In de inleiding stelden we dat wij (allen) slechte voorspellers zijn. Dat komt niet alleen door de beperkte informatie of rekenkracht waarover wij beschikken. Het probleem zit dieper. Op een fundamenteler niveau is de wereld om ons heen niet gecompliceerd – dat wil zeggen, moeilijk te ontcijferen – maar inherent complex. Er bestaan te veel bewegende delen die elkaars gedragingen ook nog eens beïnvloeden. Bovendien heeft de “toeschouwer” – de lezer van dit rapport – zelf ook nog een (bescheiden) invloed op het geheel.

In een onzekere en snel veranderende wereld dient het Nederlandse buitenland- en veilig­heids­beleid daarom niet enkel tot stand te komen op basis van voorspellingen van wat (waarschijnlijk) “zal” gebeuren. Minstens zo belangrijk is de vraag wat er (mogelijk) “kan” gebeuren. Met deze strategic foresight mindset wordt het mogelijk om beter voorbereid te zijn op de uitdagingen en uitkomsten die ons kunnen wachten. Het maakt ons “toekomstenproof” en biedt handvatten om meer grip te krijgen in en op een steeds ongrijpbaar wordende wereld, een wereld die steeds meer gekenmerkt wordt door “geopolitiek olieworstelen.” De elf geopolitieke hoofdpersonages van deze studie en hun acht geopolitieke voorstellingen presenteren verschillende inzichten en strategische dilemma’s. De belangrijkste worden hier kort behandeld.

De afbrokkeling van multilaterale instituties en de opkomst van nieuwe en wisselende coalities op het wereldtoneel

Het wereldtoneel heeft er veel en verschillende geopolitieke spelers bijgekregen. Groot­machten, opkomende (en afkalvende) machten, verstorende spelers, en onconventionele spelers. Het brengt een proliferatie aan ideologieën en belangen met zich mee. Het is de internationale rechtsorde en de legitimiteit van multilaterale instituties die hier wellicht wel het meest onder te lijden hebben. De toenemende contestatie van de VN (Scenario’s 2 & 6), de COP (Scenario 4), en het Internationaal Gerechtshof (Scenario 5) zijn allemaal voorbeelden van de afbrokkeling van het multilaterale ideaal. Met deze afbrokkeling komt ook de internationale rechtsorde nog verder in het geding, die zo sterk is als de instituties die haar schragen.

In reactie op de recessie van unipolair gezag en de zoektocht naar een vorm van multipolaire orde zien we dat landen zich steeds meer gaan richten op kleinere, relatief wendbare coalities van gelijkgestemden op verscheidene deelonderwerpen. Dit is het veelbelovende “tussenniveau” van het minilateralisme. Onze actoranalyse van Indonesië stond stil bij de belangrijke rol die ASEAN zou kunnen spelen in de politieke toekomst van dat land (als het maar wil). China heeft grootse plannen voor de SCO, al blijft het de vraag hoe coherent de organisatie blijft als de onderwerpen waarmee het zich bezighoudt uitbreiden. Zowel India als de VS beschouwen de Quad als een handzame coalitie voor de (maritieme) indamming van China. Minilaterale verbanden zijn de steering committees van de wereldpolitiek, en zullen dat voorlopig blijven (zie Scenario’s 2, 3, 4 en 5). Multilaterale samenwerking blijkt vooral mogelijk als er gemeenschappelijke uitdagingen zijn waar landen niet omheen kunnen (zie Scenario 6).

Amerika en China (en Amerika-versus-China) als geopolitieke vraagstukken

In de actoranalyses zagen we dat de relatieve opkomst van China één van de belangrijkste geopolitieke feiten voor de VS vormt. De Amerikaanse voorsprong is op een aantal terreinen rap door China ingehaald. Dat gegeven wordt als onacceptabel gezien in Washington. Zoals verwacht lijkt de reactie vanuit de kant van de VS om de tegenstelling met China steeds hoger op te spelen en andere spelers te dwingen “een kant te kiezen.” Ook China gaat mee in de logica van de confrontatie, vanuit actieve dan wel reactieve overwegingen. Vanuit dit oogpunt wordt een snelle rapprochement tussen de VS en Rusland voorstelbaar (zie Scenario 1). Een dergelijke ontwikkeling zou Nederland, de EU en Oekraïne in een lastig parket brengen.

In algemene zin worden de VS voor Nederland en de EU in sneltreinvaart een geopolitiek vraagstuk van het grootste belang. Terwijl vóór 2016 nog min of meer gerekend kon worden op de likemindedness van Washington, is dat nu onzeker geworden. We moeten de Make America Great Again-beweging niet zien als een anomalie maar als een integraal onderdeel van de Amerikaanse maatschappij, net zozeer als het liberale internationalisme van Joe Biden. In onze scenario’s is de uitgangspositie dat Donald Trump en Elon Musk een grote invloed gaan hebben op het wereldtoneel, misschien zelfs op de lange termijn. Met die aanname moeten we werken. Er staat te veel op het spel voor Nederland en voor Europa om er enkel van uit te gaan dat het zo’n vaart niet zal lopen of dat de wereld na 2028 weer “de oude” wordt.

Toenemende Amerikaanse druk om onze relaties met China drastisch af te bouwen zal hoofdbrekens opleveren in Europese hoofdsteden, waaronder in Den Haag. Strategisch autonomer worden van China – een systeemrivaal – is een gedeelde wens. Maar tegelijkertijd zijn goede relaties met Beijing nodig om vrede en veiligheid op het wereldtoneel te bewerkstelligen, onze wederzijdse afhankelijkheden op een verantwoorde wijze te beheren en om klimaatmitigatie en -adaptatie (zie scenario 4) te bevorderen. Bovendien kan een verbeterde relatie met Beijing ook een antwoord bieden op een wispelturige, op eigenbelang gerichte VS.

We kunnen niet om de middenmachten heen

Het wereldtoneel laat zich niet alleen kenschetsen door toenemende grootmachtcompetitie, waarbij “de rest” ofwel een kant kiest dan wel “ongebonden” blijft. India, bijvoorbeeld, is een musculaire middenmacht die over de potentie en de assertiviteit beschikt om weerstand te bieden tegen de dwingende dynamieken van de grootmachtcompetitie. Ook een aantal andere middenmachten zal niet makkelijk door grootmachten getemd kunnen worden (zie Scenario 2). De VS en China zullen – naast druk – juist ook de kunst van verleiding moeten toepassen om landen in hun kamp te krijgen. Dit biedt onderhandel- en manoeuvreerruimte voor derden, zeker wanneer zij veel potentie bezitten.

Middenmachten zullen een grotere stempel gaan drukken op het geopolitieke wereldtoneel. Het zijn daarmee de middenmachten die voor een belangrijk gedeelte de sleutel in handen hebben naar een veilige en voorspoedige toekomst. Voor Nederland en voor Europa, maar ook voor bijvoorbeeld Rusland en China. Ook de toekomst van de internationale rechtsorde ligt voor een belangrijk deel in handen van de middenmachten. Nederland (in/en de EU en NAVO) zal – meer dan voorheen – moeten (leren) schakelen met een veelheid aan actoren die iets in de geopolitieke melk te brokkelen hebben. Daarbij is het de uitdaging om de middenmachten niet te verliezen. Voor Nederland blijft de kunst van de (politieke, economische en militaire) diplomatie en van het schipperen daarvoor onverminderd belangrijk.

New kid on the block: big tech

Elon Musk speelt op het niet-fictieve wereldtoneel en in twee van onze scenario’s een geopolitieke hoofdrol (zie Scenario’s 7 en 8). Dat is vooral vanwege zijn commerciële en industriële rol als één van de machtigste, meest succesvolle ondernemers in de techsector, die bovendien zijn eigen denkbeelden wil verspreiden. In onze twee scenario’s over Musk schittert de Amerikaanse overheid door afwezigheid. Het Witte Huis grijpt niet in tijdens Musks experimenten in Latijns-Amerika en de Cariben, en staat toe dat techreuzen onderling een “verdrag” tekenen voor de bestrijding van ISIS. De scenario’s laten in het midden of de overheid dit doet uit overeenstemming of uit onmacht. Het punt dat hier naar voren komt is de opmerkelijke autonomie die techspelers steeds meer naar zich toe (kunnen) trekken.

De techsector is vanuit het oogpunt van liberale democratieën een soort tweesnijdend zwaard geworden. De Amerikaanse techindustrie biedt naast grote kansen even grote uitdagingen. Aan de ene kant is het Silicon Valley-model een boegbeeld van de creativiteit en de economische dynamiek van “onze” maatschappelijke inrichting. Aan de andere kant is het een technocratische machtsfactor aan het worden die het “democratische” (en soms zelfs het “liberale”) element van de liberale democratie uitholt en ondermijnt. Wil Nederland effectief kunnen opereren op het geopolitieke wereldtoneel, dan zal het moeten leren zich te verhouden tot nieuwe (tegen)spelers zoals bigtechbedrijven en steenrijke individuen met een missie.

Verstoring als baseline

De activiteiten van zowel de techsector als statelijke spelers maken disruption – verstoring – bijna een constante in het dagelijks leven. Elon Musk krijgt van ons de secundaire tag van een verstorende speler omdat sociale mediaplatforms en AI-bedrijven de “spelregels” omzeilen en veranderen. De ontwikkelingen op het gebied van AI gaan daarnaast vliegensvlug. De potentiële verstorende impact van AI op het Nederlandse buitenland- en veiligheidsbeleid moet dan ook niet worden onderschat. Zo zou het de komende jaren een boost kunnen geven aan de ontwikkeling van massa-ontwrichtingswapens (zie Scenario 6), of individuen in grote getalen in de handen van ISIS kunnen drijven (zie Scenario 8).

Bij verstoring in de geopolitiek denken we vooral aan statelijke actoren zoals Rusland, Iran en Venezuela, die over de intenties, capaciteiten en activiteiten beschikken om de rol van geopolitieke stoorzender op zich te kunnen nemen. Dit zullen zij in toenemende mate doen via zogenaamde proxies (zie Scenario 3) alsook via digitale en fysieke heimelijke inmengingsactiviteiten (zie Scenario’s 5 en 6). In een toenemende narratievenstrijd zijn de pijlen onder meer gericht op bestaande gevoelens en percepties over westerse hypocrisie.

De activiteiten van verstorende spelers bieden grote uitdagingen voor Nederland, de EU en de NAVO. Door hun “open” karakter zijn liberale democratieën bijzonder kwetsbaar voor bijvoorbeeld desinformatiecampagnes en (bedrijfs-)spionage. Ook de versterking van antiwesterse narratieven vormen een bedreiging voor de Nederlandse en Europese buitenlandse doelstellingen. Een bescheiden “kans” schuilt in de aanzet die het geeft om onszelf en ons eigen narratief krachtiger te presenteren naar de buitenwereld (zie hieronder).

Hoe om te gaan met hypocrisie en opportunisme

Een terugkerend thema in deze studie is het succes waarmee diverse actoren, binnen de eigen samenleving en daarbuiten, “het Westen” van hypocrisie beschuldigen. Wellicht soms terecht, maar ook onterecht. Zulke beschuldigingen vormen één van de hoofdinstrumenten in het retorische arsenaal van de axis of upheaval (zie Scenario 5). Maar ook ontwikkelende economieën die niet per se in conflict zijn met het Westen, zoals India, Zuid-Afrika en Indonesië, maken soortgelijke aanklachten (zie Scenario 4). Voor het Westen is hypocrisie één van de voornaamste aanvalsvectoren geworden. In zekere zin is dat onvermijdelijk. De huidige wereldorde is een liberale orde. Het liberalisme als politieke ideologie staat voor de gelijkwaardigheid van alle spelers. Tegelijkertijd bestaat elke wereldorde uit een (formele of informele) hiërarchie. Machtsverschillen doen ertoe in de praktijk. Die frictie tussen twee tegenstrijdige concepten (“liberale” en “wereldorde”) leidt tot gevoelens van onvrede bij niet-dominante spelers, en dat gevoel is deels legitiem en begrijpelijk. Tegelijkertijd worden deze begrijpelijke sentimenten aangewakkerd en versterkt door opportunistische spelers die geen eerlijkere of consistentere versie van de liberale orde nastreven, maar vooral uit zijn op maximale verstoring.

De uitdaging voor Nederland in/en de EU en de NAVO is tweeledig. Aan de ene kant moet het onderscheid zien te maken tussen legitieme en opportunistische klachten over westerse hypocrisie, en dit onderscheid ook openlijk erkennen. Aan de andere kant moet het een mitigatiestrategie ontwikkelen voor deze ideologische achilleshiel. Dat kan bijvoorbeeld door helderder te communiceren waartoe wij wel en niet bereid zijn om onze internationale waarden en normen te verdedigen (in plaats van zeer ambitieuze taal te gebruiken die vervolgens niet kan worden waargemaakt). En door een consistenter verhaal te ontwikkelen over wie wij zijn en welke waarden wij als gemeenschap hebben en representeren (en in hoeverre die universeel horen te zijn).

Het belang van (het kennen van) wereldbeelden

Of het nou gaat over het zelfbeeld van Saoedi-Arabië als Hoeder van de Heilige Moskeeën, de antikoloniale erfenis van Zuid-Afrika, Indonesië en India, of het socialistische masker van het Venezolaanse regime – we hebben in de geopolitiek te maken met een rijk palet aan ideologische kleuren. Het is vandaag de dag essentieel dat we niet alleen de vraag stellen wat geopolitieke actoren reeds willen (intentie), kunnen (capaciteiten), en doen (activiteiten) maar ook wat hen drijft (wereldbeeld).

Met de achteruitgang van de relatieve macht van het Westen breekt een periode aan waarin “het ultieme argument”, namelijk druk, dwang en dreiging, in veel gevallen niet meer toereikend zal zijn. Dat betekent dat overtuigingskracht veel centraler moet komen te staan in ons buitenlandse optreden dan hiervoor. En voor overtuiging is allereerst inleving nodig. Een oeverloze herhaling van de eigen standpunten, die een gebrek aan interesse in de beleving van de ander etaleren, komt zwak en onzeker over. Het is juist een teken van kalm zelfvertrouwen om geduldig te proberen de ander goed te begrijpen, voordat de meningsverschillen worden aangekaart.

Dat wil niet zeggen dat alle spelers in alles worden geleid door hun wereld- en toekomstvisies. In een multipolaire wereldorde zullen ook diverse conflicterende belangen steeds assertiever verdedigd worden. Sommige belangen zullen stroken met het voortbestaan van de internationale rechtsorde zoals we die nu kennen (zie Scenario 6). Andere belangen zullen in meer of mindere mate indruisen tegen die huidige wereldorde (zie Scenario 5). Transactionalisme is, net als ideologische gedrevenheid, een doodnormale opstelling op het wereldtoneel die we de komende vijf jaar waarschijnlijk steeds meer zullen gaan zien.

Anticipatie en Improvisatie

De in deze Monitor beschreven (potentiële) ontwikkelingsrichtingen leveren onafhankelijk van elkaar uitdagingen op voor Nederland in/en de EU en NAVO enerzijds, en voor de internationale rechtsorde anderzijds. Tegelijkertijd kunnen elementen uit de “geopolitieke voorstellingen” ook gelijktijdig optreden en met elkaar interacteren. Als we ons zowel preventief als reactief beter willen gaan wapenen voor een steeds ongrijpbaarder geopolitiek tijdsgewricht dan zullen we ons - als slechts één van de vele spelers - ook een beetje naar het toneel en de omstandigheden moeten voegen. Van overheden, bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en individuen wordt vandaag de dag een hoge mate van weerbaarheid en aanpassingsvermogen gevraagd. Het zijn naar onze stellige overtuiging precies die kwaliteiten die zullen bepalen welke actoren de komende jaar zullen schitteren en welke juist zullen afgaan op het geopolitieke wereldtoneel.

Het is voor Nederland van cruciaal belang dat het in staat is om te anticiperen op wat kan komen door zich goed voor te bereiden op zijn rol en vooral ook zoveel mogelijk het eigen script te schrijven in plaats van de kleine bijrol te moeten uitvoeren zoals anderen deze voor ons bedacht hebben. Tegelijkertijd zal Nederland in staat moeten zijn om te kunnen acteren en improviseren op het wereldtoneel. Dit zijn twee kanten van dezelfde medaille. Voor een acteur die niet beide kunsten beheerst zal op het nieuwe, competitieve geopolitieke wereldtoneel het doek snel vallen.