Research

Articles

Wahid moet vooral leger onder controle zien te krijgen

15 Mar 2006 - 00:00
President Wahid bevindt zich deze week tegenover een kritisch parlement. Een minstens zo lastige klus wordt de hervorming van het Indonesische 1eger. Dat moet onder democratische controle worden gebracht, Kees Homan denkt dat dat in vijf jaar moet lukken.Van de vele uitdagingen waar de Indonesische president Wahid voor staat is de transformatie van het leger een van de grootste. Die moet van een sociaalpolitieke macht worden omgevormd tot een professionele krijgsmacht onder democratische, civiele controle.

Tijdens de 'Nieuwe Orde' onder Soeharto heeft de krijgsmacht grote politieke en economische macht verworven. Hoewel er in formele zin sprake was van een democratie, domineerden de militairen. Niet alleen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht stonden onder hen, ook vormden ze een groot economisch machtsblok.

Het leger beschouwde zich als bewaker van de Revolutie - met name van de staatsideologie (pancasila) en de Grondwet van 1945 - en legitimeerde hiermee zijn dubbelfunctie (dwifungsi). De dwifungsi-doctrine die in 1958 werd geïntroduceerd, werd onder Soeharto in 1982 zelfs wettelijk vastgelegd. Daardoor werden op nationaal niveau tussen 30 en 50 procent van alle rninistersposten en hoge ambtelijke functies door militairen vervuld.

Tenminste 70 procent van alle provinciale gouverneurs en 50 procent van de districtsofficieren hadden een militaire achtergrond. Daarnaast werden regionale rechterlijke functies veelal door voormalige militairen vervuld. Die handelden conform de bevelslijnen van hun vroegere militaire superieuren.

Economisch ging het leger een machtsblok vormen toen Soekarno aan het eind van de jaren vijftig Nederlands eigendom nationaliseerde. Nederlandse bedrijven kwamen onder bewind van de krijgsmacht. Die liet het dagelijks management over aan Chinese zakenlieden. Enige jaren later werden ook Britse en Amerikaanse bedrijven genationaliseerd.

De symbiose tussen het leger en de Chinese zakenliedenklasse werd zelfs geïnstutionaliseerd. Als minderheidsgroep met weinig politieke macht genoten de Chinezen de bescherming van de krijgsmacht tegen de rest van de bevolking die jaloers was op hun rijkdom. De afgelopen veertig jaar zijn er zo vele militaire belangen in talrijke bedrijven en 'stichtingen' gevestigd, waarin vooral hoge militairen de dienst uitmaakten.

Bovenaan de agenda van de reformasi staat dan ook het beëindigen van de dubbelfunctie van de krijgsmacht. Bovendien is de legitimiteit van de strijdkrachten de laatste jaren ernstig aangetast door schendingen van mensenrechten.

Allereerst is echter een nationale consensus nodig in dit sterk verdeelde land. Zo zijn er grondwetswijzigingen nodig die een duidelijke scheiding aanbrengen tussen de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht -met bijbehorende checks and balances. Daarnaast dienen de districten meer autonomie te verkrijgen en moet er een einde komen aan de militaire territoriale commandostructuur die de democratische ontwikkeling op regionaal niveau belemmert.

Een groot obstakel op weg naar een professionele krijgsmacht vormt het defensiebudget. Militaire commandanten zijn al sinds de Indonesische onafhankelijkheid genoodzaakt om eigen fondsen te werven voor het betalen van hun troepen en de aankoop van wapens. Gezien de financiële situatie waarin het land verkeert is verhoging van het budget vooralsnog uitgesloten en zal de regering de militairen moeten toestaan hun economische activiteiten voorlopig voort te zetten. De eerste civiele minister van Defensie, Juwono, stelt in ieder geval de eis dat deze activiteiten transparant worden.

In zijn streven om de activiteiten van de krijgsmacht naar de externe veiligheid te verleggen. probeert president Wahid de invloed van de marine en de luchtmacht te vergroten ten koste van de landmacht. Dit bleek onder meer uit de benoeming van admiraal Widowo tot chef defensiestaf en luchtmaarschalk Santoso tot hoofd van de inlichtingendienst van de krijgsmacht.

De politie maakt inmiddels geen deel meer uit van de krijgsmacht. Haar omvang van slechts 180 duizend mannen en vrouwen op een bevolking van 210 miljoen personen en haar beperkte middelen maken het vooralsnog niet mogelijk dat ze haar taken op adequate wijze kan uitvoeren. De regering is dan ook nog steeds afhankelijk van de krijgsmacht voor het handhaven van interne veiligheid. Alleen met hulp van het leger kunnen de verschillende gewelddadige sociale conflicten en gewapende opstanden worden overwonnen.

Welke rol kan Nederland spelen in het hervormingsproces van de Indonesische krijgsmacht? Bij hun recente bezoeken aan Indonesië hebben de ministers Van Aartsen en De Grave de Indonesische regering hulp aangeboden bij de 'transformatie' van de krijgsmacht. Voor een professioneel leger is een nieuwe mentaliteit bij de militairen vereist.

In navolging van Oost-Europeanen zullen ook Indonesische officieren in Nederland cursussen gaan volgen waarin ze vertrouwd worden gemaakt met de positie en de rol van de krijgsmacht in een democratisch bestel. Daarnaast zullen Indonesische militairen, parlementariërs en wetenschappers gezamenlijk cursussen volgen waarin behalve civiel-militaire betrekkingen ook conflictoplossing aan de orde komt.

Van belang is dat minister De Grave ook materiële steun aan de Indonesische marine overweegt. Piraterij vormt een groot probleem in de wateren rond Indonesië. Hoewel dit een mondiaal probleem is, voert Indonesië de top aan op dit gebied. In de eerste zes maanden van dit jaar nam liet aantal aangemelde gevallen van zeeroverij wereldwijd toe van 115 tot 160. De wateren rondom Indonesië namen 25 procent voor hun rekening.

In werkelijkheid is het aantal gevallen waarschijnlijk driemaal zo hoog, want rederijen melden piraterij vaak niet uit vrees voor represailles. Voor de bestrijding hiervan is een kustwacht vereist met snelle patrouilleboten en verkenningsvliegtuigen.

Minister De Grave heeft toegezegd de mogelijkheden tot ondersteuning op operationeel gebied te zullen bezien. Het moge duidelijk zijn dat een vrije vaart door de Indonesische wateren ook een Nederlands (handels) belang is.

Concluderend zal de transformatie van de Indonesische krijgsmacht een proces van vallen en opstaan zijn en waarschijnlijk zo'n vijf jaar in beslag nemen. Maar zoals de veranderingen in Zuid-Korea, Taiwan, de Filipijnen, Thailand en Bangladesh de afgelopen jaren hebben aangetoond, gaan de ontwikkelingen in Azië onmiskenbaar in de richting van een democratisch gecontroleerde krijgsmacht.

En dat geeft hoop.