Reports and papers
28 October 2024

Patriottisme ontmoet pragmatisme - Het Turkse diasporabeleid in Nederland

Afbeelding gegenereerd via Chat GPT/DALL E, 2024
Samenvatting
  • De Turkse overheid voert een ideologisch gedreven diasporabeleid met gemengde effecten
  • Diversiteit en pragmatisme van de Turks-Nederlandse gemeenschap bemoeilijken de implementatie van het Turkse diasporabeleid
  • De koers van het Turks diasporabeleid zal de komende jaren ongewijzigd blijven
  • De mogelijkheden om het Turkse diasporabeleid te beïnvloeden vanuit Nederland zijn beperkt.
  • De sleutel om de invloed van het Turkse diasporabeleid op Turkse Nederlanders te verminderen, ligt in het Nederlands antidiscriminatie- en integratiebeleid.

Dit onderzoek maakt een analyse van de interactie tussen het Turkse diasporabeleid en de ontvankelijkheid van de Turks-Nederlandse gemeenschap voor dit beleid. Op basis van het onderzoek kan een vijftal brede inzichten gedestilleerd worden.

Allereerst maakt het rapport duidelijk dat de huidige Turkse overheid een ideologisch gedreven diasporabeleid voert. De AKP koestert een duidelijk beeld van de ideale ‘diaspora-Turk’: hij/zij is loyaal aan de Turkse staat en de huidige Turkse regering, is een goede ambassadeur van Turkije, en heeft de sociale en culturele waarden van de AKP geïnternaliseerd. Hoe belangrijk Ankara de relaties met ‘Turken in het buitenland’ acht, blijkt uit de snelle uitbreiding van de instituties in het buitenland die het diasporabeleid moeten uitvoeren. De effecten van dit beleid op de Turks-Nederlandse gemeenschap zijn gemengd. Een deel blijkt al een ‘diaspora-Turk’ te zijn, zoals de AKP die graag zou zien, en maakt graag gebruik van de diensten die de Turkse overheid in Nederland aanbiedt. Het is moeilijk te onderzoeken in hoeverre het Turkse beleid specifiek de loyaliteit en het culturele waardenpatroon van deze mensen beïnvloedt, al is het wel aannemelijk dat de diensten die Turkije aanbiedt de band eerder zullen verstevigen dan verzwakken. Een tweede groep wil ofwel graag gebruik maken van de diasporadiensten maar voelt zich uitgesloten (bijvoorbeeld omdat men aanhanger is van de oppositie tegen president Erdoğan), ofwel vindt de Turkse activiteiten in Nederland ongewenst en voelt zich in sommige gevallen zelfs onveilig. Ten slotte lijkt er een groep te zijn, uit alle politieke gezindten, die weinig informatie heeft over het Turkse diasporabeleid maar er graag gebruik van zouden maken als ze zouden weten welke diensten ze kunnen afnemen. Met andere woorden: zij willen méér diasporabeleid. Dit laatste inzicht is gebaseerd op de focusgroep-analyse, waardoor moeilijk te duiden is hoe groot deze groep daadwerkelijk is.

Ten tweede verheldert het onderzoek dat de implementatie van het Turkse diasporabeleid op twee potentiële barrières stuit. Om te beginnen de hierboven beschreven diversiteit van de Turks-Nederlandse gemeenschap: een deel van de Turkse Nederlanders toont zich weinig ontvankelijk voor het ideologische verhaal van de AKP, en het is gecompliceerd voor Ankara om deze groep te bereiken. De volgende barrière betreft de motivaties van Turkse Nederlanders om gebruik te maken van de Turkse diasporadiensten. Turkse Nederlanders, ook een groot deel van de AKP-aanhangers, lijken vooral pragmatisch naar het beleid te kijken. Wanneer een aspect van het diasporabeleid het leven voor hen vergemakkelijkt, maken zij er graag gebruik van, maar als dat niet het geval is daalt het enthousiasme aanzienlijk. Een duidelijk voorbeeld zijn de weekendscholen: velen zijn gevestigd in Diyanet-moskeeën op loopafstand. Aangezien veel Turkse Nederlanders de behoefte voelen om hun kinderen religie- en Turks taalonderwijs aan te bieden is het voor hen makkelijk om ze naar een dergelijke school in de buurt te sturen. Uit de focusgroepen bleek dat sinds een aantal maanden de Turkse overheid gratis online taalonderwijs verzorgt, waarop veel respondenten overschakelden vanwege het grotere gemak. Deze pragmatische houding staat in contrast met de ideologische doelstelling van de AKP: het is niet ondenkbaar dat indien een ándere partij toegankelijke, kwalitatief goede weekendscholen aanbiedt, een significant deel van de Turkse Nederlanders de belangstelling voor de instituties van de Turkse overheid verliest.

Ten derde maakt het onderzoek aannemelijk dat de AKP zijn strategische agenda, inclusief diasporabeleid, voor het binnen- en buitenland zal voortzetten. De kans is groot dat Turkije de komende jaren verder het pad zal bewandelen van conservatisme, religiositeit en autoritarisme terwijl Turkse ambities om een belangrijkere speler op het internationale toneel te worden verder zullen groeien. Diaspora zullen derhalve een belangrijke factor blijven in het daarbij behorende machtsspelspel van soft power en invloed. Het is aannemelijk dat Turkije de komende jaren op punten zal botsen met haar Westerse ‘partners’, waardoor leden van de Turkse diaspora in Europa zich mogelijk meer gedwongen zullen voelen om ‘een kant te kiezen’. Het is denkbaar dat een dergelijke ontwikkeling zal leiden tot spanningen binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap, en mogelijk ook in de gehele Nederlandse samenleving, zoals al eerder is gebeurd rondom de couppoging in Turkije in 2016 en het Turkse grondwettelijk referendum in 2017. Deze spanningen zullen toenemen wanneer het meer ideologisch gemotiveerde beleid van Ankara zou landen in een Nederland waarin het tegengaan van discriminatie minder hoog op de agenda staat: het risico is dan groot dat Turkse Nederlanders die zich buitengesloten voelen zich meer zullen wenden tot Ankara (zie ook het vierde inzicht).

Het vierde inzicht behelst de realisatie dat de mogelijkheden om het Turkse diasporabeleid te beïnvloeden vanuit Nederland beperkt zijn omdat de AKP een ideologisch gedreven beleid voert, sinds de verkiezingen in 2023 een nog sterkere machtspositie heeft in Turkije, en een naar verwachting op punten moeizame relatie zal blijven houden met Westerse partners. Ankara ziet de diaspora bovendien als een integraal onderdeel van het Turkse buitenlandsbeleid. Ten slotte wordt het Turks diasporabeleid door een deel van de Nederlanders weliswaar als maatschappelijk onwenselijk gezien, maar zijn vele aspecten (namelijk die onderdelen die niet intimidatie of monitoring van de diaspora betreffen) ervan niet onwettelijk: dat zorgt ervoor dat de Nederlandse overheid een beperkt beleidsinstrumentarium heeft om hierop te reageren.

Ten vijfde maakt dit onderzoek inzichtelijk dat de sleutel om de ontvankelijkheid onder Turkse Nederlanders te verminderen voor ongewenste delen van het Turkse diasporabeleid niet in het overtuigen van Ankara ligt, maar in het verder verbeteren en verfijnen van het Nederlandse beleid op het gebied van anti-discriminatie en maatschappelijke integratie. De survey laat zien dat er een sterke samenhang is tussen de tevredenheid van Turkse Nederlanders met het integratie- en antidiscriminatiebeleid en hun ontvankelijkheid voor Turks diasporabeleid. Met andere woorden: de mate waarin Turkse Nederlanders zich welkom voelen in de Nederlandse samenleving is een hoofdfactor om het enthousiasme (of het gebrek daaraan) van deze groep over diaspora beleid vanuit Ankara te kunnen begrijpen.

Download rapport.

Bekijk hier het dashboard met alle grafieken.

Figuur 19 op pagina 38 van het rapport: Hoe beoordeelt u de volgende aspecten van de Turkse betrokkenheid bij de Turks-Nederlandse gemeenschap?

 

Staatssecretaris Nobel verwijst in de Kamerbrief Veerkracht en weerbaarheid in relatie tot buitenlandse inmenging van 26 maart 2025 naar ons rapport over het Turkse diasporabeleid.

Authors