Op het wereldtoneel spelen actoren meestal samen en tegen elkaar – net als op het letterlijke toneel. In dit eerste deel van Hoofdstuk 2 de Strategische Monitor richten we ons op de interrelaties tussen de actoren van onze studie. Daarbij staan ten eerste de dwarsverbanden centraal tussen de elf actoren onderling. De drie bredere – met elkaar interacterende - domeinen die wij hanteren waarop de geopolitieke actoren met elkaar (kunnen) interacteren zijn:

1
Het politieke domein;
2
Het militaire domein;
3
Het economische domein.

In het politieke domein (figuur 4) zien we, in de algemeenste zin, dat de politieke en diplomatieke betrekkingen tussen deze selectie aan actoren overwegend positief zijn. Overwegend positieve lijntjes domineren; er wordt nog gepraat. De voornaamste kloof is tussen de VS enerzijds en de andere grootmachten en verstorende spelers (China, Rusland, Iran, Venezuela) anderzijds.

Op militair gebied (figuur 5) is het aandeel van overwegend negatieve relaties (rode lijnen) groter dan op politiek en op economisch vlak (figuur 4 & figuur 6). Dat is logisch: militaire aanwezigheid op het wereldtoneel kent een hoge drempel terwijl politieke/diplomatieke betrekkingen en handelsrelaties een overzichtelijk prijskaartje hebben. Daardoor kunnen veel spelers relatief makkelijk positieve relaties onderhouden met een veelvoud aan andere spelers op politiek en economisch vlak, terwijl dat in het militaire domein kostbaar zou zijn. Tegelijkertijd zien we – op eerste gezicht contra-intuïtief – dat juist onconventionele spelers zoals ISIS en Musk zich goed op dit domein hebben kunnen manifesteren.

Op economisch gebied (figuur 6) domineren de overwegend positieve relaties, net als op politiek gebied en in tegenstelling tot het militaire domein. Ambigue of negatieve relaties in dit domein zijn er vooral wanneer er sprake is van zeer ongelijke machtsverhoudingen of van wantrouwen op politiek en/of militair vlak. Dat is logisch als we ons bedenken dat het tijdperk van geglobaliseerde vrijhandel heeft plaatsgemaakt voor de geopolitisering van economische betrekkingen.

Ten slotte de formelere samenwerking in verscheidene samenwerkingsverbanden (figuur 7). Twee zaken vallen vooral op. Ten eerste lijkt er een grove verdeling tussen twee lappendekens te zijn (de boven- en onderkant van het diagram). De bovenkant wordt ingenomen door diverse critici van de Amerikaanse hegemonie; de onderkant door de VS en de voornaamste verdedigers van een Amerikageleide wereldorde. Ten tweede zien we hoe India een belangrijke “spil” of linchpin vormt tussen deze lappendekens doordat het deel uitmaakt van de “Quad.”

Uit de individuele dwarsverbanden en samenwerkingsverbanden vallen op hoofdlijnen een aantal bredere inzichten te destilleren. Deze worden na de vier figuren hieronder gepresenteerd.

Figuur 4
De meest inzichtrijke politieke dwarsverbanden voor de elf geselecteerde actoren.
Figuur 5
De meest inzichtrijke militaire dwarsverbanden voor de elf geselecteerde actoren.
Figuur 6
De meest inzichtrijke economische dwarsverbanden voor de elf geselecteerde actoren.
Eulerdiagram van belangrijke samenwerkingsverbanden vanuit het oogpunt van de negen statelijke actoren plus Nederland.
Figuur 7
Eulerdiagram van belangrijke samenwerkingsverbanden vanuit het oogpunt van de negen statelijke actoren plus Nederland.

De prominentie van grootmachtcompetitie tussen de VS en China

Spanningen tussen de VS en China drukken een impactvolle stempel op het wereldtoneel. De twee grootmachten nemen (waar het de in kaart gebrachte samenwerkingsverbanden betreft) alleen samen zitting in de G-20, een organisatie die zich vooral ontfermt over de randvoorwaarden van economische ontwikkeling. Afgezien van die uiterst zwakke gemene deler, zit er tussen de VS en China weinig “institutionele” lijm. Vooral op politiek en economisch gebied zien we dat het grootste deel van de ambigue en overwegend negatieve relaties van en naar de VS en China lopen. Dat heeft alles te maken met de dreiging die uitgaat van een supermacht (in wording) en de dreiging die uitgaat van grootmachtcompetitie. Een kernvraag voor veel spelers op het wereldtoneel zal de komend jaren gaan zijn hoe zij zich willen en kunnen verhouden tot de VS, China en hun – waarschijnlijk – verder toenemende grootmachtspanningen. Hierbij moet rekening gehouden worden met scenario’s waarin landen door één of beide grootmachten onder druk gezet zullen worden om kleur te bekennen. Ook moet rekening gehouden worden met scenario’s waarin deze spanningen kunnen escaleren en mondiaal grootschalige impact kunnen genereren. Denk bijvoorbeeld aan een militair treffen rondom de kwestie Taiwan of in de Zuid-Chinese Zee.

Het is onwaarschijnlijk maar voorstelbaar dat de VS en China het de komende vijf jaar eens kunnen worden over “spelregels” rondom hun onderlinge competitie. Ook al is de consensus in Washington momenteel zeer havikachtig, als het aankomt op China waren er de afgelopen jaren nog steeds relatief invloedrijke stemmen in Amerikaanse beleidskringen die insisteerden op een vorm van “managed competition.” Trumps toon en zijn beoogde benoemingen lijken echter te wijzen op een verslechtering van het wederzijdse begrip en de communicatie tussen deze twee grootmachten de komende jaren.

“Status quo”-spelers versus “hervormers”

In de actoranalyses hebben we vaak stilgestaan bij een grofstoffelijk onderscheid dat binnen elke wereldorde te maken valt: het verschil tussen verdedigers van de huidige machtsverhoudingen op het wereldtoneel (de “status quo”) en voorstanders van een significante aanpassing van de bestaande wereldorde en zijn machtsverhoudingen (de “hervormers”). In figuur 7 wordt dat grove onderscheid vertegenwoordigd door de boven- en onderkant van het diagram. De onderkant bevat een relatief compact cluster samenwerkingen tussen “status quo”-spelers. De bovenkant wordt gekenmerkt door een veel diffuser cluster aan samenwerkingen tussen min of meer “hervormingsgezinde” spelers.

De compactheid van het “status quo”-cluster, en de bewezen “diepte” van deze samen­werkings­verbanden, reflecteren twee feiten. Ten eerste betreft het hier – veel meer dan bij het hervormingsgezinde cluster – een waardengemeenschap van min of meer liberale, min of meer democratische landen. Ten tweede spelen de VS in het “status quo”-cluster vooralsnog de onbetwiste rol van voortrekker, terwijl de hervormers een verdeelder leiderschap (en visie op de mate en aard van hervormingen aan de wereldorde) kennen. Dat verdeelde leiderschap bij het bovenste cluster weerspiegelt een algemenere verdeeldheid over de mate waarin de wereldorde en machtsverhoudingen herzien dienen te worden. “Revisionisme,” een fel kritische houding ten opzichte van de huidige wereldorde, is een accurate beschrijving van de Russische intenties, terwijl de houding van Indonesië en Zuid-Afrika veel gematigder en constructiever is. Er is een breed spectrum van hervormingsgezindheid in het bovenste cluster, en dat zorgt voor verdeeldheid.

Daarbij is belangrijk dat dit onderscheid uit bovenstaande diagram geenszins een onoverbrugbare kloof vormt. Het onderscheid is in de praktijk gradueel, net als binnen het hervormingsgezinde cluster zelf. Gematigde “status quo”-spelers, zoals Nederland, hebben in de beleidspraktijk veel gemeen met gematigde “hervormers.” Daarbij geldt dat revisionistische spelers er belang bij hebben om het onderscheid tussen de twee oriëntaties wel degelijk in absolute termen te stellen om daarmee een “wij-versus-zij” tegenstelling te creëren.

Sommige westerse analisten zien een zorgwekkende revisionistische beweging in de steeds nauwere samenwerking tussen een vier- tot vijftal antiliberale spelers: China, Rusland, Iran, Noord-Korea en Venezuela. Op basis van het niet-aanvalsverdrag en de opportunistische samenwerking tussen deze spelers om de wereldorde op chaotische wijze te doen kantelen in eigen voordeel, spreken verschillende Amerikaanse politici van een nieuwe axis of evil. Andere Amerikaanse en Europese beleidsmakers spreken liever van een axis of upheaval.[7] De consistentie en “diepte” van dit informele autocratische pact moet vandaag de dag echter niet overschat worden. In de actoranalyse van China verderop wordt bijvoorbeeld beschreven dat het onduidelijk is of Beijing een hervorming of omverwerping van de wereldorde nastreeft. Op die manier is ook onduidelijk of de hervormingsdoelen van Beijing en Moskou overeenkomen. Zelfs al komen die doelen wel overeen, dan nog is de “diepte” van de samenwerking beperkt. Als de axis echt gezamenlijk optreedt, dan willen deze spelers kritieke massa bereiken om de wereldorde te doen kantelen; zij bieden verder geen gezamenlijk alternatief. Het wantrouwen tussen grillige autocraten zit in de onderlinge relatie ingebakken. Toch kan zelfs een oppervlakkige “alliantie” zoals deze veel effect sorteren (zie Scenario 5 voor een uitwerking hoe dit eruit zou kunnen zien).[8]

De toenemende aantrekkelijkheid van multi-gebondenheid

Dit is een belangrijke kanttekening bij de vorige twee inzichten. Betrekkelijk machtige “opkomende” spelers zoals India en Saoedi-Arabië slagen er tot dusver heel aardig in om goede relaties te onderhouden met zowel de VS als China, de twee supermachten van dit moment. Er is daarmee (nog) geen sprake van Koude Oorlog-achtige dynamieken, waarin alle invloedrijke landen een kant moeten kiezen of ongebonden langs de kant staan. Opkomende spelers lijken op het eerste gezicht eerder handig gebruik te kunnen maken van de concurrentie tussen grootmachten, door kansen aan te grijpen van beide kanten. De ongebondenheid (non-alignment) uit de tijd van de Koude Oorlog lijkt daardoor verwisseld te zijn voor vormen van multi-gebondenheid (multi-alignment). Het uitbreken van de Oekraïne- en Gaza-oorlog hebben weliswaar geleid tot grotere pressie vanuit de grootmachten naar de kleinere spelers toe om kleur te bekennen, maar die pressie heeft tot dusver niet tot een kanteling geleid. Het toenemende risico op militaire escalatie tussen de VS en China kan zelfs een nieuw machtspotentieel bieden voor landen die “multigebonden” zijn. Ook kan het een alternatieve uitweg bieden voor derden die niet meegezogen willen worden in een (militaire) tweedeling of tweestrijd. Dit kan potentiële kansen voor de EU bieden, maar ook voor opkomende middenmachten zoals India (zie Scenario 2 voor een uitwerking hier van).

De “wederopstanding van China” zorgt voor frictie en argwaan

In het Westen leeft soms het beeld dat Europa en de VS in de rest van de wereld verguisd worden terwijl China juist erg populair is, vooral in het Mondiale Zuiden. Dat beeld is niet helemaal accuraat. China ervaart op politiek, militair en economisch vlak spanningen in de relatie met bezorgde buren zoals India en Indonesië. De “wederopstanding van China”, de verklaarde missie van Xi Jinping, wordt door steeds meer landen met argwaan bekeken. Trumps voornemen vergaande handelstarieven op Chinese producten in te voeren, en zo de Chinese economie te raken, is het bekendste voorbeeld van deze ontwikkeling. Op politiek en militair vlak speelt hierbij vooral de toegenomen assertiviteit van het Chinese buitenlandbeleid. Territoriale disputen zoals bij de grens tussen China en India en in de Zuid-Chinese Zee zijn een bron van grote zorg bij onder meer India en Indonesië. Op economisch gebied speelt vooral dat een aantal ontwikkelende landen afhankelijk zijn van Chinese toevoerketens, kapitaal, goederen, arbeidskracht, etc., en zij deze afhankelijkheid als problematisch ervaren. De Indonesische nikkelsector is bijvoorbeeld stevig in de greep van Chinese ondernemingen, omdat westerse bedrijven niet bereid bleken om daar te investeren. Deze situatie wordt door de Indonesische regering als onwenselijk gezien, maar tegelijkertijd is er geen alternatieve investeringsbron voorhanden en zou nationalisatie een felle reactie vanuit Beijing ontlokken. Ook in Nederland en de EU is de perceptie ten aanzien van China’s “wederopstanding” in de afgelopen jaren gekanteld van overwegend neutraal naar overwegend negatief. Dit sentiment wordt gedeeld met verscheidene andere landen en biedt daarmee een samenwerkingskans, bijvoorbeeld met de VS.

Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat er een goede kans is dat rivalen van China, zoals de EU en de VS, hun hand overspelen als ze de argwaan van “bezorgde buren” over de opkomst van China maximaal gaan proberen uit te buiten. China’s “bezorgde buren” zullen namelijk eerder bezorgd worden over de opstelling van het Westen, als dat Westen op onbeperkte confrontatie begint aan te sturen. Hier is een spanningsveld: de breed gedeelde argwaan tegenover een rijzend China is een belangrijke asset van China’s concurrenten in hun voornemen om China in te dammen, maar het zou juist tegen hun eigen belang in druisen om teveel en te snel op deze argwaan te kapitaliseren door China volledig in een hoek te proberen te drijven.

Percentage verandering in exportvolume voor en na de COVID-pandemie (Bron: , 2024).
Figuur 8
Percentage verandering in exportvolume voor en na de COVID-pandemie
(Bron: IMF, 2024).
Figuur 9
Blootstelling aan handelsbeperkingen per land sinds 2014. Samen laten figuur 8 en 9 zien hoe de toenemende export uit China ook met argwaan wordt bekeken en met handelsbeperkingen wordt bestreden.
(Bron: Global Trade Alert, 2024. Gemaakt met Datawrapper).

Rusland is minder geïsoleerd geraakt dan het Westen had gedacht (en gehoopt)

Na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne op 24 februari 2022 trachtten de VS en de EU van Rusland een pariastaat te maken. Met verreikende sancties en de sponsoring van kritische VN-resoluties probeerden zij een unanieme afwijzing van de Russische handelswijze te bereiken. Figuren 4, 5 en 6 laten zien dat de geopolitieke realiteit echter weerbarstig is. Rusland is wel degelijk geïsoleerder geraakt op het wereldtoneel dan ervoor, maar in mindere mate dan het Westen wellicht had gedacht en gehoopt. Het Russische (en Sovjet-Unie) verleden speelt daarin waarschijnlijk een belangrijke rol. Tijdens de Koude Oorlog steunde Rusland verzetsgroepen en antikoloniale bewegingen die op een aantal belangrijke plekken de machthebbers zijn geworden. Het ANC van Zuid-Afrika onder apartheid en het onafhankelijke bestuur van India na 1947 ontvingen bijvoorbeeld veel steun van de Sovjet-Unie. Mede door die geschiedenis hebben Zuid-Afrika en India nu nog steeds hechte politieke, militaire en economische banden met Rusland. Andere landen zoals Iran, Venezuela of het Europese Hongarije onderhouden warme banden met Moskou om te voorkomen dat ze zelf geïsoleerd komen te staan op het wereldtoneel. Met het oog op de formelere samenwerkingsverbanden waar Rusland deel van uitmaakt (figuur 7) is het niet verwonderlijk dat Rusland in de praktijk moeilijk te isoleren blijkt. Ook op “institutioneel” gebied heeft Rusland te veel coöperatieve relaties opgebouwd om van de ene op de andere dag tot paria gemaakt te worden. Daarbij moet bovendien rekening gehouden worden met het feit dat er in de Verenigde Staten een forse koerswijziging op kan treden de komende tijd ten aanzien van Rusland en de Oekraïne-oorlog. Zo wordt in Scenario 1 uitgewerkt hoe er potentieel ligt voor een relatief snelle realignment tussen de VS en Rusland.

Steun voor Rusland vs. Oekraïne (en het Westen). Sinds het begin van de oorlog lijken steeds meer landen naar het kamp van Rusland te zijn verschoven (Bron: , 2023).
Figuur 10
Steun voor Rusland vs. Oekraïne (en het Westen). Sinds het begin van de oorlog lijken steeds meer landen naar het kamp van Rusland te zijn verschoven (Bron: EUI, 2023).

India heeft een sterke onderhandelingspositie

Waar Ruslands grootmachtstatus tanende is, geldt dat de middenmacht India in opkomst is en zijn politieke, militair en economische capaciteiten snel probeert uit te bouwen. Die machtspotentie, in combinatie met India’s strategie van multi-alignment en geopolitiek balanceren, maakt India een gewilde samenwerkingspartner. Net zoals Groot-Brittannië vroeger veel invloed verwierf doordat zij het machtsevenwicht op het Europese continent kon bewaren (“holding the balance”) speelt India diezelfde rol nu op mondiaal niveau.

In figuur 7 is terug te zien hoe India een cruciale spilstaat is en een swing state kan zijn in de wereldpolitiek. India neemt deel aan de SCO, een China-geleid forum met de informele missie om de Amerikaanse economische dominantie af te breken. Maar India neemt ook deel aan de Quadrilateral Security Dialogue (“Quad”), een forum bestaande uit de VS, India, Japan en Australië dat informeel in het teken staat van de indamming van China’s (maritieme) macht in Azië. De Quad is de belangrijkste en meest succesvolle recente poging van de Verenigde staten als “status quo”-speler om een brug te slaan naar het hervormingsgezinde India (zie boven). India onderhoudt met veel actoren overwegend positieve betrekkingen, vooral op politiek en economisch gebied (figuur 4 & figuur 5). Terwijl China’s dominantie tegenwoordig door steeds meer spelers als bedreigend wordt ervaren, geldt dat in veel mindere mate voor India, wiens economische groei in de praktijk (nog) niet echt tot frictie en argwaan leidt of gepaard is gegaan met een nieuwe retorische of maritieme agressie. India is hiermee een zekere spilstaat en kan als het dat wil ook een brugfunctie hebben tussen enerzijds “status-quo” spelers en anderzijds hervormingsgezinden. Verschillende landen zullen proberen de samenwerking en relaties met India uit te bouwen en zodoende het land meer in hun kamp te krijgen. Daarbij moet rekening gehouden worden met het idee dat India in essentie een multi-aligned swing state is (zie ook de actoranalyse).

ISIS als gezamenlijke vijand en daarmee een samenwerkingskans

ISIS wordt als dreiging gezien door alle in deze studie bestudeerde actoren. Alle militaire interrelaties met ISIS zijn (overwegend) negatief: ISIS is de afgelopen tien jaar te vuur en te zwaard bestreden door een brede coalitie statelijke actoren. Dit betekent dat ISIS naast een (directe) dreiging ook een (indirecte) kans biedt. Als gezamenlijke vijand is ISIS in staat om nieuwe samenwerkingen tot stand te brengen. De bestrijding van dergelijk terroristisch gemotiveerd geweld blijft één van de weinige punten van overeenstemming tussen anderszins vijandige actoren zoals de VS en Rusland. Wel moet hierbij aangetekend worden dat de ruimte voor gezamenlijke actie aan het vernauwen is. Na de aanslagen van Al Qaida op 11 september 2001 betuigde Poetin zijn steun aan de Amerikaanse war on terror. Na de Crocus City Hall‑aanslag van 2024 in Rusland door ISIS was de Russische reactie heel anders. Oekraïne en het Westen werden verantwoordelijk gesteld, terwijl de Verenigde Staten nota bene inlichtingen met Rusland zou hebben gedeeld over de op handen zijnde ISIS-aanslag.[9] Dit contrast is tekenend voor de veranderde verhoudingen in de geopolitiek en de wijze waarop de strijd ook plaatsvindt in het informatiedomein.

Elon Musk als (nieuwe) geopolitieke speler van formaat

De conclusie van de actor-analyse dat Elon Musk op mondiaal niveau een impactvolle politieke speler is, wordt ondersteund door figuur 11. Musk onderhoudt heuse relaties met landen, waarmee hij zich gedraagt als andere geopolitieke spelers. In mei 2024 bracht Musk bijvoorbeeld een bezoek aan Indonesië om aan te kondigen dat Starlink beschikbaar wordt gemaakt voor de eilandengroep. De Indonesische regering onderhandelt ook met Musk over investeringen door Tesla in de Indonesische batterij-industrie. Dat geeft Elon Musk een zeldzame invloed in het opkomende land – meer nog dan dat van de meeste landen. In oktober 2024 onthulde de Wall Street Journal dat Musk heimelijke gesprekken met de Russische president Vladimir Poetin had gevoerd.[10] Kort daarna kondigde de NASA aan een onderzoek te willen starten naar Musks banden met Moskou.[11]

Musk is eigenzinnig en creatief genoeg om op eigen houtje op zoek te gaan naar kansen bij statelijke actoren van formaat. Maar omdat hij tegelijkertijd steeds verder ingebed wordt in het Amerikaanse militaire-industriële lcomplex, raken zijn geopolitieke gedragingen ook aan de Amerikaanse nationale veiligheid. Het valt nog te bezien of Musk uiteindelijk een liability of een asset is voor het Amerikaanse staatsbestel. In scenario 7 en 8 wordt uitgewerkt hoe Musk beiden zou kunnen zijn.

Figuur 11
Elon Musks ontmoetingen met wereldleiders en overheidsvertegenwoordigers sinds 2021. In toenemende mate acteert Musk als een geopolitieke speler van formaat. Volgens betrouwbare bronnen is Musk zelfs in nauw contact geweest met president Poetin van Rusland en met hoge vertegenwoordigers van Iran (Bron: CNN, WSJ & NYT, 2024. Gemaakt met Datawrapper).
Zie Iran: lange arm, lange adem.
Paul Kirby, “Moscow attack: Russia blames West and Kyiv for jihadist massacre,” BBC, 26 maart 2024; Shane Harris, “U.S. told Russia that Crocus City Hall was possible target of attack,” The Washington Post, 2 april 2024.
Thomas Grove et al., “Elon Musk’s secret conversations with Vladimir Putin,” Wall Street Journal, 25 oktober 2024.