Research

Trade and Globalisation

Opinions

Solidariteit is in Oost-Europa een besmet begrip

25 Sep 2015 - 13:26
Source: Hungary: Budapest, 4 September 2015 / Flickr / CC / Stephen Ryan - IFRC

Vanwaar de weerzin bij Oost-Europese EU-lidstaten tegen de opvang van vluchtelingen? Die kan ze nog weleens opbreken.

‘De landen die we collectief kennen als Oost-Europa, waaronder mijn geboorteland Polen, hebben bewezen intolerant, onliberaal, xenofoob te zijn en niet in staat zich de geest van solidariteit, die hun een kwart eeuw geleden de vrijheid bracht, te herinneren.’ Dit keiharde oordeel velde de Poolse historicus Jan Gross enige dagen geleden. Wie de reacties in Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije op de vluchtelingencrisis van de afgelopen tijd heeft gevolgd, kan het daar nauwelijks mee oneens zijn. Met name Hongarije en Slowakije verzetten zich hevig tegen een betere verdeling van asielzoekers over de 28 lidstaten van de Europese Unie. Dat gebeurde in bewoordingen waar inderdaad de xenofobie vanaf droop. De Slowaakse premier Robert Fico kondigde aan alleen christelijke  vluchtelingen te willen accepteren (volgens Eurocommissaris Frans Timmermans een niet erg christelijke opvatting).

Dramatisch

Regeringschef Viktor Orbán van Hongarije hanteerde mogelijk nog racistischer taal en zijn acties om de vluchtelingenstroom in te dammen, leverden dramatische en intrieste beelden op. In Polen en Tsjechië was de toon gematigder, maar ook daar is de bereidheid vluchtelingen uit Syrië op te nemen minimaal en zeker niet als dat verplicht zou worden. Dat lidstaten – ook deze vier – zich verzetten tegen Brusselse dictaten, is niet nieuw. Maar dat in de noodsituatie van nu zo weinig solidariteit wordt getoond, wordt elders absoluut niet begrepen. Zeker omdat van de vier alleen Hongarije met een instroom van vluchtelingen is geconfronteerd. In de vier hoofdsteden was nog wel bereidheid mee te denken over een vrijwillige verdeling van aantallen, mits er zeggenschap zou zijn over wie en hoe. Men wil echter koste wat het kost voorkomen dat lidstaten nu en in de toekomst verplicht contingenten van vluchtelingen moeten opnemen, was de boodschap. ‘Niet wakker worden met honderdduizend Arabieren in huis’, zoals Fico meende. 

De uitkomst van dit alles was dat de EU zich gedwongen zag bij meerderheid te beslissen over de verdeling van 120.000 vluchtelingen. Polen – uit angst voor al te grote reputatieschade – schaarde zich uiteindelijk bij de meerderheid, maar bleef volhouden dat het om een vrijwillige regeling gaat. De andere drie landen, aangevuld met Roemenië, stemden tegen. De Slowaakse premier kondigde onmiddellijk na het besluit aan dat zijn land de uitvoering ervan juridisch gaat boycotten. Slowakije moet 802 vluchtelingen opnemen. Zijn Hongaarse collega sprak van ‘moreel imperialisme’.

Collaborateurs

In de kern gaat het verzet om een grote weerstand tegen de multiculturele samenleving. Daarvan zijn deze landen ‘verschoond’ gebleven door hun communistische verleden. De enige ervaring die men daar had, was met buitenlanders afkomstig uit landen die ‘bevriend’ waren met Moskou – Vietnam, Angola, Cuba en dergelijke. Zij werden gezien als collaborateurs. De dreigende instroom van vluchtelingen uit islamitische landen wordt ervaren als een grote bedreiging van de eigen, christelijke cultuur. Men verwijst daarbij naar de integratieproblemen in andere EU-lidstaten en de terroristische dreiging daar. Hoewel veel individuele Hongaren hun handen naar de vluchtelingen hebben uitgestoken, steunt een meerderheid de harde lijn van Orbán. Solidariteit is in landen waar deze vroeger ‘verplicht’ was, een versleten begrip geworden. Daarvoor in de plaats is egoïstisch neoliberalisme gekomen.

Doorsturen

De vier wijzen de verantwoordelijkheid voor de huidige vluchtelingengolf af. Zij hebben niet meegebombardeerd in de regio of, zoals Duitsland, de deur wagenwijd opengezet. Laat Berlijn het maar oplossen, is de stelling. Ze pleiten voor keiharde handhaving van de – inmiddels allang achterhaalde – afspraak dat asielzoekers moeten worden ingeschreven en opgevangen in het eerste Schengenland waar ze binnenkomen. Zij willen vooral tegenhouden en terugsturen, of accurater doorsturen. Daarmee ontkennen ze de  werkelijkheid en, nog treuriger, vertrappen ze de belangrijke Europese waarde van medemenselijkheid en onderlinge solidariteit. Deze ‘stank voor dank’-opstelling – wel de lusten van EU-lidmaatschap, maar niet de lasten – zal op zeker moment tegen hen gebruikt worden. Misschien wanneer bij een escalatie van de situatie in Oekraïne, zich honderdduizenden vluchtelingen aan hun grenzen melden