In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen het hedendaagse geopolitieke wereldtoneel geschetst. De elf voor deze studie geselecteerde actoren (en anderen) oefenen invloed uit op de gedaante van het (toekomstig) wereldtoneel. Er bestaat in wezen een wisselwerking tussen “het toneel” en de “acteurs,” de structuur en de actoren, die in de praktijk dan ook niet los van elkaar te zien zijn. Enerzijds vindt het denken en handelen van actoren plaats op, en wordt het gevormd en ingekaderd door, het geopolitieke wereldtoneel. Anderzijds wordt het geopolitieke wereldtoneel ook gevormd door resultante van samenwerkende en concurrerende actoren.

Neutraliteit bestaat niet

Wat voor de ene actor een positieve ontwikkeling op het wereldtoneel is kan voor de andere actor een negatieve ontwikkeling zijn. En vice versa. Bewoording doet er daarbij toe. Bevinden we ons bijvoorbeeld in een veranderende, kantelende of fragmenterende wereldorde? Of zou de term “wereldwanorde” inmiddels eigenlijk meer op zijn plaats zijn? De termen waarmee het wereldtoneel gekarakteriseerd wordt, zijn nooit “neutraal” en altijd vanuit een bepaald perspectief bezien. Het uitgangspunt (of: “normbeeld”) van waaruit we een “verbetering” of een “verslechtering” kunnen bemerken op een willekeurig gebied, is daarom altijd normatief.

De Strategische Monitor 2023 schetste een dynamisch tijdsgewricht van verschuivende machtsverhoudingen en een aanzienlijke verslechtering van de internationale veiligheidssituatie. Belangentegenstellingen in de wereld nemen toe, en competitie en confrontatie worden dominanter ten opzichte van coöperatie. De wereld van morgen – zo is de gedachte – wordt gekenmerkt door zowel barsten als blokken.[2] Bovendien stelt het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV) in de Trendanalyse Nationale Veiligheid dat er sprake is van een toename aan (gewelddadig) conflict en conflictpotentieel dat zowel met conventionele als hybride (inclusief nieuwe) middelen wordt uitgevochten.[3] Ook de WRR ziet een wereldorde in transitie en spreekt van een “fragmenterende” wereldorde. Dit vindt plaats langs drie zogenaamde “assen van fragmentatie,” waarbij er sprake is van (1) meerdere machtspolen in plaats van één machtspool; (2) een grotere verscheidenheid aan tonelen van machtsuitoefening en (3) een verscheidenheid aan wereldbeelden.[4]

Waar sommigen de Verenigde Staten (VS) en China als de enige echte mondiale grootmachten beschouwen, menen anderen dat de Europese Unie (EU), Rusland en India ook als grootmacht kunnen worden gezien. Hoe je het ook wendt of keert, de consensus is dat er vandaag de dag sprake is van een proliferatie van macht en machtsmiddelen. Daarbinnen speelt grootmachtcompetitie een belangrijke rol net als de groeiende assertiviteit van middenmachten en de opkomst van relatief nieuwe geopolitieke spelers zoals bigtechbedrijven.

Multilateralisme maakt plaats voor wisselende coalities en minilateralisme. De toon van een foresight-studie over de toekomst van multilaterale samenwerking op veiligheidsvraagstukken van UNIDIR, een VN-onderzoeksinstituut dat zich inzet voor ontwapening, was niet optimistisch. In één van de toekomstscenario’s die experts het meest plausibel achtten, had de VN geen rol van betekenis meer op het wereldtoneel.[5] Of de VN ten dode opgeschreven is, valt te bezien. Maar de verlamming van de multilaterale veiligheidsarchitectuur, mede veroorzaakt door slechte representatie van opkomende machten in de VN-Veiligheidsraad alsook het vetorecht van de permanente leden, heeft wel gezorgd voor een machtsverschuiving. Geopolitieke actoren nemen steeds meer hun toevlucht tot andere samenwerkingsverbanden. Wisselende coalities van enkele gelijkgestemden blijken goed in staat om gezamenlijke problemen op te lossen. Zolang het op te lossen dossier goed ingekaderd blijft en de coalitie niet te groot wordt, vormen deze minilaterale samenwerkingen een effectief antwoord op de afbrokkeling van het multilateralisme. In Hoofdstuk 3 wordt een viertal geopolitieke voorstellingen (scenario’s) gepresenteerd waarin verschillende voorstelbare toekomsten op dit vlak worden uitgewerkt en geanalyseerd.

Opkomende en disruptieve technologieën (EDTs) hebben niet alleen een disruptieve invloed op economische sectoren, maar ook op het internationale veiligheidstoneel. Naast een dreiging biedt innovatie en technologie echter ook grote economische en militaire kansen. Er is sprake van een toenemende technologiewedloop, waarin de VS en China vooroplopen en bigtechbedrijven een belangrijke rol hebben. Geavanceerde technologie zoals AI en drones wordt steeds breder toegankelijk en vergroot het potentieel van een verscheidenheid aan actoren, variërend van statelijke actoren enerzijds en bedrijven, het maatschappelijk middenveld, maar ook terroristische organisaties anderzijds. Een belangrijk geopolitiek frictiepunt op technologisch gebied is de barrage aan cyberactiviteiten die een belangrijk onderdeel vormen van de toenemende hybride conflictvoering van vandaag en morgen. Cyberaanvallen vormen voor onder meer de Verenigde Staten, Rusland, Iran en China een belangrijk machtsinstrument, maar ook voor niet-statelijke actoren zoals criminele en terroristische groeperingen.

Klimaatverandering is een breed erkend prangend vraagstuk en in toenemende mate gepolitiseerd waar het gaat over beleidsreacties (mitigatie of adaptatie), kosten en consequenties. We lijken toe te bewegen naar een wereld waarin adaptatiestrategieën steeds hoger op de klimaatagenda prijken terwijl mitigatiestrategieën juist steeds meer uit zicht lijken te geraken. Tevens geldt dat de beschikking over of toegang tot kritieke grondstoffen voor de energietransitie een belangrijke en toenemende bron van geopolitieke macht vormt. Nikkel, koper en lithium zijn op dit moment bijvoorbeeld cruciaal in de productie van fotovoltaïsche technologie, maar worden maar op een beperkt aantal plekken en door een nog beperkter aantal spelers, gewonnen en verwerkt.[6]

Door bovenstaande ontwikkelingen zou men kunnen concluderen dat de energievoorziening voor de 21ste eeuw in flux is. Maar tegelijkertijd is duidelijk dat voor de komende vijf jaar fossiele brandstof nog altijd een hoofdrol zal hebben. (On)afhankelijkheid van fossiele brandstof blijft daarmee een gewichtige factor in de geopolitieke betrekkingen. Waar landen als de VS, Rusland, Saoedi-Arabië en Iran netto exporteurs van olie en gas zijn, met de geopolitieke macht die daaruit voortkomt, zijn de meeste Europese landen net als bijvoorbeeld China en Zuid-Afrika netto importeurs.

Na een periode van handelsliberalisering en globalisering maken geopolitieke actoren zich in het huidige geopolitieke tijdsgewricht meer zorgen over ongewenste economische afhankelijkheden. De term strategische autonomie was al in de naoorlogse tijd een geesteskindje van de Franse president Charles de Gaulle. Nu prijkt dezelfde strategische autonomie – onafhankelijkheid waar het gaat om kritieke aanvoer- en productieketens – hoog op de statelijke beleidsagenda. Tegelijkertijd proberen zowel statelijke als niet-statelijke actoren elkaar die autonomie te ontzeggen. Ondanks dit geo-economische steekspel legt de race naar strategische autonomie afhankelijkheden tussen actoren bloot die complete escalatie (voorlopig) onverstandig maken.

Het wereldtoneel wordt daarnaast gekenmerkt door een breed palet aan wereldbeelden. Ideologische verschillen en nuances waren er altijd al, maar hebben in een unipolaire wereldorde minder kans om geopolitieke weerklank te vinden. De intensiverende narratievenstrijd in de multipolaire wereldorde bevordert samenwerking tussen gelijkgestemden en bemoeilijkt juist samenwerking tussen ideologische opponenten en concurrenten. Tegelijkertijd verdeelt het ook democratieën, slagvelden waarin wordt gestreden om de “hearts and minds” van de kiezers, met soms ontwrichtende of verlammende gevolgen. Deze narratievenstrijd vindt zowel met open vizier als heimelijk plaats. In hoofdstuk 3 wordt een viertal geopolitieke voorstellingen (scenario’s) gepresenteerd waarin verschillende toekomsten op dit vlak worden uitgewerkt en geanalyseerd.

Kortom, het geopolitieke wereldtoneel is aan stevige verandering onderhevig. Daarbij lijkt te gelden dat het in de inleiding geïntroduceerde concept van geopolitiek changement eerder de norm dan de uitzondering zal vormen de komende jaren.

Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024,” ANV, 25 juni 2024.
International Energy Agency, “The Role of Critical Minerals in Clean Energy Transitions,” mei 2021.