Overloper en oud-KGB spion Joeri Bezmenov zei het al in een interview in 1984: “Slechts 15% van onze tijd, geld en mankracht wordt besteed aan spionage. De andere 85% is een langzaam proces wat we ‘ideologische subversie’ noemen of ‘actieve maatregelen’.”
Dit beroemde citaat karakteriseert ook in 2025 – en de jaren erna – nog altijd het Russische beleid. Om effectiever “actieve maatregelen” te treffen coördineert Rusland zijn subversie bovendien steeds vaker met China, Iran en in mindere mate Noord-Korea. Het gemeenschappelijke doel van die samenwerking is om de liberaal-democratische wereldvisie te ondermijnen en een einde te maken aan de “westerse wereldorde.” Eén van de belangrijkste strijdtonelen voor deze axis of upheaval is daarvoor het bredere Mondiale Zuiden. Heimelijke beïnvloeding is daarbij methode nummer één. Een gereedschapskist aan legale en (semi-) illegale middelen wordt voor dit project opengetrokken.
China, Rusland en Iran investeren in 2025 en 2026 flink in hun eigen diplomatieke apparaat. Begin 2027 zijn verscheidene posten in Latijns-Amerika, Afrika, Zuid-Azië en op de Balkan verdubbeld in grootte. Wat op dat moment slechts weinigen zich realiseren, is dat veel van deze diplomaten helemaal geen reguliere diplomaten zijn, maar onder diplomatieke dekking opererende spionnen. Het blijken bezige bijtjes. Via lokale coverbedrijfjes bouwen zij banden op met influencers die via de socials een groot bereik hebben bij de jonge bevolking ter plaatse. Ze worden heimelijk betaald om kritiek te leveren op het “hypocriete” Westen en op lokale politieke partijen die goede banden onderhouden met het Westen. Ook ontvangen lokale denktanks en universiteiten in onder meer Indonesië, Jordanië, Zuid-Afrika en Equador financiering om onafhankelijk onderzoek te doen naar de rol van westerse landen ten tijde van kolonisatie. Deze opdrachten lijken legitiem, maar achter de schermen zitten Iraanse, Chinese en Russische beïnvloedingsagenten achter de uitvragen.
Verder onderhouden zij nauwe contacten met lokale antiwesterse politici en ontvangen zij rond de verkiezingen een extra steuntje in de rug voor hun manipulatiemissie, in de vorm van gelden en expertise. Daarnaast worden er miljarden gestoken in het uitbreiden van economische banden met landen over heel de wereld. Zo investeert China in Braziliaanse infrastructuurprojecten tegen lage tarieven om het land te helpen in zijn energietransitie[126], stellen Rusland en Iran voordelige wapendeals en militaire trainingsprogramma’s beschikbaar aan diverse dictatoriale regimes, en wordt er met een gezamenlijk fonds geïnvesteerd in riskante doch lucratieve projecten zoals de Indonesische nikkelproductie. Zo wordt op diverse plekken een breed palet van afhankelijkheden gecreëerd. Deze invloed zal later aangewend kunnen worden voor politieke steun.
In Stilfontein, Zuid-Afrika wordt deze opgebouwde afhankelijkheid verzilverd wanneer werknemers van Chinese goudmijnen en goudverwerkingsinstallaties melding maken van overlast door illegale mijnwerkers. Via diplomatieke kanalen vraagt China toestemming aan Zuid-Afrika voor de inzet van externe partijen om de directe omgeving van de goudmijnen veilig te stellen. De grootte van de Chinese investeringen maken het de Zuid-Afrikaanse regering uitermate lastig om “nee” te verkopen. Nog voordat de problemen met illegale mijnwerkers uit Stilfontein doorsijpelen naar het nabijgelegen mijnwerkersdorp Orkney, staat een groep huurlingen van het Russische Africa Corps (de nieuwe naam van het Wagner-huurlingenleger op Afrikaanse bodem) voor de deur. Zij nemen de beveiliging stevig over: straten worden afgezet en surveillancecamera’s worden op verschillende plekken in het dorp geïnstalleerd om de veiligheid van de Chinese uitbaters te kunnen garanderen. Vergelijkbare praktijken vinden ook in Indonesië plaats, waar steeds meer Chinese private security companies worden ingezet om de nikkelmijnen aldaar te beschermen. Zo beginnen langzaamaan steeds meer dorpen wereldwijd te fungeren als de facto exclaves van de axis-landen.
Ook de reguliere media zijn het toneel geworden van de gemeenschappelijke narratievenstrijd van de axis of narrative upheaval. Nadat er beelden rondgaan van aangespoelde lichamen van migranten aan de kust van Tunesië, besluiten Rusland en China hier slim op in te haken. Vanuit haar Afrikaanse hoofdkwartier in Kaapstad zendt Russia Today via Chinese satellieten een geruchtmakende reportage uit. Frontex zou uit opdracht van diverse lidstaten doelbewust bootjes lekprikken of de buitenboordmotor saboteren. Na het zien van de schokkende beelden roepen lokale journalisten op tot het verzamelen van bewijs: de wandaden – nee, zelfs moorden – van de EU moeten en zullen aan het licht komen… Om deze oproep kracht bij te zetten, bieden zowel Russia Today als de China Global Television Network opleidingen en beurzen aan voor aspirant-onderzoeksjournalisten en OSINT-experts. Zij voorzien hen van camera’s, laptops en andere middelen om de “evidente mensenrechtenschendingen” in de Middellandse Zee vast te leggen. Achter de schermen worden deze beelden aangevuld met oudere opnames en zelfs deep fakes, niet van echt te onderscheiden, die door influencers wereldwijd worden gedeeld.
Deze campagne is zo succesvol dat Iran kort daarna eenzelfde soort operatie begint om het Amerikaanse migratiebeleid in diskrediet te brengen. In 2029 maakt HispanTV, een Spaanstalig kanaal van de Iraanse staatsmedia, bekend dat het trainingen en financiële prikkels aanbiedt om de misstanden aan de zuidgrens van de VS vast te leggen. Iraanse agenten, die onder de dekmantel van journalist opereren, gaan bovendien bodycams uitdelen aan migranten die de grens met Amerika willen oversteken. De live-beelden van migranten die met veel geweld in de nek worden gegrepen bij de grensovergang trekken wereldwijd veel aandacht. Bovendien versterken ze het al heersende beeld dat westerse landen, tegen hun eigen zogenaamde principes in, geen respect hebben voor de rechten van vluchtelingen.
Binnen afzienbare tijd uiten miljoenen mensen wereldwijd hun verontwaardiging over de misstanden die zowel de EU als de VS zouden begaan ten aanzien van migranten. Peilingen en opinieonderzoeken in verscheidene landen en regio’s laten zien dat de overgrote meerderheid van het ondervraagde publiek vindt dat de VS en EU “schuldig zijn aan ernstige mensenrechten-schendingen.” Wat echter onbekend is, is dat deze peilingen uitgevoerd worden door surveybureaus die bekostigd zijn door “diplomaten” uit de axis-landen.
Gesterkt door de mondiale afschuw besluit Zuid-Afrika, als “hoeder van het internationaal recht,” een nieuwe zaak aan te spannen bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dit keer is de zaak gericht tegen Italië (maar indirect de EU), die zich schuldig zou hebben gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid. Het is een mooie bijkomstigheid voor zowel de Zuid-Afrikaanse regering als de Russische aangezien de zaak wereldnieuws is en afleidt van de ontstane kritiek en protesten vanwege hardhandig Russisch optreden tegen de lokale Zuid-Afrikaanse bevolking nabij Orkney. Bovendien heeft de axis of narrative upheaval weer voldoende voorhanden om het antiwesterse vuurtje weer wat verder op te kunnen poken.
In het huidige geopolitieke tijdsgewricht krijgen autocratieën ruim baan om de banden aan te halen en hun positie binnenlands alsook op het wereldtoneel te versterken. Kenmerkend aan het huidige tijdsgewricht is de gedeeltelijke affiniteit die autocratieën onderling lijken te hebben. Terwijl tijdens de Koude Oorlog autocratische regimes naar de VS of de Sovjet-Unie neigden naargelang deze autocratieën zelf kapitalistisch of communistisch waren, lijken die politiek-economische tegenstellingen nu ondergeschikt te zijn aan het regimetype.
De toenemende samenwerking tussen Rusland, China, Iran en Noord-Korea is hier een invloedrijke uitingsvorm van. Wat hen samendrijft is hun slechte en verslechterende relaties met het Westen en hun afkeer voor de westers geleide, liberale wereldorde en westerse economische sancties. In 2024 muntte het Center for a New American Security de term axis of upheaval om de antiwesterse samenwerking tussen deze vier landen te beschrijven.[127] Het scenario maakt inzichtelijk hoe zij steeds meer de handen ineen zouden kunnen slaan in een axis of narrative upheaval. Eén van de manieren waarop dit verbond westerse landen kan proberen te raken, is door zich direct te richten op de ondermijning van westerse maatschappijen. In dit scenario wordt juist stilgestaan bij een andere mogelijke werkwijze van de axis: de (indirecte) ondermijning van westerse belangen in en/of via zogenaamde derde landen in het Mondiale Zuiden.
Het scenario maakt inzichtelijk wat voor gevolgen een gecoördineerde heimelijke beïnvloedingscampagne kan hebben wanneer deze niet in de kiem wordt gesmoord. Lokale politieke systemen en grote delen van maatschappijen kunnen op deze manier worden beïnvloed en gecorrumpeerd – met negatieve gevolgen voor de EU en de VS. Eén van de belangrijkste lessen van dit scenario is dat ook de narratievenstrijd “elders” ons aangaat. Desinformatie en beïnvloeding in regio’s die ver van ons af lijken te staan, komt vaak toch weer heel dichtbij.
Daarbij geldt dat heimelijke politieke beïnvloeding en (des)informatiecampagnes vaak makkelijker vorm te geven zijn dan dat ze te counteren zijn. Het creëren van wantrouwen is door de bank genomen makkelijker dan het herstellen van vertrouwen. Daarom is het van groot belang dat dergelijke heimelijke campagnes in een vroeg stadium in de kiem worden gesmoord. Dit kan door het uitbouwen van zowel de eigen inlichtingen- en veiligheidscapaciteiten alsook de uitbouw van dergelijke capaciteiten van de targetlanden in kwestie. In derde landen lijkt samenwerking met lokale instanties de beste aanvliegroute, al is het maar om te voorkomen dat de tegenactie als een “neokoloniale” actie bestempeld zou kunnen worden. Door lopende campagnes te verstoren kan de impact gereduceerd worden en bewustwording over de vaak onzichtbare en ontastbare dreiging bij zowel de politiek al samenleving toenemen.
Ook daarom lijkt de opbouw en uitbouw van gelijkwaardige relaties van belang. De veronachtzaming en “verstoffing” van diplomatieke relaties vormt een gevaar. China en Rusland zijn in het scenario bereid om op economisch gebied in te leveren om hun (beïnvloedings)positie te versterken. Hiermee wordt in wezen geopolitieke invloed gekocht. Dit roept de vraag op of Nederland in/en de EU niet ook de geopolitieke kosten en baten meer zou moeten gaan meewegen waar het bredere (economische) besluitvorming betreft. Europa heeft immers als economic power house veel te bieden.
Tegelijkertijd geldt ook dat groeiende economische en militaire invloed van landen als Rusland en China in derde landen ook een potentiële kans voor Nederland in/en de EU en NAVO zou kunnen bieden, mits we bereid zijn deze aan te grijpen. Wanneer de axis-landen hun beloften niet of beperkt weten waar te maken, zal de kritiek op hen toe kunnen nemen. De EU of NAVO kan dan een welkom alternatief bieden.
Een knelpunt daarbij zit in het feit dat westerse landen, waaronder Nederland, in toenemende mate gewezen worden op hun dubbele standaarden waar het onze omgang met de internationale rechtsorde betreft. Dit maakt ons kwetsbaar voor zowel terechte als onterechte kritiek vanuit het buitenland. Landen als Rusland, China en Iran proberen maximaal gebruik te maken van welke vermeende verloochening van onze eigen principes dan ook. Via de inzet van legitieme middelen zoals propaganda en illegitieme middelen zoals heimelijke (des)informatiecampagnes kan elke potentiële voorzet relatief gemakkelijk ingekopt worden.
Het scenario maakt inzichtelijk dat het in sommige situaties behulpzaam kan zijn om snel op te treden wanneer er heimelijke en onwetmatige middelen worden ingezet die gericht zijn op het beschadigen van ons imago. Tegelijkertijd maakt het scenario ook inzichtelijk dat het in andere situaties raadzaam kan zijn om juist voorzichtigheid te betrachten, bijvoorbeeld wanneer het beïnvloedingscampagnes betreffen die openlijk plaatsvinden met legale middelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Russische propaganda gericht op derde landen. Wanneer Nederland (of een ander westers land) stevig reageert op die laatste categorie kan het beeld juist versterkt worden dat het westerse landen niet open staan voor “legitieme” kritiek. Een schot in eigen doel.
Tegenover toenemende samenwerking tussen autoritaire regimes die ons willen ondermijnen staat toenemende samenwerking tussen landen die hier het doelwit van zijn. Zowel de EU als de NAVO zijn belangrijke samenwerkingsverbanden hiervoor, maar daarnaast is het cruciaal om ook de samenwerking met andere landen die (potentieel) doelwit zijn op te zoeken. Niet alleen op de bestrijding van een dreiging die we gemeenschappelijk ervaren, maar veel breder. Wanneer een coalitie van autoritaire regimes welig tiert, dient daar een brede coalitie tegenover te staan.
Anticiperend op een toenemende dreiging wordt het belang in Nederland en/in Europa ingezien om zich zowel preventief als reactief beter te beschermen tegen (potentiële) statelijke inmengingsactiviteiten. Samenwerking speelt daarbij een cruciale rol, temeer omdat deze inmengingsactiviteiten vaak meerdere doelwitten tegelijk trachten te raken. Informatie- en inlichtingenuitwisseling tussen (potentiële) doelwitten is van cruciaal belang omdat statelijke inmengingsactiviteiten vaak een heimelijk karakter hebben en daardoor moeilijk te herkennen en doorgronden zijn. Transparantie over plaatsgevonden inmengingsactiviteiten helpt om de bewustwording over de dreiging te vergroten en kan zo bijdragen aan een hogere weerbaarheid van de samenleving. Deze verhoogde maatschappelijke weerbaarheid is essentieel om een passend weerwoord te kunnen bieden tegen (de toename aan) inmengingsactiviteiten die democratische samenlevingen aantasten.
Een strategisch dilemma hierbij draait om de vraag hoe ver Nederland en andere westerse landen moeten gaan om tegenwicht te bieden aan een axis of (narrative) upheaval. Voor effectief tegenwicht is meer nodig dan politieke wil. Het is ook nodig dat er een duidelijker en consistenter verhaal wordt ontwikkeld over waar “wij” voor staan (zie ook de Conclusie). Nederland en/of de EU moet niet alleen duidelijk kunnen maken waartegen het strijdt, maar ook voor welke idealen en welke prijs het bereid is daarvoor te betalen. Zolang de indruk in het Mondiale Zuiden blijft bestaan dat wij vooral vechten voor de instandhouding van de eigen dominantie, zal het narratief van Rusland en China niet gemakkelijk bestreden kunnen worden.