Saoedi-Arabië is in metamorfose. Kort voordat hij de de facto heerser van het koninkrijk werd, presenteerde Kroonprins en Premier Mohammed bin Salman (“MBS”) een ambitieus toekomstplan voor Saoedi-Arabië: Vision 2030. De doelstellingen van Vision 2030 zeggen veel over hoe MBS en zijn inner circle de wereld zien. Ten eerste voorziet Vision 2030 in een radicale diversificatie van de economie. In plaats van een op olie gebaseerde rentenierstaat moet Saoedi-Arabië in zeer korte tijd een logistieke, tech- en dienstenspil in de regio worden op basis van duurzame energiebronnen, in het bijzonder waterstof. De urgentie en zelfs haast waarmee deze stap wordt gezet laat zien dat MBS en de zijnen in crisismodus opereren: voor hen is de wereld in versneld tempo aan het “postindustrialiseren” en Saoedi‑Arabië zal meebewegen of ten onder gaan. Naast economische transformatie beoogt Vision 2030 een gedeeltelijke sociaal-culturele liberalisatie teweeg te brengen. Beschaafd vermaak binnen een losser islamitisch kader, in het kort. Bioscopen, concertzalen en gendergemengde restaurants bieden de jonge bevolking van Saoedi-Arabië inmiddels aantrekkelijke vrijetijdsbestedingen. Zij markeren ook het feit dat het huis Saoed (Al Saoed) er over het algemeen geen conservatief-religieuze denkbeelden op na houden. De Al Saoed gelden door hun controle over Mekka en Medina echter ook als “hoeders van de twee heilige moskeeën.” Zij hebben op die manier veel religieus gezag binnen de islamitische wereld. MBS is voor een Saoedische prins theologisch sterk onderlegd. Hij interpreteert zijn eigen religie echter als “gematigde islam” en draagt die boodschap actief uit. Ten derde valt op dat Vision 2030 geen (geo‑)politieke doelstellingen expliciteert. De absolute monarchie van Saoedi‑Arabië is daarnaast sinds het aantreden van MBS nog absoluter geworden, waarbij een consensus-gedreven model van dynastieke besluitvorming is vervangen door een beperkte kring van prinsen, vertrouwelingen en technocraten rondom MBS. Die kring ziet top‑down beleidsimplementatie, machtsconcentratie en een van overheidswege aangestuurde economie als geëigende vehikels voor grootschalige maatschappelijke transformatie. Daarmee lijkt de Saoedische beleidstop politiek-economisch op één lijn te zitten met de andere GCC-landen en met bijvoorbeeld China en Rusland. Door samen te werken met verschillende grootmachten probeert Saoedi-Arabië het vermogen te behouden haar eigen koers te varen zonder zich aan exclusieve partnerschappen te binden. Hiermee voegt Saoedi-Arabië zich impliciet bij de voorstanders van multipolariteit (the hedging middle). In tegenstelling tot andere opkomende machten zoals Indonesië en Zuid-Afrika bouwt Saoedi-Arabië die positie retorisch echter niet uit als principekwestie. Op de bovengenoemde drie terreinen tornt Vision 2030 aan een drietal “sociale contracten” waarop het koninkrijk tot nu berustte, namelijk het partnerschap met de wahabi-geestelijkheid, de dynastieke consensus en het veiligheidspact met de VS. Dat levert op termijn mogelijke kwetsbaarheden op (zie Capaciteiten).[59]
Vision 2030 domineert de Saoedische beleidsagenda. De politieke ruimte die MBS voor zichzelf heeft opgeëist is onlosmakelijk gekoppeld aan zijn persoon en vereist nu dat er succesvol geleverd wordt. Valt dit tegen, dan ligt mettertijd groeiende tegenwind vanuit de jonge bevolking, koninklijke familie of geestelijke macht voor de hand.
De Saoedische buitenlandprioriteiten staan in dienst van Vision 2030. De rapprochement met Israël vanaf 2020 (totdat de Gaza-oorlog roet in het eten gooide) en met Iran vanaf 2023 moeten regionale stabiliteit bewerkstelligen, zodat nationale en regionale economische doelen makkelijker behaald kunnen worden. Riyad heeft evenwel weinig diplomatieke, bruikbare bondgenootschappen of militaire middelen om gebeurtenissen in de regio naar zijn hand te zetten.
Tegelijkertijd heeft Saoedi-Arabië traditionele veiligheidszorgen en -doelen. Het gebrek aan Amerikaans optreden tijdens en na de Arabische opstanden van 2011 (vooral in Egypte, Syrië en Bahrein) confronteerde de Saoedi’s op pijnlijke wijze met hun (te) grote veiligheidsafhankelijkheid van de VS.[60] Daarnaast wordt Iran als zeer bedreigend ervaren, zowel vanwege zijn status als regionale machtsrivaal als vanwege zijn (sjiitische) ontkenning van de religieuze legitimiteit van de (soennitische) Al Saoed. De Iraanse aanval op Abqaiq en Khurais onderstreepte dat deze angst een reële basis heeft. De Saoedische toenadering tot Iran moet worden gelezen als een strategische poging om veiligheidsrisico’s te verkleinen zonder al teveel concessies te doen.
Ruwe olie blijft voorlopig de belangrijkste asset van Saoedi-Arabië en de hoofdbrandstof van Vision 2030. Saoedi-Arabië heeft ’s werelds op-één-na-grootste oliereserves, die bovendien zeer toegankelijk en daardoor uiterst rendabel zijn. Daarnaast is het land informeel leider van OPEC, waarmee het invloed uit kan oefenen op de mondiale olievoorraad en -prijs.
De economische en strategische diversificatie die MBS voor ogen heeft, kan de machtspositie van Saoedi-Arabië duurzaam versterken.
Bovendien heeft Saoedi-Arabië zeer hoge defensie-uitgaven als percentage van het BNP. De militaire slagkracht van het land is snelgroeiend maar nog altijd beperkt, zoals de oorlog in Jemen onder meer liet zien.[61]
De traditionele inertie van Saoedi-Arabië betekende uiteindelijk stagnatie, zo meenden MBS en zijn vader, koning Salman. Maar die inertie betekende ook stabiliteit. Of de veranderingen die Vision 2030 teweegbrengt moeten worden uitgelegd als nieuwe dynamiek of een wankeling van het bestuurlijke fundament valt nog te bezien. Het plan breekt namelijk met een drietal contracten die decennialang de fundering voor de macht in Saoedi-Arabië vormden:
Ten eerste het “huwelijk” tussen de Al Saoed en het religieuze wahabi-establishment. Van oudsher hebben geestelijken de macht van de Al Saoed bevestigd in ruil voor de publieke omarming van wahabistische geloofsbeginselen. De centralisatie van MBS heeft herbevestigd dat de geestelijkheid de “junior” in dit partnerschap is: geestelijke kritiek op de liberaliseringsplannen is uitgebannen. Dit biedt kansen voor radicalere religieuze onderstromen in de maatschappij. Alternatieve politiek-religieuze bewegingen zoals de Moslimbroederschap en de Sahwabeweging worden in het binnenlandse veiligheidsbeleid impliciet erkend als gevaren voor het regime.
Ten tweede de dynastieke consensus. Vóór de Salmans bestond er een informele verwachting dat de oudste leden van de familie moesten worden geraadpleegd voor belangrijke beslissingen. Onder de jonge MBS is dat model opgeheven. Al Saoed‑ministers zijn vervangen door technocraten en dynastieke privileges zijn grondig gesaneerd.[62] MBS leunt vooral op een nieuw “hypernationalisme” dat vooral op X tot uiting komt en appelleert aan jonge Saoedi’s.[63] Maar het interne gevaar komt juist niet van “onderaf” maar van “opzij.” Een paleisrevolutie zoals Saoedi-Arabië meemaakte in de jaren ’60, geleid door ontevreden prinsen en vervreemde wahabi‑geestelijken, wordt denkbaar als Vision 2030 teleurstelt.
Ten slotte het veiligheidspact met de VS. Al vanaf de jaren ’40 voorzien de VS in de veiligheidsbehoeften van Saoedi-Arabië, in ruil voor speciale toegang tot Saoedische olie en gedeeltelijke financiering van de Amerikaanse staatsschuld. Het Amerikaanse monopolie op de relatie met is in de praktijk bijvoorbeeld al genuanceerd in 2022 toen MBS een strategic partnership sloot met China. Tegenwoordig kunnen de VS niet meer standaard rekenen op een volgzaam Saoedi-Arabië. China heeft de VS vervangen als belangrijkste handelspartner, en Saoedi-Arabië weigerde in 2022 om de olieprijs te laten zakken in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen, wat daarvoor gebruikelijk was.[64]
Saoedi-Arabië stelt zich assertiever op dan in het verleden, zowel regionaal als mondiaal. Op mondiaal niveau stelt het zich autonomer op ten aanzien van het Westen, waarbij het steeds explicieter een eigen geopolitieke lijn uitdraagt. Regionaal behartigt Saoedi‑Arabië vaker met harde hand de eigen belangen. De kostbare Saoedische interventie in de Jemenitische burgeroorlog, vanaf 2015 tot het heden, is van dit tweede het belangrijkste voorbeeld. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat het “militaire” gezicht van de nieuwe Saoedische assertiviteit tot dusver veel minder succesvol is gebleken dan het “diplomatieke” gezicht.
Diplomatiek is Saoedi-Arabië meer aanwezig op het wereldtoneel dan voorheen. De diplomatieke blokkade van Qatar in 2017 was het eerste prominente signaal van zelfvertrouwen in dit domein. In 2023 wist het land als enige een vredestop voor de Oekraïne-oorlog te organiseren waar naast de bondgenoten van Oekraïne ook China aanwezig was. Tegelijkertijd geldt ten aanzien van de Gaza-oorlog dat Saoedi-Arabië worstelt met betrekking tot zijn diplomatieke rol en een meer afwachtende en afwezige houding aanneemt.[65]
MBS is zeer actief op het gebied van soft power. In het oog springende investeringen in voetbal, videogames en spectaculaire bouwprojecten zoals de futuristische stad NEOM dragen bij aan de speculatieve hype die rondom Vision 2030 wordt gecreëerd.
De soft power-offensieven van MBS worden deels echter ondergraven door spectaculaire schandalen. De Ritz-Carltonaffaire van 2017, de staatsgestuurde moord op de journalist Jamal Khashoggi in 2018 en de Saoedische spionageactiviteiten binnen Twitter/X in 2022 zijn belangrijke voorbeelden.[66]
De assertiviteit van Salman-Arabië moet niet als een revisionistische of radicaal antiwesterse houding geïnterpreteerd worden, maar vooral als een reactie op een verraderlijke en veranderlijke wereld. De energietransitie, “multipolarisering” van de wereldorde en regionale destabilisering maken een sprong in het diepe noodzakelijk.
Kan Saoedi-Arabië succesvol blijven balanceren tussen de VS, China en Rusland wanneer President Trump het land probeert te dwingen een zijde te kiezen?
Haalt Vision 2030 genoeg doelen om als succes te worden gezien?
Hoe ontwikkelen de olieprijs en de binnenlandse olievraag de komende jaren?
Scenario’s waar deze actor een hoofdrol in speelt: