Versterking Europese landstrijdkrachten: zes urgente uitdagingen
Naar aanleiding van het rapport 'Closing the Gap' spreken onderzoekers Bart van den Berg en Youri Verschoor op 16 april 2026 van 12:45 tot 13:45 uur bij een rondetafelgesprek van de de commissie Defensie van de Tweede Kamer over de versterking van Europese landstrijdkrachten. Lees hieronder hun position paper.
Europese landstrijdkrachten schalen op na decennia van bezuinigingen, maar blijven door aanhoudende knelpunten tot ten minste 2030 kwetsbaar. Voortgezette steun aan Oekraïne, een betere balans tussen technologische superioriteit en militaire massa, en de versterking van de Europese defensie-industrie zijn essentieel voor robuuste en slagkrachtige landstrijdkrachten.
Een verslechterende veiligheidssituatie en strategische kwetsbaarheid
De veiligheidssituatie in en rond Europa verslechtert in hoog tempo terwijl de relaties met de VS in toenemende mate afbrokkelen. De Russische invasie van Oekraïne heeft grootschalig geweld teruggebracht naar het Europese continent, terwijl andere conflicten elkaar snel opvolgen en directe gevolgen hebben voor Nederlandse belangen.
Tegen deze achtergrond wordt pijnlijk duidelijk dat Nederland en Europa, na decennia van bezuinigingen, structureel kwetsbaar zijn geworden. Deze kwetsbaarheid is nu al zichtbaar: het vermogen van Europa om zelfstandig fundamentele belangen te behartigen staat onder druk, mede door afhankelijkheid van externe veiligheidspartners.
In deze context, en in opdracht van de landmacht, heeft Clingendael het onderzoek Closing the Gap uitgevoerd. Daarin wordt geanalyseerd hoe vier Noord-Europese krijgsmachten, zijnde Nederland, Duitsland, Denemarken en Zweden, hun landstrijdkrachten versterken en opnieuw opbouwen in een wereld met toenemende dreigingen en spanning tussen bondgenoten.
Dit position paper bevat de kernconclusies uit dit rapport aan de hand van zes uitdagingen, en biedt aanbevelingen voor verder beleid voor het opbouwen van Nederlandse en Europese landstrijdkrachten.
Uitdaging 1: Onderzochte landstrijdkrachten zijn kwetsbaar tot ten minste 2030.
De opbouw van de Europese defensie-industrie na decennia van bezuinigingen is tijdrovend en kostbaar. Vier jaar na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne zijn er weliswaar stappen gezet, maar extra investeringen vertalen zich niet automatisch in slagkracht. Toenemende vraag en achterblijvende productiecapaciteit drijven de prijzen op, terwijl procedures en regelgeving ertoe leiden dat industrieel potentieel onbenut blijft.
Aanbevelingen:
- Onverminderde steun aan Oekraïne biedt tijd om de Nederlandse defensie op orde te brengen. Laat deze steun gepaard gaan met verdere industriële opschaling – en intensiveer samenwerking met Oekraïne.
- Versterk samenwerking met gelijkgestemde Europese partners (Scandinavië, Baltische staten, VK, Duitsland) en realiseer schaalvoordelen, voortbouwend op de bestaande stevige industriële en technologische basis.
- Neem belemmeringen voor opschaling van de krijgsmacht weg. Dit is een nationale uitdaging, niet alleen een opgave voor de krijgsmacht.
Uitdaging 2: Voor specifieke essentiële capaciteiten blijven de krijgsmachten afhankelijk van niet-Europese toeleveranciers.
Europese reserves zijn beperkt en toeleveringsketens zijn daardoor kwetsbaar. Europa moet zelf in staat zijn cruciale wapensystemen en munitie te produceren en stevige voorraden te hebben voor eigen gebruik en steun aan Oekraïne. Nederland en Europa moeten zelf kunnen beslissen over de inzet van deze middelen. Voor de landstrijdkrachten vormen met name tekorten aan raketartillerie en luchtverdedigingssystemen voor de middellange en lange afstand een kwetsbaarheid.
Aanbevelingen:
- Hanteer een tweesporenbeleid: samenwerken met de VS en Israël kan zolang dit het afbouwen van afhankelijkheden niet in de weg staat. Laat nieuwe initiatieven strategische onafhankelijkheid niet ondermijnen. Maak dit een strategisch speerpunt, ook - of juist - in het aankoop- en productiebeleid.
- De defensiemarkt is geen reguliere markt, maar een instrument van geopolitieke competitie - pas kaders voor marktwerking en ordening daarop aan.
- Oekraïne heeft in korte tijd een sterke defensie-industrie opgebouwd; verdere samenwerking biedt kansen om kritieke capaciteitstekorten op korte termijn te verminderen.
Uitdaging 3: Structurele personeelstekorten vormen een van de grootste beperkingen voor operationele gereedheid en groei.
De beschikbaarheid van voldoende getraind en inzetbaar personeel vormt een serieuze beperking voor verdere groei van Europese landstrijdkrachten. Eenheden zijn goed opgeleid en kunnen complexe operaties uitvoeren, maar zijn ook schaars en kunnen moeilijk worden opgevolgd en afgelost bij grootschalige gevechtsoperaties.[2]
Aanbevelingen:
- Bouw militaire reserves verder uit, zodat naast een compacte en professionele kern een schaalbare reserve beschikbaar is. Neem barrières weg die personele opschaling tegenzitten.
- Zet in op schaalbare onbemande en autonome systemen, zoals drones, om de slagkracht van de krijgsmacht te versterken. Geef deze eenheden de ruimte, middelen en faciliteiten om te trainen en te werken aan operationele gereedheid.
Uitdaging 4: Een effectieve krijgsmacht vereist een zorgvuldige balans tussen technologische superioriteit en voldoende massa.
De onderzochte landen beschikken over hoogwaardige maar kleinschalige landeenheden: technologisch geavanceerd, goed getraind en geschikt voor complexe operaties. Tegelijk zijn zij kostbaar én moeilijk schaalbaar. Het opbouwen van landstrijdkrachten vraagt daarom om een “én-én-én”-benadering: een balans tussen geavanceerde technologie, innovatie en voldoende massa.
Aanbeveling:
- Hanteer kwaliteit en technische hoogwaardigheid niet als enige leidende criteria voor nieuwe systemen, maar optimaliseer de balans tussen massa, betaalbaarheid en industriële schaalbaarheid. Hoogtechnologisch en complex materieel is niet voor elk scenario de beste optie.
Uitdaging 5: Eerdere bezuinigingen hebben geleid tot een disproportioneel en moeilijk te herstellen capaciteitsgat.
Veel wapensystemen zijn in de afgelopen decennia voor bodemprijzen verkocht – en worden nu in nieuwere varianten terug aangeschaft tegen een hoofdprijs. Reserves zijn niet of nauwelijks beschikbaar, waardoor uitgeschakelde of beschadigde systemen niet kunnen worden vervangen.
Aanbevelingen:
- Wees voorzichtig met het afstoten van “gedateerde” militaire systemen die, in veel gevallen, toch van grote waarde blijken op het slagveld na kleine updates of in een andere rol.
- Koppel verouderde systemen aan reserve-eenheden en behoud de kennis en industriële basis van deze systemen. Update ze wanneer nodig.
Uitdaging 6: De uitbreiding van eenheden stelt hogere eisen aan overkoepelende commandostructuren en aansturing.
De groei van eenheden vraagt om een hernieuwde visie op geïntegreerd vechten met grotere formaties: hoe wordt het gevecht van morgen gevoerd, met welke partners, en hoe wordt het aangestuurd? Intensieve samenwerking en verdere taakspecialisatie tussen Europese bondgenoten zijn daarbij essentieel. Landen moeten daarbij expliciete keuzes maken over welke capaciteiten zij nationaal borgen en welke zij specialistisch inbrengen in multinationaal verband.
Aanbevelingen:
- Integreer Nederlandse eenheden verder met gelijkgestemde Europese partners. Beperk nationale restricties (caveats) die samenwerking en integratie belemmeren, borg een stevig politiek mandaat.
- Zorg voor flexibele commandostructuren en een duidelijk plan voor optreden in grootschalige conflicten, samen met Europese partners en ondersteund door nieuwe technologie – door bijvoorbeeld modernisering van het divisie- en korpsniveau.
[1] Van den Berg, Verschoor & Zonneveld, “Closing the Gap: Europe’s Challenge to Rebuild Land Forces”, Clingendael, 10 maart 2026
[2] Europese inspanningen om in 2025 tot een mogelijke reassurance force te komen voor Oekraïne toonden de kwetsbaarheid van Europese eenheden. Naast de vraag of Europa dit überhaupt moet willen, blijkt Europa momenteel slechts beperkt in staat om een grootschalige eenheid operationeel in te zetten en langdurig in stand te houden.