Wat als 9/11 een mooie herfstdag was gebleven?
Als nu eens echt naar Williams was geluisterd, hadden de aanslagen van '11 september' niet plaatsgevonden. Dan was die dinsdag gewoon een prachtige nazomerdag geweest. Dan had de geschiedenis een andere wending genomen. Maar welke dan? Hoe zouden de Verenigde Staten en de wereld eruitzien als die dinsdag geen beruchte datum was geworden? En wat zegt dit fictieve scenario ons over de gevolgen van de echte 9/11?
Allereerst de Amerikaanse politiek. President Bush was in september 2001 na een lange zomervakantie weer teruggekeerd in Washington. Hij had in de eerste acht maanden van zijn presidentschap al flink georeerd over een antirakettenschild dat Amerika onkwetsbaar zou maken voor aanvallen vanuit schurkenstaten.
Kranten schreven begin september al over neo-isolationisme. Waarom zou Amerika zich nog militair-strategisch met de rest van de wereld bemoeien? Bush wilde een plattelandspresident zijn. De ranch in Crawford was zijn versie van het kleine huis op de prairie.
Al Qaida had eind 20ste eeuw wel wat speldenprikken uitgedeeld en een paar aanslagen gepleegd, maar echt een deuk slaan in het pantser van Amerika was voor dit gezelschap amateurterroristen een utopie. Bin Laden was in feite een halvegare met een slechte gezondheid vastgeketend aan medische apparaten. De trainingskampen voor terroristen waren niet te vergelijken met de high-tech kazernes van Amerika. De ultramoderne Amerikaanse radarvliegtuigen controleren iedere centimeter op aarde.
Zonder 9/11 was Amerika op 9/12 - en ook daarna - nog steeds de 'land of the free' geweest met een afkeer van welke inbreuk op privacy dan ook. Niet voor niets werden in 2000 in Florida diverse rechtszaken aangespannen toen de autoriteiten, net als in Europa, de euvele moed hadden bij stoplichten camera's op te hangen die auto's konden fotograferen. 'Big Brother is watching you' wordt in Amerika nooit realiteit. Uitgesloten. Tenminste, als 9/11 een normale dag was gebleven.
In Amerika veranderde verder niet veel. Weliswaar dromen vanaf dag 1 van het Bushtijdperk hardliners als Dick Cheney, Donald Rumsfeld en Paul Wolfowitz van een afrekening - nee, een oorlog! - met Irak, maar Bush trok de conclusie dat hij andere landen, de Veiligheidsraad en ook de gematigde minister van buitenlandse zaken Colin Powell, nooit aan zijn zijde kon krijgen.
Bush kreeg later wel te maken met grote problemen, maar die waren van binnenlandse aard. De economie vertoonde tekenen van achteruitgang. Bush reageerde hierop passief met een laissez-fairepolitiek en belastingverlagingen voor de allerrijksten. Bush werd verweten dat hij op de winkel paste maar verder weinig deed. Niet bepaald de 'conservatief met compassie' zoals hij zich in de campagne van 2000 nog had gepresenteerd. Slechts in een oorlogssituatie zouden mensen bereid zijn geweest achter zo'n president te blijven staan. En zonder 9/11 was die oorlogssfeer er niet.
Zijn Democratische uitdager, oorlogsheld John Kerry, kon Bush in 2004 dan ook gemakkelijk verslaan. In 2008 werd Kerry herkozen. Er waren wel problemen met banken en de huizenmarkt maar die waren betrekkelijk gemakkelijk op te lossen. De VS hadden nog steeds een begrotingsoverschot en dat gaf het Washington van Kerry de mogelijkheid ook financieel op de juiste momenten met flinke bedragen te interveniëren.
Inmiddels is de presidentiële verkiezingscampagne van 2012 opgestart. Kerry mag volgens de grondwet niet nog een keer herkozen worden. Het grote nieuws is dat Hillary Clinton zich verkiesbaar heeft gesteld. Zij heeft grote kans de nieuwe president te worden. De Clintons zijn onverslaanbaar. Hillary heeft zich als gerespecteerd senator uitgebreid geprofileerd. Haar man Bill is nog steeds mateloos populair en wordt door zwarte Amerikanen in feite als hun eerste zwarte president gezien.
Soms hoor je wel de naam van een zekere senator Barack Obama. Zijn gebrek aan ervaring steekt wel heel erg af tegen dat van de Clintons. Barack wie? Kansloos!
Inmiddels hadden tijdens de regeerperiode van Bush in Europa grootschalige terroristische aanvallen plaatsgevonden. Met hun 'America First'-politiek boden de neoconservatieven slechts mondjesmaat hulp. Later zou president Kerry de speciale banden met Europa hebben aangehaald. Hij besefte dat in een wereld waarin Aziatische landen steeds machtiger worden, Europa en de VS dezelfde democratische kernwaarden delen en moeten koesteren. 'Wij moeten gezamenlijk een welvarend economisch en machtig militair blok vormen', aldus de oud-president in zijn afscheidsrede.
Als we in 2011 de balans voor Amerika opmaken, zien we dat in september 2001 de gouden jaren negentig echt voorbij zijn. In het eerste decennium van de eenentwintigset eeuw luidt het parool weer 'back to normalcy'. Huizenprijzen zijn wat teruggevallen maar inmiddels gestabiliseerd, de werkloosheid is op het aanvaardbare niveau van zo'n 5% beland.
Het goede nieuws komt dus uit Amerika. Uit Europa komen verontrustende berichten. In de door terroristische aanslagen geplaagde 'Oude Wereld' (Londen, Madrid) is een 'War on Terror' gaande tegen een nieuwe vijand: de radicale islam. Rabiaat wantrouwen drijft burgers steeds verder uit elkaar. Er is een Europese opbloei van anti-overheidspopulisme. In de VS is de 'Tea Party'-beweging een variant daarvan, maar dat is slechts een splinterbeweging.
Voor Amerika is het Europese extremisme een 'ver-van-ons-bedshow'. Amerikanen zijn de hoeders van het internationale recht en stonden aan de wieg van de Verenigde Naties en van de universele rechten van de mens. Gevangenen, wat ze ook hebben gedaan, zullen nooit zonder enige vorm van proces, berecht worden. Laat staan in foltercellen belanden.
Zonder 9/11 oogsten de VS nog steeds de bewondering van de wereld tot in de Arabische straten aan toe, waar met name jongeren hunkeren naar die typisch Amerikaanse vrijheden. In steden als Detroit en Chicago wonen een paar miljoen moslims als brave staatsburgers. Zij doen keurig hun inburgeringsexamens en mogen ten volle hun eigen identiteit koesteren. Dat is de kracht van Amerika en daar kunnen Europeanen heel wat van leren. 'Celebrating diversity!'
Amerika is het product van de Verlichting. Niets maar dan ook niets kan Amerikanen dat onverwoestbare vooruitgangsoptimisme afnemen. De veerkracht van het land is ongeëvenaard. Tenminste, als 11 september 2001 niet '9/11' was geworden.