Na de (her)verkiezingen van Trump verdwijnt het klimaat wederom van de politieke agenda in de VS. “Drill, baby, drill” was één van Trumps vele campagneslogans, en die belofte wordt dan ook spoedig ingewilligd tijdens zijn regeerperiode. De VS trekt zich bovendien terug uit het klimaatakkoord en de oliewinning wordt opgevoerd in onder meer Alaska.

Ook andere grote spelers schroeven hun mondiale klimaatinspanningen terug. China, geplaagd door een stagnerende economie, wil de concurrentiestrijd met de VS niet verliezen en blijft, naast de grootste producent van hernieuwbare energie, ook een grote uitstoter in het komende decennium. Rusland ziet zijn gok op de fossiele economie uitbetaald worden. Na een recente levering van Chinese onderdelen voor een energiecentrale is ook de tweede productielijn van LNG 2 Project in de Russische noordpoolgebied succesvol op gang gebracht.[117] Kortom: de grootmachten laten het grotendeels afweten waar het de mitigatie van klimaatverandering betreft. Tegelijkertijd voert protectionisme hoogtijdagen. Ook op het gebied van “groene handelsbarrières”, ook wel “groen protectionisme” genoemd (figuur 28). [118]

Aantal handelsmaatregelen gekoppeld aan het klimaat (bron: , fictieve data vanaf 2023 t.b.v. het scenario).
Figuur 28
Aantal handelsmaatregelen gekoppeld aan het klimaat (bron: WTO, fictieve data vanaf 2023 t.b.v. het scenario).

Het is 2026, en de gevolgen van het veranderende klimaat beginnen nog meer dan voorheen parten te spelen. Hoewel de groene industrie blijft groeien, is wereldwijd de hoop grotendeels opgegeven om de opwarming onder de 1,5 graad te houden en is de focus verschoven van klimaatmitigatie – de beperking van klimaatverandering – naar klimaatadaptie –aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Voor deze aanpassingen zijn een hoge mate van kennis en kapitaal nodig. Welvarende landen hebben deze redelijk paraat en maken gebruik van innovatieve oplossingen en vormen van geo-engineering, zoals de vorming van kunstmatige regenwolken. Dit type operaties wordt niet meer alleen toegepast in de woestijnen van Saoedi-Arabië, maar ook in andere droogtegevoelige gebieden, zoals het Colorado River Basin in de VS en boven de Yangtze rivier in China. Ook in Europa worden miljarden geïnvesteerd in klimaatadaptie. Minder welvarende landen hebben niet de middelen voor dergelijke oplossingen en vissen achter het net.

In Indonesië zakt hoofdstad Jakarta weg met bijna 15 centimeter per jaar. Een door experts opgesteld scenario dat in 2040 dertig procent van de stad onder water staat, wordt langzaam maar zeker werkelijkheid.[119] Ondanks een veelvoud aan plannen (nieuwe kustverdediging, een kunstmatig eiland, of een verbeterd drinkwatersysteem) lukt het de megastad niet om zich aan te passen aan de nieuwe situatie.[120] De elite neemt haar toevlucht in Nusantara, de nieuwe hoofdstad in aanbouw op het eiland Borneo. Indonesische miljardairs hebben miljoenen geïnvesteerd in hun veilige haven.[121] De minderbedeelde bevolking valt tussen wal en schip.

In 2027 wordt Zuid-Afrika geteisterd door grote bosbranden in de KwaZulu-Natal provincie, waar in korte tijd tienduizenden hectaren grasland verbranden en grote hoeveelheden vee omkomen. Ook Brazilië wordt geteisterd door grote bosbranden in de Cerrado regio. In augustus, midden in het droge seizoen, brandt een landmassa met de omvang van Duitsland af. Deze rampen hebben, naast de enorme ecologische impact, desastreuze gevolgen voor de agrarische productie van deze landen. De inflatie schiet omhoog en de regering staat onder hoge druk van de onrustige bevolking.

De kwakkelende economie en toenemende onzekerheid in Zuid-Afrika leiden er mede toe dat de Amerikaanse agrireus Cargill besluit om zijn werkzaamheden in Zuid-Afrika af te gaan bouwen. De chipfabrikant Intel besluit zijn investeringsplannen in India deels terug te schroeven vanwege toenemende zorgen over de watervoorziening in Gujarat. Het zijn voorbeelden van een bredere trend: grootkapitaal slaat op de vlucht voor klimaatverandering. Tegelijkertijd stapelen de economische barrières voor middelkleine actoren in het Mondiale Zuiden zich op. Na de Amerikaanse Inflation Reduction Act, de EU’s Green Deal Industrial Plan en de Deforesting Regulations treedt in 2026 ook het geplande Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) in werking.[122] Deze maatregelen worden in andere landen gezien als een opwerping van nog meer protectionistische barrières vanuit het Westen. De wegtrekkende bedrijven en de economische malaise zorgen bovendien voor een sneeuwbaleffect: de werkloosheid neemt toe waardoor migratiestromen naar welvarende regio’s aanzwellen.

Klimaatongelijkheid krijgt zo een extra dimensie: niet alleen worden bepaalde landen onevenredig slachtoffer van klimaatverandering, ook voelen ze zich buitengesloten van de nieuwe groene industrie en de bijbehorende productieketens. Het groene protectionisme van ontwikkelde landen leidt tot steeds meer wrok onder landen in het Mondiale Zuiden, waaronder Zuid-Afrika. In november 2030 organiseert dat land in Kaapstad COP35, en grijpt het deze bijeenkomst aan om een brede coalitie te smeden van ontwikkelende landen, waaronder Indonesië, Brazilië, Iran en Venezuela. De conferentie blijkt een kantelpunt te zijn. Welvarende landen zien zich geconfronteerd met een brede backlash tegen het (groene) protectionisme. In plaats van zich massaal aan te passen aan de westerse regelgeving, beginnen steeds meer landen economisch te draaien naar het Oosten.[123] Grote voedselproducerende landen, waaronder Indonesië, Brazilië en Zuid-Afrika, gaan bijvoorbeeld op zoek naar andere handelspartners. Die vinden ze onder andere in China, die midden in een handelsoorlog zit met de VS en een grote behoefte heeft aan nieuwe handelspartners, in het bijzonder in de voedselindustrie.[124]

Maar de “COP-zorgen” blijven aanhouden bij ontwikkelende landen, die slechts beperkt voorbereid zijn op de toenemende impact van klimaatverandering op hun economie en hun samenleving. Het blijft doormodderen en wachten op de volgende klimaatramp, met alle gevolgen van dien.

Analyse Scenario 4
COP-zorgen

In de achtergrond van dit scenario speelt een duivels dilemma voor het Westen. Met een politieke tegenreactie tegen economische globalisatie en de offshoring van industrieën groeit de druk in democratieën om de eigen (groene) industrie te beschermen. Op die manier worden de eigen belangen beschermd, zo lijkt het op de korte termijn. In dit scenario blijkt echter dat groen protectionisme ons op een ander vlak en op de langere termijn tegen kan werken, door ontwikkelende economieën op industrieel vlak buiten te sluiten en in de armen van concurrerende machten te drijven. Zo kan industriële zelfbescherming uiteindelijk toch leiden tot geostrategische zelfbeschadiging. De geostrategische risico’s van een “red uzelf”-beleid nemen toe als westerse overheden bovendien weinig (financiële of technologische) steun beschikbaar stellen aan ontwikkelende economieën om klimaatverandering het hoofd te bieden.

Een gebrek aan adaptatiemogelijkheden voor ontwikkelende landen betekent dat er een vergrote kans ontstaat op crises en conflicten aldaar met toenemende instabiliteit en grotere migratiestromen als gevolg. Ook kan het de voedingsbodem voor extremisme en terrorisme vergroten. Ter plaatse, maar ook in en richting westerse landen. Dit kan Nederland (in/en de EU/NAVO) flink raken en tot hoge (in)directe kosten leiden. Gebrekkige klimaatadaptatie elders zal dienen als een zogenaamde threat multiplier. Dit scenario maakt inzichtelijk dat een (gepercipieerd) gebrek aan westerse mondiale klimaatactie in combinatie met westers (groen) protectionisme onbedoelde bijeffecten kan hebben. Zo kan Nederland en het bredere Westen de aansluiting verliezen op dit dossier met grote delen van de wereld. Bovendien kan het zelfs als splijtzwam dienen tussen het Westen enerzijds en het Mondiale Zuiden anderzijds. De mismatch tussen westerse retoriek aangaande vrijhandel enerzijds en “eigen industrie eerst” draagt hieraan bij. Net als de spanning die er bestaat tussen enerzijds retoriek over een duurzame ethische toekomst en anderzijds een gepercipieerde onverschilligheid naar de onhoudbare toekomst van armere landen.

Daar komt nog eens bij dat China en andere spelers kunnen profiteren van de situatie. In 2018 en 2019 was dit ook het geval ten tijde van de toenmalige handelsoorlog tussen de VS en China. Paradoxaal bleef de Chinese handel toen groeien. De WTO noemt dit het “bystander effect.”[125] Het scenario brengt daarbij naar voren dat het Westen – en zeker ook de EU en Nederland – zijn eigen normatieve macht nog wel eens zou kunnen overschatten. China kan in dat geval wel eens de lachende derde worden. Relatief nieuwe samenwerkingsverbanden zoals het Forum on China-Africa Cooperation (FOCAC) kunnen hierdoor een boost krijgen, terwijl westerse samenwerking met het Mondiale Zuiden juist een knauw kan krijgen door deze samenloop van omstandigheden.

Het scenario brengt ook mogelijke kansen in beeld. Zo kan substantiële steun op het gebied van klimaatadaptatie een hoop goodwill opleveren bij ontwikkelende landen die zwaar geraakt worden door de impact van klimaatverandering. Dergelijk steunverlening kan tegenwicht bieden tegen groeiende kritiek op westerse landen die in de ogen van de andere landen debet zijn aan klimaatverandering en daarmee klimaat(on)veiligheid. Ook kan het tegenwicht bieden tegen toenemende invloed van China, die in het gat dat ontstaat door toenemende wrok richting het Westen en westers (groen) protectionisme duikt.

Een relevante vraag is hoe (EU-)regelgeving zo ingestoken kan worden dat klimaatmitigatie en -adaptatie mondiaal wordt bespoedigd zonder dat landen onnodig hard tegen de muren van “het groene fort Europa” oplopen. Klimaatverandering kan bovendien één van de weinige fronten zijn waar er ook substantiële gedeelde belangen bestaan tussen actoren die steeds vaker tegenover elkaar komen te staan op het wereldtoneel. Klimaatverandering is in zekere zin een gemeenschappelijke vijand (net als ISIS in Scenario 8). De vraag is in welke mate deze kansen tot samenwerking aangegrepen zullen worden. In dit scenario wordt geschetst wat de mogelijke consequenties zijn als wij deze kans aan ons voorbij laten gaan.

De VS hebben nu Trump president is geworden een klimaatsceptische regering. Hoe zullen Nederland en de EU zich op dit dossier daardoor op gaan stellen? Enerzijds komt een grotere last op Europese schouders maar anderzijds biedt het ook een kans om echt het voortouw te nemen en een bal op te rapen die de VS hebben laten liggen. Het pakken van verantwoordelijkheid kan een breekijzer zijn in het bouwen van verbeterde relaties met het Mondiale Zuiden.

Naarmate de kosten van klimaatadaptatie- en klimaatmitigatiemaatregelen blijven oplopen, komt het Westen steeds weer voor hetzelfde strategische dilemma te staan. Gaan landen als Nederland (weer) meer steun en financiering verlenen voor de landen die hard getroffen worden of doen ze dat niet? Het laatste zal onherroepelijk leiden tot verder toenemende weerstand tegen een (gebrek aan) westers handelen, een mogelijk profiterend China en groeiende secundaire impact zoals toenemende migratiestromen.

Byford Tsang & Juan Pablo Osornio, “Autocracy vs. Democracy: Climate Edition,” 19 maart 2024.
Adi Renaldi, “Indonesia’s giant capital city is sinking. Can the government’s plan save it?,” National Geographic, 29 juli 2022.
CBAM is een EU-beleidsinstrument dat een CO2-prijs plaatst op de import van materialen en producten van buiten de EU, specifiek die uit kool-intensieve sectoren, zoals staal, cement en ook kunstmest Deze regelgeving dient enerzijds om mondiaal groene standaarden te promoten, en anderzijds om de interne markt te beschermen. De CO2 prijs is gelijk aan de prijs die bedrijven in de EU betalen onder het Europese Emissiehandelssysteem.
Alice Marinelli, “EU-China Relations on Food Security and Agri-Food Trade,” UNU-CRIS Working Paper Series 7, December 2020.