Het politieke uitgangspunt van Indonesië is puntsgewijs op papier vastgelegd. Sinds de stichting van Indonesië in 1945 is de Pancasila (“de vijf principes”) de officiële staatsideologie van het land. De vijf principes zijn: (1) theïsme, (2) humanitair en rechtvaardig buitenlandbeleid, (3) nationale eenheid en patriotisme, (4) multi-etnische democratie en (5) sociaal‑maatschappelijke gelijkheid en gelijkwaardigheid. De Pancasila heeft in de loop der tijd uiteenlopende interpretaties gekregen. Onder het huidige bestuur wordt de Pancasila vooral begrepen als een antikoloniale en “pan-Zuidelijke” ideologie. Volgens deze visie wordt het wereldtoneel steevast gedomineerd door brute, (neo-)koloniale grootmachten die militaire conflicten veroorzaken en weinig oog hebben voor de eigen bevolking en voor kleinere spelers. Voor Indonesië geldt het Nederland van de vroege twintigste eeuw als het schoolvoorbeeld van een gewetenloze koloniale macht. In tegenstelling tot zulke (voormalige) grootmachten proberen ontwikkelingslanden uit het Mondiale Zuiden enkel niet vertrapt en uitgebuit te worden. Indonesië ziet zichzelf als de antikoloniale verdediger van de geopolitieke “little guy,” een opstelling die gepaard gaat met een zelfbeeld van morele superioriteit.[37] Vooral de categorische afwijzing van de Amerikaanse interventie in Irak vanuit Jakarta werd naar het buitenland gepresenteerd als bewijs van de Indonesische afwijzing van unilateralisme van de sterksten.[38] Naarmate Indonesië diplomatiek, economisch en militair doorgroeit, zal het Indonesische leiderschap daarom voor een moeilijke ideologische puzzel komen te staan. Hoe zal Indonesië optreden, en zichzelf beschouwen, als het zelf aan de macht begint te ruiken? Zal Indonesië de permanente verleidingen van dominantie, al dan niet lokaal, (beter) weerstaan?
Indonesië beschouwt de internationale rechtsorde als schild voor de zwakkeren. Dat maakt Indonesië niet alleen een pleitbezorger van de internationale spelregels, maar ook een soort geopolitieke versie van een openbaar aanklager. Indonesië wil consistentie afdwingen in de naleving van het internationaal recht.
Gelijkwaardigheid als uitgangspunt van de Pancasila vertaalt zich op geopolitiek vlak naar een streven naar multipolariteit. Indonesië is, net als India, één van de grondleggers van de Non-Aligned Movement tijdens de Koude Oorlog. Net als India probeert Indonesië te laveren tussen geopolitieke kampen. Recentelijk heeft dat zich geuit in de zelfverklaarde intentie om tot BRICS+ toe te treden.[39]
Tot voor kort was economische groei altijd de hoogste prioriteit op de beleidsagenda. De vertrokken president Joko Widodo (president 2014-2024) zette hoog in op infrastructurele ontwikkeling, de beteugeling van corruptie en het aantrekken van handel en buitenlandse investering.
Onder de nieuwe president, Prabowo Subianto, prijken defensie en internationale betrekkingen minstens even hoog op de agenda. Zo wordt er fors geïnvesteerd in het militaire apparaat en heeft Indonesië onlangs maritieme oefeningen met Rusland gehouden.[40]
Onderdeel van de Indonesische economische en diplomatieke agenda is de elaboratie van ASEAN, een Zuidoost-Aziatisch economisch blok met net zoveel niet-waargemaakte potentie als Indonesië zelf. ASEAN wil zich toe bewegen naar een single market zone, zoals de EU dat nu ook is, maar die toekomst lijkt voor nu nog ver weg.
De containment van China, als dominante grootmacht van de regio, ziet Indonesië in toenemende mate als de voornaamste uitdaging.[41] Vanuit westers oogpunt lijkt dit doel strijdig met de Indonesische samenwerking met Rusland, maar vanuit Indonesisch veiligheidsperspectief is die paradox minder opvallend.
Er wordt al decennia gewezen op de grote potentie van Indonesië. Deze schuilt vooral in:
De grote en relatief jonge bevolking, die nog altijd gestaag groeit.
De sleutelpositie die Indonesië heeft verworven in de wereldwijde nikkelproductie en -verwerking. Nikkel is een essentiële grondstof voor de productie van staal en batterijen, en daarmee van groot belang voor de industrie in de ruimste zin en de groene sector in het bijzonder.[42] Tegelijkertijd is nikkel een vloek, omdat het verregaande Chinese economische en politieke inmenging heeft gestimuleerd.
De productie (en binnenlandse verwerking) van kolen, tin, bauxiet en palmolie, allemaal gewilde producten op de wereldmarkt.[43]
De “gunfactor” die bij underdog-status komt kijken. Weinig (omringende) landen ervaren Indonesië als acuut bedreigend. Dit geeft het land aanvullende kansen en openingen in de internationale politiek.
De hoofdrol die Indonesië speelt binnen ASEAN. Net als Duitsland en Frankrijk binnen de EU kan Indonesië binnen en via ASEAN meer invloed uitoefenen.
De geostrategische ligging van Indonesië (tegelijk ook een zwakte, zie beneden) in het hart van de “Indo-Pacific.” Er is geen economisch levensvatbare maritieme route tussen de Indische en Pacifische Oceaan die Indonesië omzeilt.
Toch heeft Indonesië dusver een beperkte invloed gehad op het wereldtoneel. Dat komt deels door de Indonesische afwijzing van interventionisme (zie Wereldbeeld). Andere beperkende factoren zijn:
Aanhoudende corruptie en Chinese invloed “achter de schermen” van de economie en de politiek.[44]
De relatieve en absolute militaire zwakte van Indonesië. Alleen de marine heeft enige projectiemacht, al wordt er nu wel fors geïnvesteerd in de bredere Indonesische krijgsmacht.[45]
Geologische factoren en ligging. Indonesië is kwetsbaar voor overstromingen, aardbevingen en verzakkingen.[46] Als archipel kan Indonesië vanuit alle kanten belaagd worden door een maritiem sterkere macht.
De inefficiënt opererende fossiele sector. Indonesië baat zijn olievelden uit met inferieure, verouderde installaties. Daardoor kampt Indonesië ondanks de grote olievoorraden met een groeiende olievraag.
Het bescheiden gewicht dat Indonesië in de geopolitieke weegschaal legt, schuurt steeds meer met de groeiende ambities van het land. Tot dusver was Indonesië vooral naar binnen en naar Zuidoost-Azië gekeerd, maar met het recente aantreden van de nieuwe president Prabowo is de extraregionale (machts)positie van Indonesië nu top of mind bij de regering.
Indonesië heeft militair opgetreden in Westelijk Nieuw-Guinea (1960-62) en in Oost‑Timor (1975-76). Verder heeft het geprobeerd de oprichting van Maleisië te stoppen met “confrontatie” (1963-66). Op deze uitzonderingen in het verdere verleden na heeft Indonesië tot op heden geen blijk gegeven van significante interventionistische ambities.
De Indonesische opstelling als “onpartijdige” dienaar van de internationale rechtsorde heeft gemengde gevolgen. Aan de ene kant maakt het Indonesië een gewillige medestander bij normatieve projecten zoals bijvoorbeeld het aankaarten van mensenrechtenschendingen. Aan de andere kant zorgt de Indonesische afkeer van unilateralisme voor een opstelling van morele equivalentie waar dat de rechtsorde juist ondermijnt, zoals ten aanzien van de Oekraïne-oorlog.[47]
Indonesië heeft, ondanks zijn afwijzing van militaire interventie, een verleden op het gebied van hybride conflictvoering. Tegelijkertijd moet worden erkend dat de twee bekendste hybride activiteiten (spionage en liquidatie) plaatsvonden in een periode van uitzonderlijke maatschappelijke onrust (de naweeën van de Oost-Timorese onafhankelijkheidsstrijd), en dat de Indonesische cybercapaciteiten op dit moment nog in de kinderschoenen staan.[48]
Het non-interventionistische beleid van Indonesië kan op twee manieren worden uitgelegd: (1) als een variatie op China’s eerdere strategie van “hiding one’s capacities, biding one’s time” of (2) als een principiële afwijking van het standaardpatroon van opkomende wereldmachten. De vraag is of Indonesië in de toekomst, ondanks toenemende capaciteiten, toch een “deugdelijke” antikoloniale speler zal blijven.
Kan Indonesië stabiele groei volhouden, en wat doet dat groeiende regionale overwicht met de zelfperceptie en internationale opstelling?
Gaat Indonesië de opkomst van China als dermate bedreigend ervaren dat het, ondanks de economische afhankelijkheid, toch Beijing gaat trotseren?
Betekenen de aangekondigde nieuwe investeringen in defensie een blijvende koerswijziging in het beleid en de geopolitieke oriëntatie van Indonesië, of keert Indonesië toch weer terug naar de economische en binnenlandse focus van de vorige president, Joko Widodo?
Scenario’s waar deze actor een hoofdrol in speelt: