaald gebied) het staten makkelijker maken hun belangen op een andere manier te definiëren. Minder gericht op het individuele belang op de korte termijn en meer op het gemeenschappelijke belang op lange termijn. Dat is misschien nog meer waard.
Of men nu de Verenigde Staten ziet als een hegemoniale mogendheid of niet en of men wil spreken van een unipolaire wereld of niet, er kan geen twijfel over bestaan dat dit land de machtigste speler op het internationale toneel is.
Vooral in Europa bestaat in brede kring de verwachting, zo niet leeft de eis, dat de VS afstand doen van een deel van hun vrijheid van handelen door zich te onderwerpen aan het internationale recht. Historisch gezien is dit allerminst vanzelfsprekend. Sterker, sinds de ontwikkeling van het moderne volkenrecht zal men geen voorbeeld vinden van een leidende mogendheid die zichzelf aan banden legt door het primaat van het internationale recht te aanvaarden.
Zo wierp in de tweede helft van de 19de eeuw het relatief zwakke Amerika zich op als kampioen van het internationale recht. Daarentegen wenste Groot-Brittannië, in die tijd maritiem en economisch het sterkste land ter wereld, geen beperkingen op de omvang van zijn vloot te aanvaarden. Het was toen afkerig van wat men later wapenbeheersing is gaan noemen.
Waarom verwachten we dat de VS zich anders gedragen dan vroegere (alleen) heersers? Komt dit doordat het land de geestelijke erfenis meedraagt van zijn eigen revolutie, waarin mensenrechten, vrijheid en zelfbeschikking zo'n belangrijke rol hebben gespeeld?
Deze waarden en idealen plegen in de retoriek van Amerikaanse staatslieden een prominente plaats in te nemen, zo prominent dat de afstand tussen norm en praktijk bijna onvermijdelijk wordt. Of heeft onze verwachting eenvoudig te maken met het feit dat de VS, na India, de grootste democratie in de wereld vormen, waardoor men aan dit land andere, hogere maatstaven mag opleggen dan aan andere denkbare potentaten, zoals in de toekomst wellicht China?
Een andere verklaring mag men niet terzijde schuiven. Die heeft te maken met de frustratie over de eigen onmacht in Europa. Een werelddeel dat door onderlinge verdeeldheid en lamlendigheid niet in staat is de VS gelijkwaardig partij te geven, heeft geen andere keuze dan de Amerikaanse macht te beperken door haar proberen in te bedden in regels en instellingen.
Zo bezien is het verschil tussen het neutraliseren van macht door middel van het organiseren van tegenwichten en het hameren op het belang van deelname aan de internationale rechtsorde, minder groot dan op het eerste gezicht lijkt. Van het historische Duitsland is gezegd dat het te zwak was om in Europa te heersen, maar te sterk om zich als normaal land te gedragen. Met een variatie kan men beweren dat het huidige Europa te zwak is om te leiden, maar te sterk (of te trots?) om te volgen.
Er is evenwel een belangrijke reden waarom men wel degelijk mag verwachten dat de VS hun ogenschijnlijke afkeer van het internationaal recht niet zullen volhouden. Die reden houdt verband met het verlichte eigenbelang van de VS.
Zoals het cliché luidt: wij leven in een interdependente wereld. Dit betekent dat geen land, hoe machtig ook, zijn doelstellingen kan realiseren zonder enigerlei medewerking van andere landen. De VS vormen op deze regel geen uitzondering. Het is waar: de Amerikaanse regering heeft van niemand toestemming nodig om waar dan ook op te treden, maar zij is aangewezen op de hulp en steun van bondgenoten en bevriende staten om een succes van beleid te maken.
De uitoefening van macht zonder legitimiteit ? dit wil zeggen, zonder dat deze enigerlei grond van aanvaarding door andere landen heeft ? gaat gepaard met hoge politieke kosten. De nasleep van de oorlog tegen Saddam Hussein is het overduidelijke bewijs.
Tegelijk moet evenzeer duidelijk zijn dat men in het hier en nu geen internationale orde kan vestigen zonder dat deze rust op het fundament van de Amerikaanse macht. De les van de geschiedenis is immers dat wil een internationale orde effectief zijn, men deze niet moet bouwen tegen het sterkste land, maar zoveel mogelijk met inschakeling van dat land.
Daarmee wil niet zijn gezegd dat bijvoorbeeld de Verenigde Naties alleen hun tanden kunnen laten zien, indien zij een werktuig zijn van de Amerikaanse macht. De afhankelijkheid van de VS van vooral de Europese landen in het domein van de 'zachte macht' (economische steun, technische bijstand, hulp bij vredeshandhaving) verschaft deze landen een zekere onderhandelingspositie .
De grote opgave van deze tijd is de Amerikaanse macht te verbinden met de internationale legitimiteit. Dit doel kan alleen slagen indien de internationale spelregels (in het bijzonder ten aanzien van het gebruik van geweld) voldoende rekening houden met de gerechtvaardigde veiligheidsbelangen van de VS. De strijd tegen het terrorisme en het actief tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens komen dan bijna automatisch in beeld.
Anderzijds mag van de VS worden verlangd ? niet zonder meer, maar als tegenprestatie voor ondersteuning van zijn inspanningen als ordehandhaver in de wereld ? dat zij de aangepaste internationale spelregels ernstig nemen. Nu de Amerikaanse regering met haar beleid op zoveel plaatsen in de wereld (Irak, Iran en Noord-Korea) in een impasse dreigt te komen, lijken de omstandigheden Washington ertoe te dwingen de koers (verder) te verleggen in een meer multilaterale, dat wil zeggen door samenwerking met andere landen gekenmerkte richting. De nieuwe situatie biedt ook Europa de mogelijkheid het Amerikaanse beleid zo te beïnvloeden, dat de gewenste hervormingen van de volkerenorganisatie na de zomer kans van slagen maken als ze op een speciale VN-top aan de orde komen.
Het zou bijzonder jammer zijn indien de Europese Unie, in de naschok van de referenda, zo verlamd is geraakt dat zij zich overgeeft aan navelstaren op haar eigen problemen in plaats van zich bezig te houden met de constitutie van de wereld.