In dit hoofdstuk analyseren we de voor deze studie geselecteerde elf actoren (zie Bijlage 1: methodologische verantwoording voor de bredere onderbouwing). Hieronder staan als eerst de beknopte essenties van de actoranalyses geschetst. Daarna staat in het eerste deel van het hoofdstuk de relaties tussen deze actoren centraal. Welke verbindingen zien we op politiek, militair en economisch vlak? Hoe werken de actoren samen, of hoe werken ze elkaar juist tegen? En in wat voor fora, groepen en instituties werken zij samen?
Vervolgens analyseren we de elf actoren individueel. Hoe kijken zij naar de wereld, wat is hun wereldbeeld? Wat willen ze aan die wereld veranderen of behouden – wat voor concrete intenties hebben ze op het wereldtoneel? Wat voor capaciteiten hebben ze om hun doelstellingen wel of niet te behalen? En wat voor activiteiten ondernemen zij op het wereldtoneel? Ook worden per actor enkele uitdagingen en kansen voor Nederland in/en de EU en NAVO en enkele kernonzekerheden voor de komende vijf jaar in kaart gebracht.
De VS gelden op politiek, militair en economisch vlak nog altijd als ’s werelds sterkste speler. Toch is de relatieve “voorsprong” van de VS de afgelopen jaren ingelopen door de explosieve groei van met name China. Dat heeft geresulteerd in een crisisstemming in Washington. Dit gevoel wordt versterkt doordat de Amerikaanse (geo)politiek al geruime tijd wordt verlamd door de verscheurende ideologische verwijdering tussen liberale en conservatieve krachten in de binnenlandse politiek. Onder president Donald Trump zal de conservatieve, naar binnen gekeerde visie op Amerika domineren de komende jaren.
Het politieke getouwtrek en de polarisatie in Washington zorgt voor verzwakking bij onze voornaamste bondgenoot en indirect ook bij ons. Tegelijkertijd biedt dit Nederland en de EU nieuwe ruimte om zelf meer het voortouw te (kunnen) nemen in de geopolitiek.
De havikachtige Amerikaanse opstelling ten aanzien van China kan leiden tot forse druk om ons te mengen in een schadelijke conflictdynamiek. Een Amerikaanse pivot to Asia kan bovendien veiligheidsproblemen in Europa opleveren omdat Amerikaanse (militaire) veiligheidsgaranties mogelijk op losse schroeven komen te staan.
Een zegevierend Trumpisme in de Amerikaanse politiek betekent een nuancering of misschien zelfs het einde van de speciale band die Europa van oudsher met de VS verbond. Hierdoor moet Nederland mogelijk extra en/of andere wegen zoeken om onze belangen te behartigen. Trump kan een verdeel-en-heers strategie toepassen op Europa maar hij kan ons ook verenigen en wakker schudden.
Als belangrijkste opkomende speler, grootste revisionistische kracht van vandaag, en economische en technologische reus drukt China een steeds grotere stempel op het wereldtoneel. China streeft naar een minder door de VS gedomineerde wereldorde en een dominante positie in de eigen regio, Oost-Azië. Experts verschillen van mening of China daarnaast ook streeft naar unipolaire suprematie zoals de VS enige tijd hebben genoten. Voor nu is China’s retorische insteek in ieder geval gericht op een multipolaire wereldorde die eerlijker is voor niet alleen China maar het bredere Mondiale Zuiden.
China’s snelle opmars op politiek, militair en economisch vlak (onder andere als zelfverklaard leider van het Mondiale Zuiden) zorgt voor spanning, rivaliteit en argwaan, wat resulteert in een instabieler en verraderlijker geopolitiek landschap.
China’s industriële capaciteiten zijn (vooralsnog) onmisbaar in de productie van consumptiegoederen, in de klimaattransitie en in de ontwikkelingen van essentiële technologieën. Tegelijkertijd levert China’s onmisbaarheid, en de Chinese controle over kritieke grondstoffen, afhankelijkheden bij ons op die belangrijke kwetsbaarheden veroorzaken.
Voor de regionale dominantie in Oost-Azië die China ambieert, beoogt Beijing stevigere (militaire) controle over bijvoorbeeld Taiwan en de Zuid-Chinese Zee alsook over belangrijke Sea Lines of Communication (SLOC). Deze doelstellingen druisen in tegen de internationale rechtsorde en onze eigen belangen in de regio.
De koloniale tijd vormt een pijnlijke les voor India en maakt “strategische autonomie” al lange tijd imperatief. India wil een geopolitieke grootmacht worden die zijn kernbelangen zelf kan borgen. Daarbij is het land “multi-aligned,” denkt het transactioneel en gaat het steeds assertiever te werk. Niet Pakistan maar China vormt vandaag de dag de grootste uitdaging voor India. India is de komend jaren een belangrijke spilstaat waar het de rivaliteit tussen de VS en China betreft en de rivaliteit tussen het Westen en Rusland.
De multi-alignment die de kern vormt van India’s strategie “leunt naar” het Westen, wat de deur opent tot hechte politieke, militaire en economische samenwerking met ons. Anderzijds ziet India geen probleem in gelijktijdige samenwerking met onze rivalen en kunnen wij geenszins onvoorwaardelijk rekenen op New Delhi’s steun.
India voert een assertiever buitenlandbeleid dan in het verleden. Enerzijds betekent dat grotere weerstand tegen de ambities van onze gemeenschappelijke “systeemrivaal” China. Anderzijds betekent dat dat India de druk ook richting westerse landen op kan en zal voeren. Daarmee kan ook Nederland de lange arm van Delhi vaker tegen gaan komen.
India is een gematigd hervormer van het multilateralisme en de internationale rechtsorde. Dat levert zowel kansen als uitdagingen op, omdat wij ook voorstander zijn van constructieve hervormingen van de wereldorde, maar tegelijkertijd niet gebaat zijn bij een te grondige herziening van de bestaande wereldorde. India kan daarmee fungeren als een constructieve partner binnen BRICS.
Sinds zijn eigen bevrijding van koloniaal gezag positioneert Indonesië zich als een schild voor kleinere spelers tegen de verwoestende concurrentie van grootmachten. Indonesië probeert een geopolitieke voorbeeldfunctie te claimen door middel van beroepen op het internationaal recht, een relatief pacifistische staat van dienst en een retorische positie van multipolariteit en “pan‑Zuidelijke” solidariteit. Prabowo Subianto, de nieuwe president, zet meer dan zijn voorganger in op internationale betrokkenheid en het belang van investeren in defensie. Daardoor is het een open vraag of Indonesië zijn vreedzame non-interventionisme zal doorzetten.
De buitenlandse oriëntatie van de nieuwe president van Indonesië levert nieuwe kansen op. Indonesië is meer geïnteresseerd in engagement met het Westen dan hiervoor. De nieuwe assertiviteit van Jakarta lijkt vooral een probleem voor onze “systeemrivaal” China. De samenwerking tussen Indonesië en Rusland moet in het licht worden gezien van dezelfde multi-aligment als die tussen India en Rusland.
Indonesië is kwetsbaar geworden voor Chinese druk door strategische investeringen vanuit Beijing en een Chinees militair overwicht. Dit maakt het voor Jakarta lastig om de wil van Beijing te trotseren, maar resulteert ook in de Indonesische wens om met westerse samenwerking tegenwicht te kunnen bieden tegenover Chinese invloed.
Indonesië opereert op het wereldtoneel op basis van een antikoloniaal wereldbeeld. De gedragingen van westerse mogendheden (en zeker ook Nederland als oude kolonisator) liggen daardoor onder een vergrootglas bij Indonesische beleidsmakers.
De apartheidsgeschiedenis vormt nog steeds de belangrijkste erfenis voor Zuid-Afrika. Sociaaleconomisch zijn ongelijkheid, etnische spanningen en ineffectief bestuur de belangrijkste naweeën. Ideologisch is het Zuid-Afrikaanse streven naar rechtvaardigheid, naar democratie en naar een eerlijker wereldtoneel het belangrijkste nalatenschap van apartheid. Geostrategisch is de hechte band met Rusland, die als de Sovjet-Unie steun verleende aan Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijders, een belangrijke consequentie van de apartheid. Tegelijkertijd is Zuid-Afrika politiek-cultureel georiënteerd op de liberale, multi-etnische democratieën van de VS en de EU.
Zuid-Afrika’s pleidooi voor een consistentere naleving van het internationale recht is zowel een kans als een uitdaging. Het is een kans om de wereldorde te verbeteren en aan het tijdsgewricht aan te passen maar een uitdaging als wij zelf in het beklaagdenbankje komen te zitten.
Door zijn affiniteit met het liberaal-democratische model, dat dominant is in het Westen, heeft Zuid-Afrika in principe begrip voor, en sympathie met, onze buitenlandse doelstellingen.
Economische groei en energiezekerheid blijven bottlenecks die electoraal de doorslag geven in Zuid-Afrika. Daardoor sluit Zuid-Afrika veel handels- en ontwikkelingsdeals met Rusland en China en kunnen migratiebewegingen ontstaan die Europa voor problemen stellen.
Vision 2030 is het ambitieuze transformatieplan dat kroonprins Mohammed Bin Salman (MBS), de de facto leider van Saoedi-Arabië, voor zijn land heeft opgesteld. Vision 2030 beoogt economische diversificatie, gedeeltelijke sociaal-culturele liberalisering en een verduurzamingsslag. Om die doelen te behalen zet MBS in op militaire en strategische diversificatie, toenadering tot Israël en Iran, en in het oog springende soft power-offensieven. Als Vision 2030 teleurstelt, kan MBS met meer weerstand te maken krijgen van onder meer ontevreden prinsen, de geestelijkheid en alternatieve religieuze onderstromen in de Saoedische maatschappij.
Saoedi-Arabië wenst in de basis een rustig Midden-Oosten, vooral om de doelstellingen van Vision 2030 te kunnen halen. Daarmee biedt Riyad een kans tot regionale stabilisatie. Het land staat open voor samenwerking met alle spelers die iets te bieden hebben, wij en onze geopolitieke tegenstanders incluis.
Onder MBS voert het koninkrijk een betrekkelijk assertief buitenlandbeleid. Financiële middelen worden op grote schaal ingezet om strategische activa in het Westen op te kopen. Onder MBS is de financiële steun voor wahabistische moskeeën in het buitenland wel teruggeschroefd, hetgeen weer risicoverminderend werkt.
De Saoedische energiepolitiek is zowel een uitdaging als een kans. Op de korte termijn wil Riyad zoveel mogelijk verdienen aan de verkoop van fossiele brandstoffen, waar wij gebaat zijn bij een lage olieprijs. Op de lange termijn wil Saoedi-Arabië, net als wij, verduurzamen.
Vanuit Ruslands perspectief is het land al enige tijd verwikkeld in een existentiële strijd met de NAVO. Met cyberaanvallen, desinformatie, nucleaire dreigementen en een oorlog in Oekraïne probeert Rusland zijn tegenstanders te ondermijnen en zijn eigen invloedssfeer veilig te stellen. De Russische ambities stuiten echter op ernstige uitdagingen, zoals geringe innovatie, een acute demografische crisis en een weinig diverse of toekomstgerichte economie. Daardoor kan zelfs de erfenis van Ruslands Sovjetverleden – o.a. een sterk veiligheidsapparaat, een groot kernwapenarsenaal en een relatief diep netwerk – van Rusland (nog) geen supermacht maken.
Ruslands zelf- en wereldbeeld wijkt sterk af van onze percepties. Waar Rusland zichzelf ziet als een grootmacht met recht op een invloedssfeer, zien wij wat anders. Dit zorgt in Europa voor een acute veiligheidscrisis.
Moskou toont zich bereid om met (kern)wapens concessies af te dwingen. Die opstelling levert (vooral aan de oostflank van Europa) ernstige veiligheidskwesties op. De bescheiden kans zit hem in de “gezamenlijke vijand” die Rusland voor Europa en de NAVO vormt en in het ongemak dat het Russische wapengekletter veroorzaakt bij Poetins bondgenoten – China in het bijzonder.
Met de intensivering van hybride campagnes en een narratievenstrijd in en tegen westerse landen probeert Rusland ons te ondermijnen terwijl het zelf plausible deniability behoudt. Dit levert uitdagingen op om gepaste tegenmaatregelen te nemen.
Het Iraanse regime is ideologisch gestoeld op het Khomeinisme, een unieke mix van antikoloniaal, antizionistisch en anti-Amerikaans sentiment, panislamisme en complotdenken. Toch laat Iran zich in zijn geopolitieke gedragingen net zozeer leiden door het belang van regime survival als door principes en overtuigingen. Iran legt in zijn buitenlandbeleid een opmerkelijk pragmatisme en flexibiliteit aan de dag. Mondiaal trekt Iran vaak samen op met Rusland, China, Venezuela en Noord-Korea om de VS en hun bondgenoten te ondermijnen en te bestrijden. Regionaal onderhoudt Iran een netwerk van proxy-groeperingen om Saoedi-Arabië en Israël, de traditionele vijanden van het regime, het hoofd te bieden.
Iran is van oudsher sterk vijandig naar de VS en Israël toe en voert ook geregeld vijandige acties uit richting Europese landen. Toch ziet Teheran de EU als een kans en een opening naar meer (economische) samenwerking met het Westen. De vraag is of de EU dit ook zo wil zien.
De wanhopige economische situatie drijft Iran in de armen van China en Rusland. Tegelijkertijd maakt het Iran wel gevoelig voor economische prikkels vanuit het Westen.
Regionale destabilisering – de creatie van “conflictbufferzones” – en steun aan ons vijandig gezinde proxy-groepen is voor Teheran een overlevingsstrategie. Irans beleid in het Midden-Oosten staat vaak haaks op het onze.
Nicolás Maduro was een bondgenoot van de Venezolaanse officier Hugo Chávez, die in de jaren ’90 de macht overnam met een socialistische “Bolivarische Revolutie.” Sindsdien is het relatief effectieve socialistische beleid van Venezuela langzaamaan ingeruild voor wanbestuur, onderdrukking en een symbiose tussen criminele en bestuurlijke elementen. Deze factoren, in combinatie met westerse sancties, hebben de Venezolaanse staatscapaciteiten gedecimeerd. De incapaciteit en inactiviteit van de overheid zijn nu net zo bepalend voor Venezuela’s geopolitieke rol als actief beleid.
Het onvermogen van het Venezolaanse regime leidt vaak tot bestuurlijke binnenlandse en buitenlandse inactiviteit en repressie. Dit resulteert weer in allerlei veiligheidsrisico’s rondom de ABC- en BES-eilanden of een zeer slechte (mensenrechten)situatie voor de Venezolaanse bevolking.
De symbiose tussen de Venezolaanse regering en criminele netwerken heeft ongewenste spillover-effecten zoals illegale smokkel, ontvoeringen en de implicatie van westerse organisaties in witwaspraktijken.
Venezuela is een kwetsbare staat die in het nauw rare sprongen kan maken. Implosie, gewelddadige strijd tussen elites of met Guyana om de Essequiboregio of andersoortige destabilisering liggen op de loer. Tegelijkertijd is het regime hierdoor wel vatbaar voor druk en/of prikkels vanuit het Westen, maar ook vanuit landen als China en Rusland.
Op territoriaal vlak is het ISIS-kalifaat in het Midden-Oosten nog een schim van wat het in 2015-16 was. De focus van ISIS gaat momenteel meer uit naar de gewapende strijd en het verwerven van invloed in regio’s buiten het Midden-Oosten, waaronder in Afrika, naar de verspreiding van propaganda op het internet, en naar terroristische aanslagen. Zelfs voor een jihadistische en terroristische organisatie legt ISIS buitengewoon veel nadruk op schokkend, bruut geweld. Voor ISIS is terroristisch geweld geen bijverschijnsel van asymmetrische strijdvoering, maar een integraal onderdeel van de voorbestemde eindoverwinning.
ISIS wordt verafschuwd door vrijwel alle spelers op het wereldtoneel. Een gezamenlijke vijand zoals ISIS biedt samenwerkingskansen.
Sinds de ineenstorting van een territoriaal kalifaat in het Midden-Oosten is ISIS meer ondergronds gegaan. Met een onzichtbaardere organisatiestructuur en een relatief grote online aanwezigheid is de bestrijding van ISIS uitermate uitdagend.
Het radicale en fundamentalistische gedachtegoed van ISIS kan houvast bieden aan individuen die worstelen met onzekere geopolitieke en socio-economische omstandigheden. Daarmee vormt ISIS niet alleen een externe dreiging maar ook een interne en onderhuidse dreiging.
Met een wereldomspannend commercieel imperium en een zeer invloedrijke stem binnen een zegevierende Republikeinse Partij heeft Elon Musk waarschijnlijk meer macht dan een Amerikaans privé-burger ooit gehad heeft. Door het succes en de onderlinge integratie van zijn bedrijven is Musk “too big to fail” geworden en leunen diverse overheden op zijn werkzaamheden, waaronder op militair vlak. Musk is de afgelopen jaren niet alleen steeds machtiger geworden, hij is ook steeds eigenzinniger en “ideologischer” te werk gegaan. In Musks wereldbeeld is de kolonisatie van Mars belangrijker dan (geo-)politieke doeleinden. De Marsmissie stuurt voor een groot gedeelte Musks handelen op het wereldtoneel. Dat stelt de overheden die op hem leunen voor lastige uitdagingen en dilemma’s.
Musks bedrijven bieden vooral aan westerse spelers grote economische en technologische kansen. Tegelijkertijd creëert Musks unieke succes ongewenste economische en militaire afhankelijkheden (bijvoorbeeld via Starlink) bij westerse en andere spelers die op hem leunen, waaronder ook Nederland.
Musk gaat aan de slag om de Amerikaanse overheid te hervormen en reduceren. Hij kan zijn “dereguleringspijlen” ook buiten de Amerikaanse grenzen gaan richten (zoals onlangs bleek met zijn steun voor de Britse Nigel Farage en de Duitse AfD). Bovendien wordt Musk nu al rondgevlogen om te overleggen met staatshoofden. Zijn rollen als politiek adviseur, ondernemer en privépersoon lopen daarmee door elkaar heen. Op al die manieren kan Musk, als stoorzender, veel verwarring en bestuurlijke problemen veroorzaken.
Musks handelen wordt in toenemende mate gedreven door zijn eigen (geopolitieke) denkbeelden. Zolang zijn intenties samenvallen met de onze kan hij een belangrijke bijdrage leveren aan Nederlandse en/of Europese doelstellingen. Tegelijkertijd kan hij even goed op ramkoers raken met het Nederlandse en/of Europese buitenland en veiligheidsbeleid.