Research

Security and Defence

Articles

VS overschatten steun in strijd tegen terrorisme

15 Mar 2006 - 00:00

De Amerikaanse oproepen om een internationale coalitie tegen terrorisme te vormen, zijn in eerste instantie gevolgd door een overweldigend aantal positieve reacties. Met uitspraken als 'Wij zijn allen Amerikanen', hebben zich tal van landen in beginsel bereid verklaard om samen met de regering-Bush stappen tegen het 'nieuwe terrorisme' te nemen. Vergelijkingen zijn al gemaakt met de internationale coalitie die Bush senior in 1990 en 1991 op de been bracht om tijdens de Golfoorlog Saddam Hoessein te verdrijven uit het door Irak bezette Koeweit.

Natuurlijk zijn er verschillen tussen beide situaties. De verovering en bezetting van Koeweit was een duidelijk voorbeeld van internationale agressie, terwijl de vernietiging van het WTC het werk is geweest van individuen van wie nog weinig bekend is. Maar als het gaat om een wereldomspannend gevoel van onveiligheid en bedreiging, dan roepen de gebeurtenissen van vorige week zeker associaties op met het Iraakse geweld tegen het kwetsbare Koeweit.

Toch is het nog maar de vraag of de internationale solidariteit even hecht zal zijn als tien jaar geleden. Daarvoor lopen de belangen te ver uiteen.

Dat de oproepen van Bush niet automatisch tot eensgezindheid leiden, is al duidelijk gebleken in het Midden-Oosten. Voor de Israëlische premier Sharon staat de strijd tegen terrorisme gelijk aan de strijd tegen Arafat. Rekenend op Amerikaanse sympathie - volgens hem moeten de Amerikanen zich sinds vorige week beter dan ooit kunnen voorstellen aan welke gevaren Israël al jaren blootstaat - heeft de Israëlische premier de aanvallen op de Westoever verhevigd. In vijf dagen tijd zijn hierbij zeker 17 Palestijnen omgekomen.

Van zijn kant doet de Palestijnse leider Arafat zijn uiterste best om het 'staatsterrorisme' van Israël als het grootste obstakel voor vrede te presenteren. Een wapenstilstand tussen beide partijen lijkt verder weg dan ooit.

Beter nieuws komt er, op het eerste gezicht, uit Moskou. De Russen hebben niet alleen steun toegezegd aan de internationale strijd tegen terroristische groepen, maar tevens verklaard dat de aanslag op het WTC 'alle mogelijke middelen' rechtvaardigt bij het uitvoeren van tegenacties. Echter, uit Poetins opmerking dat de aanslag laat zien dat de Russische bestrijding van terroristen in gebieden als Tsjetsjenië de juiste benadering is geweest, mag worden afgeleid dat er verschillende interpretaties van het begrip terrorisme bestaan. In ruil voor eventuele steun verwacht Poetin een fikse dosis Amerikaans begrip voor het Russische, militaire geweld op de Kaukasus.

Aangenomen mag worden dat als er concrete vormen van Russische bijstand ter sprake komen, Moskou zijn eisen verder zal opschroeven en zal aandringen op zaken als stopzetting van het Navo-uitbreidingsproces en staking van de bouw van een rakettenschild. Voor de regering-Bush kan dit nog een moeilijk dilemma betekenen, want een optreden tegen Osama bin Laden zonder Russische medewerking zal niet eenvoudig zijn. Rusland heeft niet alleen gevechtservaring in Afghanistan, maar beschikt over een reeks van relevante militaire steunpunten. Met name de door Rusland nog steeds gecontroleerde vliegvelden in het aangrenzende Tadzjikistan - waar zich tevens 8000 Russische militairen bevinden - zouden van groot nut kunnen zijn. De regering in Tadzjikistan zelf, hoewel verklaard vijand van Bin Laden en de Taliban, voelt overigens heel weinig voor deze dienstverlening.

Nu de VS steeds duidelijker Osama bin Laden als de grote schuldigeaanwijzen, kan ook de relatie tussen India en Pakistan verder op scherp komen te staan. In Pakistan heerst onder delen van de bevolking ruime sympathie voor de Taliban. Bij anti-Indiase acties in Kasjmir hebben Pakistaanse groepen soms dankbaar gebruikgemaakt van de steun van Bin Laden. Ook het Pakistaanse militaire regime zal dus een hoge prijs eisen voor hulp aan de VS, bijvoorbeeld in de vorm van wapenleveranties. Voor India zou dit een nieuw bewijs zijn dat Amerika, zodra het erop aankomt, altijd de kant van de Pakistaanse tegenstander kiest.

Twijfelachtig zijn verder de steunbetuigingen aan Bush uit China. Ook de Chinezen hebben de afgelopen jaren kennisgemaakt met islamitische terroristen, die in het noordwesten van het land actief zijn. Hiervoor hebben ze echter al een eigen vorm van internationale solidariteit ontwikkeld, namelijk de 'Sjanghaise Organisatie voor Samenwerking', waar ook Rusland en de Centraal-Aziatische landen aan meedoen. Peking verzet zich bovendien fel tegen alle vormen van militair optreden die door de VS worden geleid.

Maar zelfs de solidariteit van de Europese bondgenoten is nog verre van zeker. De Navo heeft verklaard dat, indien de aanslag op VS-doelen vanuit het buitenland gestuurd blijkt te zijn, er sprake is van een aanval op de veiligheid van het bondgenootschap als geheel en dus artikel 5 van het Verdrag (gezamenlijke actie) in werking treedt. Hierdoor zijn bij de regering-Bush uiteraard hoge verwachtingen gewekt, waarvan het zeer de vraag is of ze waargemaakt zullen worden. Slechts weinig Europese regeringen zullen bereid zijn Amerika te steunen bij bombardementen op Kabul. Nederland heeft al onderstreept dat de Navo-bijstandsverplichting geen automatisme inhoudt, en dat het iedere bondgenoot vrij staat zijn bijdrage vast te stellen.

Tot slot mag er aan worden herinnerd dat juist voor de regering-Bush het optreden in coalitiekaders niet eenvoudig zal zijn. De nieuwe president heeft in zijn eerste maanden sterk de nadruk gelegd op onafhankelijk Amerikaans optreden, zeker op militair gebied. Het zal voor alle partijen minstens even wennen zijn om ineens weer schouder aan schouder te staan.