Research

Security and Defence

Opinions

Buitenlands beleid wordt steeds pragmatischer

05 Jan 2017 - 11:18
Source: Sgt. Ian Schell - US Army photo/flickr

"Dag dominee, dag koopman”, kopte een hoofdredactioneel in NRC Handelsblad van 25 november jl. Het redactioneel was een lovende reactie op de standpunten van minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, die deze had verkondigd tijdens de behandeling van de begroting van zijn departement eind november jl. Een week eerder had de minister een uitgebreid college over het buitenlands beleid met zeven trends en zeven oplossingen gegeven aan de Universiteit Leiden.

Buitenlandwoordvoerder van de Tweede Kamerfractie van de VVD, Han ten Broeke, liet zich dit jaar ook niet onbetuigd. Hij publiceerde eerder medio juni een boekje onder de titel “10 vuistregels voor een realistisch buitenlands beleid”. Kortom, aanleiding aandacht te besteden aan enkele ideeën van beide politici.

Pragmatisch en zakelijk
Opmerkelijk is dat hun opvattingen over ons buitenlands beleid weliswaar in verschillende bewoordingen zijn geformuleerd, maar in grote mate overeenkomst tonen qua toonzetting en inhoud. Beide politici strooien dan ook rijkelijk met woorden als realistisch, zakelijk, pragmatisch, effectief, haalbaar, globalisering en instabiliteit. Volgens Koenders bevinden we ons op een 'kantelmoment': desintegrerende krachten winnen het immers van het proces van geleidelijke mondiale integratie. Kortom, de globalisering is over zijn hoogtepunt heen.

Als illustraties van het kantelmoment noemt Koenders de Verenigde Staten (Trump) en het Verenigd Koninkrijk (Brexit) die zich aan het heroriënteren zijn op hun trans-Atlantische positie; landen als Rusland, Turkije en Iran die zich manifesteren op hun eigen  autocratische wijze; het gewicht van de Europese Unie dat afneemt en het economisch evenwicht dat verder schuift naar Azië. Daarnaast is er een permanente dreiging van terrorisme en de instabiliteit aan de zuidflank van Europa die tot grote stromen vluchtelingen leidt.

Geen opgeheven vingertje meer
De minister getuigt van een pragmatische instelling door af te stappen van de tegenstelling tussen realisme en idealisme. Ook de Kamer erkende bij de begrotingsbehandeling vrijwel unaniem dat het traditionele contrast tussen de dominee en de koopman achterhaald is. De tijd dat in ons buitenlands beleid sprake was van een internationalistisch idealisme met vaak een opgeheven vingertje is voorbij. Koenders stelt dat het in ons buitenlands beleid gaat om het verwerven van invloed en dat vraagt allereerst om een pragmatische instelling. Plus het besef dat het voor het van de rest van de wereld zo afhankelijke Nederland van het grootste belang is een actief buitenlands beleid te voeren in woord en daad. Kortom, de tijd dat we een middelgrote mogendheid waren, is voorbij.

Als idee voor een volgend kabinet oppert Koenders de instelling van een nationale Veiligheidsraad in plaats van al die verschillende veiligheidsoverleggen die Den Haag nu kent. In de ministers brede – en terechte - opvatting van veiligheid vallen hieronder ook diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, operaties, klimaat en milieu. Het is een goed idee van de minister, maar het is in het verkokerde Den Haag waarschijnlijk moeilijk te realiseren. Opmerkelijk is de geringe aandacht die Koenders aan mensenrechten besteedt: slechts één zin, waarin staat, dat we de mensenrechten hoog in het vaandel houden. Ten Broeke gaat echter uitvoerig in op de mensenrechten, waarbij voor hem een vuistregel is dat de effectiviteit van mensenrechtenbeleid belangrijker is dan de uniformiteit. Voor deze liberale politicus is de realiteit dat veel mensenrechten nauwelijks als universeel worden ervaren. Implementatie in de lokale wetgeving dient volgens hem in zekere mate rekening te houden met en in te spelen op lokale omstandigheden en instituties.

Voor Ten Broeke is het nationaal belang, dat in vroeger tijden een besmette term was, de primaire drijfveer van het buitenlands beleid. Voor de liberale politicus is het nationaal belang opgebouwd uit vrijheid, veiligheid en welvaart. Dit nationaal belang is uiteraard niet statisch en kijkt wantrouwend naar het maakbaarheidsdenken. Als essentie van een realistisch buitenlands beleid dat Ten Broeke voorstaat citeert hij John F. Kennedy: "It's an idealist without illusions".

Europeanen en Atlantici
Op het gebied van veiligheid scheiden de politici echter tot op zekere hoogte elkaars wegen. Hier is namelijk sprake van de aloude tegenstelling tussen Europeanen en Atlantici. Koenders vindt dat Europa groter moet durven zijn dan het zich nu laat zien. Hij vindt dat we het Europese Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid moeten versterken en dat het hoog tijd is voor een echte serieuze Europees civiel-militaire planningscapaciteit. De aansturing van militaire en civiele missies vindt de minister nog teveel versnipperd. Hij vindt ook dat we het Verenigd Koninkrijk in onze Europese veiligheidspolitieke samenwerking moeten verankeren. De minister wijst dan ook als dreiging op het risico van een Angelsaksischdisengagementvan Europa. Koenders toonde zich duidelijk voorstander van vergaande militaire samenwerking binnen Europa en een Europese CIA. Duitsland dient daarbij de leidersrol op zich te nemen. De meerderheid in de Kamer heeft hier zijn twijfels over.

Ten Broeke vindt dat er maar één internationale organisatie is die Nederland veilig kan houden, en dat is de NAVO. Hij wijst het ontwikkelen van een autonome EU af omdat dit volgens hem niet alleen ineffectief is, maar bovendien dreigt te leiden tot een uitholling van de NAVO. De liberale woordvoerder neemt afstand van een Europees leger vanwege het ontbreken van de nationale zeggenschap en praktische onhaalbaarheid. Dit is ook de mening van een meerderheid onder de Nederlandse bevolking. Een Europees leger is vooralsnog dan ook verre toekomstmuziek. Ten Broeke is wel voorstander van defensiesamenwerking in Europa. Dit mag echter niet een niveau bereiken dat verder gaat dan coördinatie. Tijdens de begrotingsbehandeling hielden VVD en CDA vast aan een transAtlantische koers, met de NAVO. PvdA en D66 vonden daarentegen dat Europa op veiligheidsgebied militair zelfstandiger moet worden.

Europa moet zich versterken
Onlangs onderstreepte de Europese Commissie de ambitie van de EU te streven naar de status van supermacht. Zij stelt voor jaarlijks miljarden euro’s uit te geven aan het onderzoek naar nieuwe militaire technologieën en de productie van Europese drones. De vraag is of de lidstaten en het Europees Parlement hier het groene licht voor geven. Los van de bovengenoemde tegenstelling is bijna iedereen het over eens dat Europa zich op veiligheidsgebied dient te versterken. Dit komt immers zowel de NAVO als de EU ten goede.

De annexatie van de Krim, het conflict in Oost-Oekraïne, Brexit en de opmerkingen van toekomstig president Donald Trump over de geringe bereidheid van Europa voldoende geld in defensie te steken, hebben in Europa geleid tot het bewustzijn meer (financiële) aandacht aan defensie te besteden en meer samen te werken.

Samengevat constateren beide politici in hun brede exposés , dat de tijd dat de Nederlandse bevolking zich veilig achter de dijken meende te voelen, definitief verleden tijd is!