Research

Europe and the EU

Opinions

De EU-Turkije deal: een dubieuze aanpak van het migratievraagstuk

26 Oct 2016 - 11:01
Bron: Wikimedia Commons

Houdt de deal stand?

In de Europese hoofdsteden is de grote vraag of te midden van turbulente ontwikkelingen in Turkije de afspraken met Ankara over vluchtelingen, beter bekend als de EU-Turkije deal, stand houden. Op 18 maart jl. sloot de EU een politiek akkoord met Turkije, dat in essentie draait om het verminderen van de illegale migratie naar Griekenland, in ruil voor een legale optie.  De gevaarlijke route over de Egeïsche Zee moest worden ontmoedigd en een aantrekkelijk alternatief zou worden geboden. Daarvoor was nodig de opvang van vluchtelingen in Turkije te verbeteren, het netwerk van mensensmokkelaars op te rollen en de grensbewaking te verstevigen. De Turkse regering heeft op al deze punten geleverd, waardoor het aantal verdrinkingen op de Egeïsche Zee aanzienlijk is gedaald, evenals het aantal asielzoekers dat in Griekenland aankomt (een daling van 98%).

In ruil hiervoor investeert de EU de komende drie jaar zes miljard euro in betere opvang van de vluchtelingen in Turkije. Als de instroom substantieel zou dalen, zou er ook serieus werk gemaakt worden van grootschalige hervestiging van vluchtelingen naar Europa. Daarnaast werd afgesproken de onderhandelingen over visumvrij reizen voor Turken te versnellen en de EU-toetredingsgesprekken nieuw leven in te blazen.

Dat is echter een ongewenste koppeling, omdat daarmee de indruk werd gewekt dat de EU bereid is een oogje dicht te doen wat betreft de binnenlandse repressie in ruil voor het tegenhouden van migranten. Tevens stoelt de juridische onderbouwing van het akkoord op de veronderstelling dat Turkije een ‘veilig derde land’ is – een aanname die vanaf het begin controversieel is en helemaal nu er tienduizenden mensen slachtoffer zijn van de zuiveringen. Exemplarisch is dat onlangs een Turkse rechter samen met zes Syrische vluchtelingen in een bootje aankwam op een Grieks eiland om daar asiel aan te vragen.

De Turkse regering dreigt openlijk met het opzeggen van het akkoord als niet op korte termijn de visumplicht voor haar burgers door de EU wordt afgeschaft. Vanuit Turks perspectief is het de EU die zich niet aan de afspraken houdt: het toegezegde geld gaat veelal naar VN-organisaties, niet naar de Turkse overheid; de kernhoofdstukken van de toetredingsonderhandelingen zijn nog steeds geblokkeerd (door Cyprus); in een half jaar tijd zijn slechts 1.600 mensen via een luchtbrug uit Turkije naar de EU overgebracht en ten slotte wordt zelfs het langverwachte en felbegeerde visumvrij reizen voor Turkse toeristen tegengehouden.

Turkije was visumvrij reizen beloofd, mits het aan alle 72 eisen zou voldoen, waarvan er nu nog zeven criteria open staan. Het heikele punt is of de Turkse regering uiteindelijk bereid is haar antiterreurwetgeving op een zodanige manier aan te passen dat het niet tevens als een repressiemiddel wordt gebruikt tegenover kritische journalisten, parlementariërs en wetenschappers. Bovendien kunnen we inmiddels stellen dat de situatie zich eerst moet normaliseren na de couppoging van 15 juli. Een goedkeuring van visumliberalisering zal zeker niet komen zolang de noodtoestand van kracht is in Turkije. De EU moet flexibiliteit tonen teneinde het politieke akkoord overeind te houden en te verbeteren, maar op de fundamentele waarden mag zij geen compromissen sluiten en dus moet er aan alle eisen worden vastgehouden, zoals we dat bij andere landen ook doen. Wel moet worden bedacht dat Turkije door aan 72 technische eisen, in het bijzonder gericht op kwaliteit van reisdocumenten en grensbewaking, te voldoen, niet opeens een perfecte democratie wordt. De betrouwbaarheid van de EU zal pas dan worden getest als de Turkse regering bereid is aan alle eisen te voldoen – een scenario dat men niet moet uitsluiten, gezien het belang dat aan visumvrij reizen wordt gehecht. Houdt de EU dan woord?

Een plan B?

Een veel gestelde vraag is of er een plan B is. Wat te doen als morgen Ankara besluit de afspraken op te zeggen en niemand meer terug te nemen? De Schengengrenzen zijn inmiddels potdicht en de paniek van vorig jaar is voorbij. In Nederland, Duitsland en Zweden zijn we echt wel beter uitgerust om met een noodscenario om te gaan, maar in Griekenland en de Balkan is men dat zeer zeker niet. Het gaat om fragiele staten waar nu al tienduizenden vluchtelingen vast zitten, met hele lange wachttijden voor de asielprocedures. Nog eens tienduizenden vluchtelingen erbij kan Griekenland niet aan. Daarnaast is het ook de vraag of we dan onze grensbewaking (weer) in de handen willen leggen van een niet-EU land, te weten Macedonië, waardoor het ook voor de Balkanlanden dramatisch zou kunnen uitpakken. Tegelijkertijd zullen we hoe dan ook moeten blijven investeren in het wegnemen van een belangrijke ‘push factor’, door de situatie voor vluchtelingen in Turkije – en de andere landen in de regio – zoveel mogelijk te verbeteren, met of zonder deal.

Tegenwoordig gaan er geluiden op om in navolging van de afspraken met Turkije, een soortgelijk akkoord (‘migration compact’) met Libië te sluiten. Het is echter onmogelijk om de afspraken met Turkije te kopiëren en toe te passen op Libië. Voorwaarde daarvoor is dat het betreffende land een 'veilig derde land' is en dat is bij Turkije al moeilijk hard te maken, laat staan bij Libië. Toch lijkt het erop dat het EU-buitenland- en ontwikkelingsbeleid er in toenemende mate puur gericht is op het tegenhouden van migratie door het sluiten van dergelijke ‘migration compacts’ met derde landen.

Samenwerking met de landen om ons heen is hard nodig, maar het is belangrijk dat er bij afspraken met derde landen de juiste voorwaarden worden gesteld aan EU hulp en financiering, bijvoorbeeld op ‘goed bestuur’ en het respect voor mensenrechten. Laten we 'foute' regeringen niet belonen voor het tegenhouden van vluchtelingen, maar ons inzetten om de grondoorzaken van conflicten weg te nemen en recht doen aan de humanitaire en juridische plicht om mensen in nood bescherming te bieden.

Kati Piri is namens de PvdA lid van het Euro­pees Parlement, o.a. als Turkije-rapporteur.

Lees ook ‘EU-Turkije: een moeizame relatie’ in Clingendael Magazine Internationale Spectator.