Vanaf het aantreden van Deng Xiaoping als voorzitter van de Chinese Communistische Partij (CCP) in 1973 tot de beëdiging van Xi Jinping in 2012 voer China een pragmatische koers. “Bu zhenglun” was Deng’s adagium – “Laten we de theorie eventjes achterwege laten.” Economische ontwikkeling was belangrijker dan ideologische correctheid. Met Xi’s aantreden lijkt de koers van Deng deels ongedaan te worden gemaakt. Een centrale pijler van “Xi Jinping Gedachtegoed” is de versteviging van de ideologische basis van de partij (“de theorie”). Politieke comités krijgen meer controle over het bedrijfsleven; assertieve ondernemers worden op het matje geroepen of buitenspel gezet. De bredere visie die deze ontwikkelingen voortstuwt kan op verschillende manieren worden uitgelegd. Twee interpretaties van Xi’s drijfveren domineren momenteel het debat. De eerste interpreteert Xi’s China als een “disgruntled and increasingly ambitious stakeholder.”[19] Volgens deze interpretatie accepteert de CCP in de basis de multilaterale spelregels van de huidige wereldorde, maar voelt zij zich tegelijkertijd een chronisch ondergewaardeerde speler. Het Chinese centralisatieproces wordt binnen deze zienswijze uitgelegd als een teken van toenemende zelfverzekerdheid over het concurrentievermogen van autocratisch bestuur. Zodra China a fair seat at the table heeft en vrijelijk mee mag dingen, is de wereldorde weer in balans. De tweede interpretatie van China’s terugkeer naar centrale politieke controle is pessimistischer over de ruimte voor een compromis. Volgens deze tweede “school” is Xi net als Poetin in de ban van een conflictueus ideologisch narratief. In deze interpretatie stelt Xi een terugkeer naar de originele Marxistisch-Leninistische uitgangspunten van de Chinese Communistische Revolutie voor. Liberaal-democratische spelers zouden onherroepelijk ten onder gaan aan de “tegenstrijdige krachten” in de samenleving (de strijdende belangengroepen), terwijl China de historische taak wacht om de wereldorde opnieuw en beter in te richten. In deze interpretatie heeft Xi zelf gekozen voor confrontatie met het Westen en streeft hij naar hegemonie, niet een eerlijk aandeel. De onzekerheid over Xi’s drijfveren resulteert in onzekerheid over China’s intenties.[20]
China wil af van de Amerika-centrische en liberaal-democratische wereldorde zoals die heeft bestaan sinds begin jaren ’90. De op westerse waarden gedreven orde, met zijn mensenrechtencommissies en democratiseringsinitiatieven, is China een doorn in het oog. China is momenteel de enige speler die zowel bereid als in staat is om die orde van binnenuit te veranderen of te vervangen. Daarmee is het land potentieel de grootste revisionistische kracht van vandaag.
Het is nog onduidelijk welke alternatieve wereldorde China precies nastreeft. In de internationale schijnwerpers roept China op tot multipolariteit en tot een structureel grotere invloed voor het Mondiale Zuiden. Maar op partijbijeenkomsten spreekt Xi over een titanische strijd tussen twee historische krachten: het revolutionaire China en de “reactionaire” tegenbeweging van de VS en bondgenoten. Als dit inderdaad de ambitie van China reflecteert, dan suggereert het een veel grotere toekomstige rol voor Beijing dan één van de polen in een multipolaire wereldorde.[21]
Op zijn minst wil China dé grootmacht van Oost-Azië zijn, met een evenredige institutionele stem in de multilaterale wereldorde. In de regio ligt voor China de focus op het oplossen van territoriale conflicten in de Zuid-Chinese Zee in China’s voordeel en de hereniging met Taiwan. Mondiaal streeft China naar de hervorming van internationale instituties (de Wereldbank, het IMF, de WTO) in eigen voordeel, zodat hun beleid beter aansluit bij China’s belangen.
China is inmiddels één van de belangrijkste spelers op het wereldtoneel. Dat komt voornamelijk door:
De (geo-)economische slagkracht. Na de VS heeft China verreweg het hoogste BNP ter wereld; in koopkrachtpariteit is China de VS zelfs al voorbij. China is voor velen de belangrijkste handelspartner geworden. Ook heeft China een dominante positie in de meeste aanvoerketens, in de productie en verwerking van kritieke grondstoffen en rondom een aantal geografische bottlenecks.
Een snelgroeiend netwerk van “cliënten” en bondgenoten. China heeft een minder waardengedreven ontwikkelingshulpbeleid dan westerse landen. Daarmee vergaart het steeds meer invloed bij niet-westerse landen.[22]
De toenemende uitbouw van zijn militaire capaciteiten. Het land heeft het op één na grootste defensiebudget ter wereld en de grootste krijgsmacht, en zet sterk in op het uitbreiden van de marine.[23] Daarnaast wordt stevig ingezet op het moderniseren van de krijgsmacht, onder meer door het op schaal ontwikkelen en integreren van AI en onbemande systemen.[24] Ook zal de Chinese voorraad aan kernkoppen het komende decennium naar alle waarschijnlijkheid doorgroeien, al zal de totale voorraad kleiner blijven dan die van de VS of Rusland.[25]
De toenemende diversiteit van het machtsinstrumentarium. China bouwt niet alleen zijn capaciteiten snel uit op militair gebied – maar ook op economisch, diplomatiek, cyber en soft power vlak. Er zijn naast de VS en China niet veel spelers die op zoveel terreinen druk kunnen uitoefenen op het wereldtoneel.
China heeft echter ook zwakke punten. Deze zijn vooral:
Economische en demografische remfactoren. Door o.a. een wankelende huizensector, lage binnenlandse consumptie en industriële overcapaciteit kwakkelt de Chinese economie momenteel. Op demografisch vlak speelt vooral vergrijzing en hoge jeugdwerkeloosheid. Economische stagnatie levert het bestuur een acuut legitimiteitsvraagstuk op, aangezien de civiele gehoorzaamheid van het Chinese volk impliciet afhankelijk is van de belofte van een stabiele welvaartsstijging.[26]
China’s impopulariteit bij machtige spelers. De VS, India, Japan, Zuid-Korea, Australië, Indonesië en de EU maken zich zorgen om China’s groei en proberen op economisch, militair en diplomatiek vlak steeds meer tegenwicht te bieden.[27]
Om de eigen expansieve definitie van de Chinese nationale veiligheid te realiseren, en in zekere zin China’s positie te versterken, manifesteert China zich steeds vaker en assertiever in de eigen regio. Chinese militaire vliegtuigen schenden steeds vaker het luchtruim van buurlanden, het oefent en dreigt openlijk met blokkades of zelfs een invasie van Taiwan en er zijn steeds vaker schermutselingen tussen China en landen rondom de Zuid-Chinese Zee.[28]
China zet ook hybride middelen in om de eigen belangen te behartigen, met als voorname methodes (bedrijfs)spionage en de surveillance en beïnvloeding van de diaspora middels ambassades, academische instituten en politiebureaus.[29]
China’s investeringen in Afrika en Latijns-Amerika zijn mede gericht op het winnen van stemmen in de VN en de promotie van Chinese en antiwesterse denkbeelden. China probeert de onvrede in het Mondiale Zuiden over de materiële verhoudingen in de wereld te mobiliseren als inzetbaar geopolitiek kapitaal.[30]
China’s onvrede over de liberaal-democratische wereldorde geleid door de VS heeft ook institutionele voet aan de grond: met de Shanghai Cooperation Organization (SCO), FOCAC en de uitbouw van BRICS smeedt China fora die vooral op financieel-economisch en diplomatiek gebied een antwoord moeten vormen op de volgens China “westcentrische” multilaterale architectuur.
Hoe intens wordt de confrontatie met de VS?
Hoezeer raakt China geopolitiek verstrengeld met Rusland, Iran en Venezuela?
Hoe succesvol worden door China geleide internationale organisaties in hun contestatie van een “Westcentrische” wereldorde?
Scenario’s waar deze actor een hoofdrol in speelt: