De Verenigde Staten zijn gefundeerd op de erkenning van ideologische diversiteit. Met een federaal stelsel en een oorsprong in de bescherming van religieuze minderheden lijkt het nationale motto van de VS vanzelfsprekend: e pluribus unum, “uit meerdere delen, één geheel.” Sinds de jaren ’90 heeft deze pluriformiteit zich echter ontwikkeld tot verscheurende verdeeldheid. De twee heersende partijen, de Democraten en Republikeinen, zijn ideologisch steeds verder uit elkaar gegroeid. In plaats van een min of meer coherente beleidsvisie, met accentverschillen tussen de partijen, kent de Verenigde Staten nu twee totaal verschillende visies over de richting waarin het land beweegt en zou moeten bewegen. Er is consensus over het gevaar vanuit China, over de wenselijkheid van een eerlijkere taakverdeling binnen de NAVO, en een paar andere buitenlanddossiers. Verder is er vooral bitter wantrouwen en fervent obstructionisme in het Congres. Democraten houden vast aan een liberaal-internationalistische interpretatie van Amerika’s belangen en waarden die teruggaat op presidenten zoals Woodrow Wilson, Franklin D. Roosevelt, Harry Truman en Jimmy Carter. Binnen deze visie vormen de trans-Atlantische betrekkingen nog steeds de hoeksteen van de Amerikaanse veiligheid en hebben de VS nog steeds de plicht om zich hard te maken voor de bevordering van liberaal-democratische waarden wereldwijd.[12] Veel Republikeinen vinden echter dat christelijk-conservatieve waarden en de identiteit van de VS existentieel bedreigd worden. Zij voelen niks meer voor ambitieuze liberaal-democratische doelstellingen in het buitenland, omdat eerst maar eens het binnenland (met haar “vervolgde” christelijke minderheden) beschermd moet worden.[13] Het migratievraagstuk treedt hierbij op als katalysator voor de tweespalt. De verkiezingen in november 2024, die de Republikeinen de controle over zowel het presidentschap als het Huis van Afgevaardigden en de Senaat hebben bezorgd, zal de naar binnen gerichte visie op Amerika’s toekomst laten domineren de komende jaren. Vanuit een iets breder perspectief maakt het getouwtrek tussen deze zelf- en wereldbeelden een coherent en consistent buitenlandbeleid bijna onmogelijk.
Met het Witte Huis, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden in handen van de Republikeinse Partij worden de concrete intenties van de VS tenminste de komende vier jaar gestuurd door de conservatieve visie op Amerika. In de meest algemene zin wil Republikeins Amerika zoveel mogelijk terugkeren naar de periode van 1945 tot het midden van de jaren ’60.[14] Dit was een periode waarin de VS hegemonisch waren in de “vrije wereld,” waarin er een duidelijke (“rode”) vijand bestond om het Amerikaanse volk te verenigen, en waarin de burgerrechtenbeweging en de immigratie van niet-witte bevolkingsgroepen de Amerikaanse maatschappij nog niet “verziekt” hadden.
Voor zowel de Democraten als de Republikeinen is de voornaamste uitdaging voor de VS de containment van China. Dit is het hoofdonderdeel van de pivot to Asia die sinds de Obama-regering een centrale pijler van het Amerikaanse buitenlandbeleid is geworden.
Alhoewel Washington zich wil richten op Azië, wordt de Amerikaanse aandacht toch telkens weer naar andere werelddelen getrokken, zoals het Midden-Oosten. De VS hebben daar grote oliebelangen, een forse militaire aanwezigheid en een innig bondgenootschap met Israël.
Over het Europese toneel lopen de meningen in Amerikaanse beleidskringen sterk uiteen. Republikeinen bekijken Europa zonder historische sentimentaliteit: zij zijn bereid om Amerika’s Europese partners de rug toe te keren als zij er niet in slagen zelfredzaam te worden. Democraten tillen zwaarder aan de lange traditie van trans-Atlantische verwevenheid en de historische Amerikaanse veiligheidstoezeggingen aan Europa. De Russische invasie van Oekraïne zet op die manier in de VS het politieke debat op scherp over de eigen rol in Europa, en in de rest van de wereld. Het is een open vraag in hoeverre President Trump de militaire aanwezigheid in zowel het Midden-Oosten als Europa zal afschalen.
De relatieve capaciteiten van de VS zijn op de meeste terreinen afgenomen in de laatste decennia. Die relatieve achteruitgang komt niet zozeer door een afname aan Amerikaanse kant, maar vooral door de explosieve groei in de capaciteiten van opkomende spelers.
De krachten van de VS:
Amerika’s militaire projectiemogelijkheden zijn nog steeds ongeëvenaard. Zo geven de VS meer uit aan defensie dan de volgende 9 landen uit de top 10 gezamenlijk.[15] Daarnaast zijn zij wereldleider op het gebied van nucleaire capaciteiten.[16]
De Amerikaanse economie is uiterst divers en robuust, met een bijzondere groei in de export van fossiele brandstof sinds het uitbreken van de Oekraïne-oorlog.
Amerikaanse universiteiten en techbedrijven leveren een indrukwekkend innovatiepotentieel op.
De VS hebben een overlappend alliantienetwerk opgebouwd die zijn weerga niet kent. De NAVO, Quad, AUKUS, Five Eyes, etc., vormen een alliantiesysteem van indrukwekkende breedte én diepte.
De VS hebben speciale voorrechten binnen het mondiale financiële stelsel (via SWIFT en via de dollar dominance), binnen de VN, en binnen de Wereldbank en het IMF. Opgeteld betekenen deze voorrechten een voorkeurspositie binnen het multilaterale stelsel. Deze voorkeurspositie wordt in toenemende mate door andere actoren betwist.
De VS blinken uit in culturele invloed. Amerikaanse films, muziek en andere vormen van cultuuroverdracht, maar ook consumptieproducten, mode, etc., genieten grote mondiale populariteit.
De kwetsbaarheden van de VS:
De beleidsverlamming ten gevolge van de onenigheid tussen Republikeinen en Democraten. Deze onenigheid vertaalt zich onder meer in begrotingsblokkades in het Congres en in jojo-buitenlandbeleid. De politieke patstelling in de VS ondergraaft vervolgens de ambitieuze plannen van opeenvolgende presidenten. Dat leidt weer tot niet-waargemaakte beloftes en beschuldigingen van “zwakte” en “hypocrisie.”[17]
Onder meer de Amerikaanse inval in Irak, Amerikaanse steun aan dictaturen, en de Amerikaanse rol in de Gaza-oorlog dragen hebben grote delen van de wereldbevolking uiterst kritisch jegens de VS gemaakt.
Washington heeft zich wereldomspannende veiligheidsbelangen toegeëigend. Overstretch is voor de VS een bijzonder groot gevaar.[18]
Na de Vietnamoorlog en de Irakoorlog ervaart Washington nu een fase van “interventiemoeheid” of “Irak-syndroom.” Hoewel dit geen garantie is voor afzijdigheid bij een nieuwe oorlog leidt het wel tot grotere terughoudendheid.
Net als de EU zetten de VS nu veel in op machtsuitoefening via economische drukmiddelen – door het opleggen van sancties, het instellen van handelsbeperkingen en het leveren van materiële steun – en op inlichtingenwerk. Een sprekend voorbeeld hierin is de Amerikaanse druk op Nederland om de export van de unieke en hoogwaardige chipmachines van ASML naar China te voorkomen.
Beneden de oorlogsdrempel halen de VS en China op allerlei terreinen uit naar elkaar. Dit gebeurt o.a. via handelsoorlog, (contra-)spionage, dreigende maritieme patrouilles en retorische provocaties. De frictie met China zal onder Trump de komende jaren waarschijnlijk alleen nog maar verder toenemen.
Door de bank genomen proberen de VS op te komen voor liberaliserende krachten op het wereldtoneel, tenzij dat het Amerikaanse leiderschap te veel zou ondergraven. De Amerikanen zien minder spanning tussen die twee tendensen dan buitenstaanders, omdat Amerikaans leiderschap per definitie vrijheidsbevorderend zou werken, zo is de gedachte.
Hoe volatiel en gewelddadig wordt de binnenlandse polarisatie?
Krijgt de competitie met China “guardrails” of wordt er steeds meer geëscaleerd?
In hoeverre gaat er sprake zijn van een radicale Amerikaanse koerswijziging op buitenlandgebied (zoals door Trump tijdens de verkiezingen is beloofd)?
Scenario’s waar deze actor een hoofdrol in speelt: