Research
Articles
Zonder Pakistaanse steun geen stabiel Afghanistan
Het Pakistaanse leger heeft zich de laatste jaren uit sommige van deze moeilijk onder controle te brengen grensgebieden teruggetrokken, vanwege de ruim 700 militairen die hier het leven lieten. De regering van president Musharraf sprak eind 2005 met lokale stamleiders in Zuid-Waziristan af dat het Pakistaanse leger zijn wapens niet zou gebruiken als de stamleiders hun medewerking aan aanslagen in Afghanistan zouden stoppen. Soortgelijke overeenkomsten zijn vorig jaar in Noord-Waziristan en dit jaar in Bajaur gesloten. Sindsdien zijn de aanvallen vanuit Pakistan in Afghanistan alleen maar toegenomen. Nadat vorige maand militanten in Noord-Waziristan een eenheid van het Pakistaanse leger hadden aangevallen, laaide het geweld in het wetteloze gebied weer op. Hiermee kwam een eind aan het tien maanden oude bestand.
Pakistan heeft zowel geopolitieke als binnenlandse redenen om Afghanistan te destabiliseren. Geopolitiek ziet Islamabad Afghanistan nog steeds als een land dat 'strategische diepte' kan verschaffen, waarin het zich kan terugtrekken in het geval van een oorlog met India. Daarnaast vreest Pakistan voor een onafhankelijke Afghaanse staat die aan India is gelieerd. Deze 'India factor' bepaalt voor een belangrijk deel het Afghanistanbeleid van Pakistan.
New Delhi vreest op zijn beurt voor een islamitische radicalisering van Afghanistan, vooral wanneer deze wordt gesponsord vanuit Pakistan. De offensieve operaties die belangrijke jihadorganisaties vanuit Pakistan in Afghanistan en Kasjmir uitvoeren, komen uit dezelfde religieuze roeping voort.
Pakistan is ook niet vergeten dat tijdens het Talibanregime, dat het zelf in het zadel had geholpen, India - naast Rusland en Iran - de oppositionele Noordelijke Alliantie trainde, uitrustte en financierde. De Pakistaanse vrees voor India is de laatste tijd weer aangewakkerd door de banden die India met de huidige Afghaanse regering heeft aangeknoopt. Zo heeft New Delhi 565 miljoen dollar bijgedragen aan Afghaanse reconstructie- en ontwikkelingsactiviteiten. India onderstreept hiermee dat het een regionale economische macht wil worden, die klaar staat om regionale verantwoordelijkheden op zich te nemen.
Islamabad beschuldigt bovendien India ervan, dat de opening van Indiase consulaten in Afghanistan meer te maken heeft met het topgeheime inlichtingen-agentschap (de Research and Analysis Wing) van India dan met humanitaire hulp. Ook zou India netwerken van terroristenkampen in Afghanistan hebben opgericht. Verder beschuldigt het hoofd van de Pakistaanse provincie Balochistan de Indiase geheime diensten ervan betrokken te zijn bij veertig terroristenkampen in zijn provincie, die de opstand voor afscheiding van Balochistan steunen.
Pakistan beschouwt de Indiase activiteiten als een poging zijn grondgebied te omsingelen en druk uit te oefenen. Islamabad voelt zich door de groeiende politieke, militaire en economische banden van India met zowel Afghanistan als de VS gemarginaliseerd. Vanuit het gezichtspunt van Pakistan zijn de Taliban en de Pashtuns dan ook de enige legitieme 'troeven' waarover het beschikt.
Naast deze geopolitieke factoren, zien de Pakistaanse elites liever dat de Pashtuns hun ambities in het grensgebied in Afghanistan realiseren, dan dat zij een grotere autonomie in Pakistan verkrijgen, om maar te zwijgen van het schrikbeeld van een onafhankelijk Pash-tunistan.
Een belangrijk twistpunt tussen Afghanistan en Pakistan vormt de Durand-lijn. Deze naar de toenmalig Brits-Indische minister van Buitenlandse Zaken genoemde grens werd in 1893 ingesteld om de Pash-tuns die in de bergen wonen, te scheiden van de Pashtuns die op de laagvlakte wonen. Afghanistan - dat als enige land in 1947 tegen het Pakistaanse lidmaatschap van de Verenigde Naties stemde - weigert deze grens te erkennen. Kabul eist nog steeds dat het gebied van de Pashtuns in Pakistan weer tot het grondgebied van Afghanistan gaat behoren.
Studies over nationbuilding en counterinsurgency concluderen, dat het vrijwel onmogelijk is een ontwrichte samenleving weer veilig en stabiel te maken zonder de steun van buurlanden. Daarnaast is vereist dat een einde wordt gemaakt aan de activiteiten van opstandelingen die steun van buitenaf krijgen en over nabijgelegen uitvalsbases beschikken.
Het is dan ook de vraag of de NAVO haar missie in Afghanistan tot een goed einde kan brengen zonder regionale spelers bij de dynamiek van Afghanistan te betrekken. Regionale actoren, zoals Pakistan en India - maar ook Iran en Rusland - dienen ervan overtuigd te worden hun steun aan het Afghaanse vredesproces te verlenen.
Alleen door deze landen bij het vredesproces te betrekken, bestaat er kans op een stabiel Afghanistan. De verhouding tussen Pakistan en Afghanistan dient hierbij de hoogste prioriteit te krijgen. Anders zullen, zoals een hoge Amerikaanse militair in het zuiden van Afghanistan zei, de NAVO-troepen voortdurend risico's blijven lopen.