In 2027 is de onrust in het Midden-Oosten – na een aantal turbulente jaren – weer wat gaan liggen. Het Syrische regime van Assad – een bondgenoot van Iran - is in december 2024 geïmplodeerd. Israël heeft in voorgaande jaren Hamas en Hezbollah in respectievelijk Gaza en Libanon gedecimeerd. Van het einde van deze organisaties is echter geen sprake: hun gedachtegoed is invloedrijker dan ooit tevoren. Een directe oorlog tussen Iran en Israël bleef uit maar een intensieve hybride oorlog – waarbij Israël achter de schermen ondersteund wordt door de VS – woedt nog altijd in volle hevigheid. Naast het hybride strijdgewoel hebben ook de westerse sancties een destructief effect op de Iraanse economie. Iran lijkt verbannen te zijn naar de coulissen van het wereldtoneel.

Ook Venezuela worstelt, vooral economisch. Veel westerse landen erkennen het Maduro-regime nog altijd niet. Rusland en China lijken hun handen bovendien niet meer te willen branden aan het wankele land. Zij vrezen de toorn van Trump als ze (te) actief steun zouden verlenen. Ze behoeden het Venezolaanse regime voor implosie, maar daar blijft het dan ook bij. Met een onberekenbaar Amerika is China er veel aan gelegen om zich voor de bühne als een verantwoordelijke speler op het wereldtoneel op te stellen. Rusland heeft ondertussen zijn handen vol met de eigen sores dicht bij huis. In de coulissen van het geopolitieke wereldtoneel vinden Venezuela en Iran elkaar. De twee regimes trachten te voorkomen dat zij door hun isolement passieve toeschouwers worden van hun eigen tragedie.

Terwijl de internationale pers de camera’s richt op de grote diplomatieke onderhandelingen tussen de VS en China, groeit er op de achtergrond een stille maar vastberaden alliantie. Nu Rusland verzwakt is en China zich de-escalerend opstelt naar Washington toe, beseffen Maduro en Khamenei dat samenwerking de overlevingskans van hun regimes kan vergroten. Ze voelen zich de ongewensten van de wereld, tot elkaar veroordeeld door de economische en diplomatieke “onderdrukking” vanuit de VS en het bredere Westen. In de beslotenheid van de oude San Carloskazerne in Caracas komen Vladimir Padrino López, de Venezolaanse Minister van Defensie, en Hossein Salami, de leider van de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC), bijeen. Beide legerleiders vertegenwoordigen hun land en hun strijdmacht, maar tegelijkertijd ook zichzelf en hun eigen economische belangen.

De economische banden tussen beide legers worden uitgebouwd, waarbij aan de IRGC‑gelieerde overheidsfondsen investeringen doen in de Venezolaanse mijnbouw en de petrochemische industrie. Bedrijven gelinkt aan het Venezolaanse leger verdienen goed geld aan deze afspraak en investeren dit geld weer in Iraanse defensiebedrijven, die onder meer actief zijn op het gebied van de ontwikkeling van drones. Verder zien Venezuela en Iran nieuwe mogelijkheden voor intensieve samenwerking op het gebied van de oliesector. Olie blijft voor beide partijen een cruciale grondstof maar (precies om die reden) tegelijkertijd het voornaamste doelwit van de westerse sancties. Hoewel ook Iran worstelt met zijn eigen olieproductie belooft het land om Venezuela te helpen met de modernisering van zijn verouderde raffinaderijen, onder meer door het delen van geïmporteerde Chinese technologie. Iran zal ondertussen benzine leveren in ruil voor Venezolaans goud, om de grote maatschappelijke onrust die in Venezuela is ontstaan door het nijpende brandstoftekort te helpen bestrijden. Dit geeft Teheran de mogelijkheid om gemakkelijker aan harde valuta te komen zonder direct afhankelijk te zijn van internationale (westerse) betalingssystemen. Naast deze quick fixes voor urgente problematiek formuleren Teheran en Caracas ook een ambitieuzer doel voor de langere termijn: samen olie produceren met een vergelijkbare samenstelling als de bekende Russische Oeral-olie, wat een zeer hoog percentage dieselopbrengst kent en via ship‑to‑ship transfers gretig aftrek zal vinden op de (zwarte) markt.

Om hun partnerschap verder te versterken worden ook twee andere paria’s op het wereldtoneel uitgenodigd om zich achter de schermen aan te sluiten: Cuba en Nicaragua. Wat de vier bindt is hun mate van isolatie op het wereldtoneel, maar ook hun animositeit en vrees voor de VS. Deelname biedt Cuba en Nicaragua bovendien economische voordelen, zoals toegang tot goedkopere brandstof en medicijnen. Ook krijgen ze toegang tot Iraanse militaire kennis en expertise op onder meer het gebied van dronetechnologie. De legerleiders van de vier landen tekenen een verdrag waarin onder meer is opgenomen dat ze elkaar zullen bijstaan wanneer de territoriale integriteit geschonden wordt door externe actoren. De tekst wordt bewust ambigu gelaten en over gemeenschappelijke verdediging wordt niet expliciet gesproken. Een aantal maanden later stelt Venezuela voor om een gezamenlijke training op de militaire basis op het eiland Ankoko te verzorgen. Dit eiland maakt deel uit van de door Venezuela en Guyana betwiste Essequiboregio, en is het enige deel dat onder controle van Venezuela staat.[116] Wanneer de plannen naar buiten komen, noemt de president van Guyana dit een flagrante escalatie. Ook de VS en Frankrijk veroordelen het plan met de felst mogelijke bewoordingen. Zodoende wordt het idee voorlopig in de ijskast gezet.

De banden worden niet alleen op conventioneel (economisch en militair) gebied aangehaald. Ook ondergronds raken de contacten en belangen verstrengeld in een web van criminele activiteiten. Iraanse tussenpersonen smokkelen ruwe olie en deels geraffineerde producten naar Latijns-Amerikaanse havens, waar Venezolaanse handelaren deze goederen omzetten in contanten, goud of cryptovaluta. Zo worden de westerse sancties behendig omzeild. Afgesplitste facties van de Colombiaanse Ejército de Liberación Nacional (ELN) worden ingezet als informele beveiliging in ruil voor een puntje van de smokkeltaart. In afgelegen opslagdepots aan de westkant van het Venezolaanse Meer van Maracaibo wordt gewonnen olie tijdelijk verborgen, totdat er deals met bedrijven in landen als India kunnen worden gesloten om een deel van de olie daar te verwerken – en zo de gewonnen diesel te kunnen witwassen voor de doorverkoop.

In toenemende mate vinden in 2029 cyberaanvallen plaats op westerse transport-, olie- en gas­bedrijven. De verstoringen veroorzaken slechts beperkte schommelingen in de wereldwijde energievoorziening. Toch hebben ook deze schommelingen weer een opdrijvend effect op de olieprijzen. Olieproducerende landen zoals Rusland en Saoedi-Arabië, maar ook Venezuela en Iran, plukken de vruchten. Westerse inlichtingendiensten schatten in dat de cyberaanvallen waarschijnlijk uitgevoerd worden door criminele groeperingen uit Iran en Venezuela. In hoeverre de Iraanse en Venezolaanse centrale overheden hier de opdracht toe geven, bewust een oogje dichtknijpen, of door onvermogen de controle zijn kwijtgeraakt over “hun” hackers, is daarbij onduidelijk.

Analyse Scenario 3
Paria’s in Partnerschap

De regimes van Iran en Venezuela hebben ondanks belangrijke verschillen best het één en ander gemeen. Beide staten kampen met een volatiele binnenlandse situatie, een slechte relatie met het Westen en zijn – mede door westerse sancties – sterk afhankelijk van Chinese en Russische steun. In het scenario worden de Iraanse en Venezolaanse regeringen gestut door deze steun van buiten, maar slagen ze er verder niet in om hun isolement te doorbreken. Door binnen- en buitenlandse krachten dreigen ze beide geen betekenisvolle rol meer te kunnen spelen op het wereldtoneel.

De twee paria’s gaan in bovenstaand scenario uit wanhoop en ressentiment jegens de VS een onderling verbond aan om hun naderende irrelevantie af te wenden. Dat maakt ten eerste inzichtelijk dat zelfs landen die het makkelijkste doelwit vormen voor een onverbiddelijk sanctieregime – landen die een kwetsbare economie hebben en geen uitgebreid alliantienetwerk – niet zonder nadelige bijeffecten “weggeïsoleerd” kunnen worden. Economische verwoesting vindt vaak toch uiteindelijk een weerslag op onze nationale veiligheid. In het nauw maken actoren vaak gekke sprongen. Bijvoorbeeld een sprong naar een nieuw transnationaal crimineel syndicaat.

Ten tweede maakt het scenario inzichtelijk dat een gedeeld antiwesters sentiment niet meteen hoeft te leiden tot een verdieping van de onderlinge samenwerking. China en Rusland delen met Venezuela en Iran een antiwesterse inslag, maar hun belangen zijn helemaal niet identiek. Een robuuste axis of upheaval komt in dit scenario daardoor niet van de grond (waar dat in Scenario 5 wel het geval is). Er kleven grote geopolitieke risico’s aan de behandeling van China, Rusland, Iran en Venezuela alsof zij één coherent blok vormen. Door alle vier op dezelfde manier hard aan te pakken, bijvoorbeeld, komen hun belangen steeds meer op elkaar te lijken en zullen ze hechter gaan samenwerken. Deze samenwerking kan nog grotere impact genereren, zeker als het niet Iran maar China is die grootschalig in de Venezolaanse oliewinning zou investeren.

Dit scenario maakt ook inzichtelijk, ten derde, dat het buitenlandbeleid van statelijke actoren kan worden vormgegeven door een brede variëteit aan spelers, die zelf boven, onder en middenin de staat kunnen staan. Hoe informele beleidsmakers (en -vervormers) zich precies verhouden tot het nationale bestuur is vaak moeilijk te zeggen. Elon Musks rol binnen de aantredende regering van Trump is in het Westen nu het bekendste voorbeeld, maar eenzelfde punt wordt in ons scenario gemaakt over de semi-gouvernementele, semi-criminele, semi-paramilitaire figuren binnen het Iraanse en Venezolaanse staatsbestel. Deze figuren hebben ook weer hun eigen belangen en soms hun eigen denkbeelden en ideologieën die haaks kunnen staan op die van de officiële regering. In het scenario ontstaat daardoor niet enkel een paria-partnerschap tussen Teheran, Caracas, Havana en Managua, maar ook tussen verschillende legeronderdelen, (semi-) staatsbedrijven en criminele groeperingen onderling.

Eén van de grote nadelen die formele regeringen ondervinden bij het betrekken van deze semi-autonome schemerfiguren is een gebrek aan controle. Een eigenzinnige ambtenaar kan worden ontslagen, maar een militieleider of kartelbaas heeft onafhankelijke bronnen van macht en is daarmee minder makkelijk in het gareel te houden. Dit nadeel wordt groter naarmate het centrale bestuur zwakker en minder legitiem is. Een verzwakking van de Iraanse en Venezolaanse regimes kan leiden tot een zorgelijk controleverlies. Het scenario representeert hoe een bont gezelschap aan actoren invloed kan sorteren op de internationale veiligheid.

Vanuit een Nederlands en Europees veiligheidsperspectief is het wenselijk dat Rusland en China de grip op hun juniorpartners gedeeltelijk kwijtraken. Daarbij blijft de vraag: hoelang en hoe ingrijpend zal de verdeeldheid zijn? De paria’s in partnerschap zijn, net als bijvoorbeeld Noord-Korea, sterk afhankelijk van Rusland en China. Ook al kunnen zij door het Westen aangemoedigd worden om zich zelfstandiger op te stellen naar hun beschermheren, en ook al zal dat voor meer frictie zorgen binnen de axis of upheaval, een totale ontkoppeling zal uitblijven. In een onwenselijk vervolgscenario zou een axis of resistance-achtige relatie voort kunnen komen, met China en/of Rusland als steunverlener(s) van vooruitgeschoven proxy-actoren in een gedestabiliseerd Venezuela en/of Iran.

Een onwenselijke consequentie van het huidige scenario is het feit dat de activiteiten van de geïsoleerde spelers zich voor een groot deel onder de radar afspelen, door een brede variëteit aan schimmige actoren. Net zoals de centrale besturen van Teheran en Caracas maar moeilijk de controle zullen heroveren, zo zullen ook wij worstelen met het verkrijgen van grip en begrip ten aanzien van een complex web van conventionele en onconventionele partijen – zoals bijvoorbeeld reeds het geval rondom de wereldwijde harddrugshandel. Zo kan het vergroten van de druk middels sanctiepakketten of pogingen om regime change af te dwingen als neveneffect hebben dat de activiteiten van het pariapartnerschap nog ongrijpbaarder en antiwesterser worden.

De versterkte positie van (transnationale) criminele netwerken in de Caribische regio heeft ook nadelige gevolgen voor de ABC- en BES-eilanden, die nu al te maken hebben vluchtelingenstromen, een toename van smokkelwaar en de dreiging van gewapende bendes op steenworpafstand. Daar komt bovenop dat dat de parialanden ook militair de relaties aanhalen, terwijl Venezuela de spanningen met buurland Guyana verder opvoert. Een oorlog in de regio zou verstrekkende gevolgen voor het Koninkrijk der Nederlanden hebben. Ook zou in een dergelijk scenario (en de aanloop daar naartoe) een toenemend beroep gedaan kunnen worden op de Amerikaanse militaire Forward Operating Locations op Aruba en Curaçao.

Het pariapartnerschap drijft voor een groot deel op de (zwarte) inkomsten uit (gemengde) olie. Wanneer dit aangepakt zou worden zou een belangrijk element uit het verdienmodel wegvallen. Maar deze aanpak heeft een belangrijke schaduwzijde. De Iraans-Venezolaanse gemengde olie concurreert met Russische Oeral-olie, ook op de zwarte markt, omdat het net zo efficiënt kan worden geraffineerd tot hoogwaardige diesel. Daarmee heeft deze olie de potentie om de Russische economie te raken.

De strategische dilemma’s voor Nederland en de EU die uit het scenario naar voren komen hebben kortom te maken met least worst opties. Daarbij is tot slot de vraag of Nederland en de EU in willen zetten op meer engagement met of meer isolement van (een deel van) deze regimes. Meer engagement resulteert in de verloochening van lokale democratische krachten en mensenrechten. Bovendien kan het de relatie met de VS onder druk zetten. Meer isolement resulteert er daarentegen in dat deze landen verder in de boezem van China en Rusland worden gedreven (met een toenemend risico op een coherente axis of upheaval) of dat er een antiwesters pariapartnerschap kan ontstaan (zoals in het scenario) waar lastig grip op valt te krijgen. In de reflectie op deze vragen moet telkens in het achterhoofd worden gehouden dat vergelijkbare dilemma’s ook opdoemen rondom onze relatie met bijvoorbeeld Noord-Korea.

Christopher Hernandez-Roy, Henry Ziemer, Rubi Bledsoe, Joseph Bermudez & Jennifer Jun, “Miscalculation and Escalation over the Essequibo: New Insights into the Risks of Venezuela’s Compellence Strategy,” Centre for Strategic & International Studies, 9 februari 2024.