Research

Europe and the EU

Articles

Publieksvraag: Zijn Frankrijk en Duitsland de motor van de EU?

13 May 2024 - 13:48
Source: ©Clingendael

Read in English

Zijn Frankrijk en Duitsland de motor van de EU?

In de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement beantwoorden de experts van Clingendael vragen van ons online publiek. In deze tweede aflevering vraagt Alexander Heydendael: 'Zijn Frankrijk en Duitsland de motor van de EU?' René Cuperus geeft antwoord.

 

René, een goeie actuele vraag, geef jij aan. Wat is jouw indruk van die motor momenteel?

Daar is het wel eens beter mee gegaan dan nu. Bekend is dat er geen geweldige chemie bestaat tussen de Duitse bondskanselier Olaf Scholz en de Franse president Emmanuel Macron. Dat heeft veel te maken met het feit dat Duitsland en Frankrijk beide binnenlands hun eigen zorgen hebben. Duitsland maakt de zogenoemde ‘Zeitenwende’ door. Als gevolg van de oorlog in Oekraïne, is Duitsland tamelijk ontregeld geraakt. Veel naoorlogse zekerheden en vanzelfsprekendheden werden aangetast. Rusland viel weg als energie- en industriepartner. Duitsland ziet zich ook genoodzaakt het defensiebudget fors te verhogen. De ‘stoplichtcoalitie’ (verwijzend naar de partijkleuren, red) van sociaaldemocraten (SPD), liberalen (FDP) en groenen (Die Grünen) is niet een sterke eenheid in geopolitiek woelige tijden, en Scholz groeit niet echt boven zichzelf uit. Frankrijk kent momenteel ook veel politieke onrust, fragmentatie en polarisatie. Marine Le Pen staat nog altijd klaar in de coulissen, en zal het bij de Europese verkiezingen heel goed gaan doen. Om mandaat te hebben voor vergaand Europees beleid in Brussel, moet de boel nationaal stabiel zijn. In zowel Duitsland als Frankrijk is dat niet het geval, dus draait de Frans-Duits motor op een lage snelheid.

Waar zie je momenteel de chemie ontbreken?

Macron gaf eind april een (nieuwe) speech op de Sorbonne-universiteit in Parijs. Hij pleitte daarin voor de bouw van een sterk geopolitiek Europa, als tegenwicht voor China, Rusland en de VS. Als we dat niet doen, zo zei Macron iets te dramatisch, ‘dan zou Europa weleens kunnen sterven.’ Vervolgens merk je dat daar in Duitsland niet heftig op wordt gereageerd. Die geo-strategische koers van Macron wordt  niet direct enthousiast omarmd in Berlijn. In Duitsland ziet men het ook als een Europees campagneverhaal van Macron. 

Om mandaat te hebben voor vergaand Europees beleid in Brussel, moet de boel nationaal stabiel zijn. In zowel Duitsland als Frankrijk is dat niet het geval.

Iets wat er ook voor zorgt dat de Frans-Duitse motor niet altijd gelijkloopt is het feit dat de landen een verschillende staatsinrichting hebben.

Ja, Frankrijk is een sterk hiërarchisch land, waarin de Franse president veel macht en speelruimte heeft, ook om zulk soort grote Europese verhalen te vertellen. Duitsland is daarentegen een sterk federaal land. Scholz is weliswaar bondskanselier, maar heeft niet de almacht zoals de Franse president die wel heeft. Scholz heeft te maken met zijn coalitie en ook de Duitse deelstaten hebben veel te vertellen. Duitsland kan minder eenvoudig met één sterke stem spreken dan Frankrijk. 

Tekst gaat door onder de video.

 

Wat is de functie die de Frans-Duitse motor (ook wel as genoemd) heeft in de Europese Unie?

Een deel van het geheim van die as is dat Frankrijk in meer en minder mate het zuiden van Europa vertegenwoordigt en Duitsland het noorden. Het idee is dan: als Frankrijk en Duitsland het eens worden, dan zijn noord en zuid min of meer met elkaar verzoend. Pas dan is er beweging mogelijk in Brussel. Vaak kan een land als Nederland uiteindelijk mee met het Duitse voorstel en landen als Spanje of Italië vinden zich in de Franse positie. 

Als je de verhoudingen enigszins plat slaat komen de grote idealen en verhalen uit Frankrijk en het geld uit Duitsland, waar niet toevallig de Europese Centrale Bank is gevestigd. Duitsland is de economische reus van Europa, terwijl Frankrijk meer het politiek en militair-strategische deel van het motorblok vormt. Frankrijk heeft bijvoorbeeld in tegenstelling tot Duitsland een zetel in de VN Veiligheidsraad en beschikt over een kernwapenarsenaal, de Force de Frappe. Een deel van Europa’s afschrikkingsmacht tegen het Rusland van Poetin zit dus in Frankrijk. 

Frankrijk en Duitsland kennen een lange geschiedenis van oorlogen. Hoe significant is het dat deze landen samen het Europese ‘project’ willen leiden? 

Dat is alleszeggend. De Frans-Duitse erfvijandschap is de bron en basis van de Europese verzoening. Vaak ging de strijd om het gebied Elzas-Lotharingen, tussen Frankrijk en Duitsland in. Op dit moment is het weer deel van Frankrijk. Hier zat ook een groot deel van de Europese kolen- en staalindustrie, die strategisch belangrijk was. Niet voor niets is Straatsburg, de hoofdstad van de Elzas, de zetel van het Europees Parlement (naast die in Brussel, red.) Die stad is zó heilig verklaard, dat men die zetel, ondanks het maandelijks heen-en-weer gependel, niet wil opgeven. 

Na de Tweede Wereldoorlog werd de grote verzoening ingezet door de toenmalige Franse president Charles de Gaulle en de toenmalige Duitse bondskanselier Konrad Adenauer. Zij sloten in 1963 het Élysée-verdrag, waarin diepgaande samenwerking tussen beide landen werd afgesproken. Nog steeds komen Frankrijk en Duitsland vrijwel ieder jaar in een mooi kasteeltje bij elkaar om te overleggen over de toekomstige vormgeving van Europa. En dat doen ze dan met beide regeringen samen. Door dat verdrag is er ook grootschalige uitwisseling van Duitse en Franse studenten en scholieren ontstaan. 

De Frans-Duitse motor stond ook aan de basis van de monetaire integratie van Europa. Daar speelde de Duitse hereniging na de val van de Berlijnse muur een grote rol in. Hoe zat dat?

Dat klopt. Het zoenoffer dat Duitsland voor zijn eenwording moest betalen was het opgeven van de sterke D-Mark. De toenmalige Franse president Mitterrand noemde die Duitse munt zelfs de ‘atoombom van Duitsland.’ Die munt moest Duitsland inruilen voor de (zwakkere) euro. Tegen de eenwording was enige weerstand omdat er vrees bestond dat de balans in Europa verstoord zou raken, met een Frans-Duitse asymmetrie als gevolg van een opnieuw machtig vergroot Duitsland.   De as zou uit het lood slaan. Dat is niet echt gebeurd, al was het maar omdat de DDR lange tijd een zware belasting voor Duitsland bleek op te leveren. Maar inderdaad, ook de euro is dus een Frans-Duits compromis. 

Soms zie je iets te veel macht doorslaan naar de grote landen, maar soms ook hebben grote landen beangstigend weinig in de melk te brokkelen.

Werkt de Duits-Franse motor niet te veel in het eigen voordeel?

Dat is een ingewikkelde vraag. Het is waar en niet waar. Er zijn wel subsidiestromen die boven-proportioneel terechtkomen bij Franse en Duitse bedrijven. En je hoort ook vaak dat in de Europese bureaucratie veel Duitsers op machtige posities zitten. Het is niet voor niets dat voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen, als Duitse en lid van de grote partij CDU, zo’n dominante rol speelt. Het concours dat Nederlandse ambtenaren moeten maken om in Brussel te komen werken is sterk op de leest van het Franse onderwijssysteem geschoeid. De Fransen zijn dat gewend en kunnen er goed mee omgaan, de Nederlanders vaak minder. 

Soms zie je iets te veel macht doorslaan naar de grote landen (zij worden bij het overtreden van de begrotingsregels nogal eens ontzien), maar soms ook hebben grote landen beangstigend weinig in de melk te brokkelen. Duitsland heeft bijvoorbeeld maar één zetel bij de Europese Centrale Bank, terwijl het land het meest afdraagt aan de Unie. Als de EU nu zonder hervormingen zou uitbreiden met de landen op de Westelijke Balkan, dan zouden de landen uit voormalig Joegoslavië met zeven commissarissen in de Europese Commissie terecht komen. Die zitten dan tegenover één Franse en één Duitse commissaris. Dan hebben de grote landen dus disproportioneel weinig macht. Dus permanente oplettendheid is nodig bij die verhouding tussen grote en kleine landen. Voorkomen moet worden dat de steun van Frankrijk en Duitsland voor het Europese project ondermijnd wordt, zoals ook kleine landen gezien en gerespecteerd moeten worden in de EU. Maar algemeen kun je stellen dat de Europese Unie de macht van de grote landen eerder neutraliseert, ten opzichte van het grootmachtdenken in het verleden.

Er zit misschien een beetje zand in, maar blijft de Frans-Duitse motor lopen? Of nemen anderen het stuur over?

Duitsland en Frankrijk zijn eigenlijk ongeacht de situatie altijd de motor van Europa. De vraag is meer: hoeveel benzine is er? Wie zitten er aan het stuur? Gaat-ie hard genoeg? Belangrijk is dat kleine landen, maar ook kennisinstituten als Clingendael dat motorblok beïnvloeden met goede ideeën en analyses. Daarbij is ook oog voor de verschillen in Europa belangrijk. Maar Frankrijk en Duitsland vormen, linksom of rechtsom, de dynamische spil waaromheen Europa zijn geopolitieke kracht zal moeten ontwikkelen in een wereld op drift. 

Binnenkort verschijnt deel 4 met een andere publieksvraag. Lees de eerdere delen op ons platform voor de Europese Verkiezingen 2024. Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief.