Het Clingendael Geostrategisch Perspectief 2026-2040 is een foresightstudie met acht toekomstverkenningen die een tijdshorizon van vijf à vijftien jaar hanteren. De toekomstperspectieven lopen daarmee tot uiterlijk 2040. De scenario’s en daaruit volgende analyse bieden handvatten voor een meer anticiperend – toekomstenproof – Nederlands buitenland- en veiligheidsbeleid.
De toekomstverkenningen zijn gevoed door een achtergrondstudie bestaande uit een conceptuele benadering van middenmachtstatus, een studie van grote trends, ontwikkelingen en onzekerheden op het wereldtoneel en verdiepingen op twee thema’s (conflictbeslechting & geopolitiek van financiën).
Als onderdeel van het onderzoek dat is verricht voor deze bredere studie zijn twee foresight-inputsessies georganiseerd en verschillende interviews afgenomen met experts en overheidsmedewerkers in binnen- en buitenland. Specifiek zijn in 2025 drie gerichte outreach-reizen ondernomen: naar Zuid-Afrika, Indonesië en Brazilië. Het doel van deze reizen was het ophalen van niet-westerse perspectieven op de relevante thema’s van deze studie middels kennisuitwisseling met onder meer kennisinstituten en overheidsofficials en middels gezamenlijke participatie in conferenties en evenementen. Ook de in 2024 ondernomen outreach-reis naar India, ten behoeve van de Clingendael Strategische Monitor 2025, heeft als input kunnen dienen voor deze nieuwe studie.
De scenario’s zijn vormgegeven aan de hand van twee centrale vraagstukken:
Wat wordt de komende vijftien jaar de mate van internationale samenwerking tussen middenmachten?
Verschuift de wereldorde meer in de richting van een multipolaire – of een bipolaire orde?
In de scenario’s worden verschillende voorstelbare toekomsten geschetst, waarvan vier binnen het thema conflictbeslechting en vier binnen het thema geopolitiek van financiën. Deze thema’s vertegenwoordigen twee pijlers onder de ‘oude’ liberale wereldorde die nu en in de toekomst aan erosie en transformatie onderhevig zijn. Elk individueel scenario vormt een unieke combinatie van een thema, een voorstelbare wereldorde (meer multipolair of meer bipolair) en een hogere of lagere mate van samenwerking tussen middenmachten. Bij de systematische ontwikkeling en uitwerking van de acht scenario’s is gebruik gemaakt van de trends, ontwikkelingen en onzekerheden beschreven in verdieping 2. Door steeds een andere selectie hieruit of uitwerking hiervan te nemen, in combinatie met een ander kwadrant, krijg je steeds een unieke set aan bouwstenen waarmee de scenario’s vormgegeven zijn.
Er is bewust gekozen om Nederland, de EU en de NAVO een beperkte rol in de scenario’s te geven. Dit kan kunstmatig aanvoelen, maar dient een doel. In de analyse kan zo uitgewerkt worden hoe Nederland in/en de EU/NAVO zich tot desbetreffende scenario’s zou kunnen verhouden. De scenario’s vertegenwoordigen geen contrasterende toekomstmogelijkheden die elkaar per definitie uitsluiten. Combinaties van elementen uit de scenario’s kunnen zich in de realiteit gelijktijdig en/of in samenhang met elkaar voordoen. De scenario’s zijn niet gescoord op mate van waarschijnlijkheid. Wel is bij de totstandkoming van alle scenario’s gebruik gemaakt van de trends, ontwikkelingen en onzekerheden uit de verdiepingen. Door steeds een andere selectie daarbinnen te maken ontstaat een ander perspectief.
Voor het middenmachtoverzicht in dit hoofdstuk zijn landen op basis van drie selectiecriteria (een indexscore, regionale prominentie en nucleaire bewapening) ingedeeld in drie categorieën: grootmachten, middenmachten en kleine machten (zie Figuur 22).

Voor de indexering zijn de economische, militaire, politieke en demografische capaciteiten van een groep van 56 landen gevat in een elftal indicatoren. De data zijn per land genormaliseerd en geaggregeerd tot een indexscore. De economische indicatoren van landen bestaan uit het BBP (KKP), concurrentievermogen, economisch potentieel, innovatievermogen en de aanwezigheid van natuurlijk kapitaal middels de natural capital index.[73] Militaire capaciteit is gemeten aan de hand van de global firepower (slagkracht) index en defensie-uitgaven.[74] Het politieke/diplomatieke gewicht van landen is gemeten op basis van het aantal diplomatieke posten en de global soft power index.[75] Demografische indicatoren bestaan uit de bevolkingsomvang in 2025 en groeiprojectie voor 2040.[76] De vier indicatorcategorieën hebben verschillende relatieve gewichten gekregen in de indexering. De economische indicatoren wegen 40%, militaire 30%, politieke 20% en demografische indicatoren 10%. Dit weerspiegelt een inschatting van het relatieve belang van de verschillende domeinen op het wereldtoneel van vandaag. Dat is niet in beton gegoten: in de toekomst kunnen verschillende domeinen meer of minder belangrijk worden. Een ander geopolitiek tijdsgewricht kan een andere gewichtsindeling met zich meebrengen en kan zodoende een ander middenmachtlijstje produceren.
De VS en China zijn aangemerkt als grootmachten omdat ze, wat betreft capaciteiten, met kop en schouder boven andere landen uitsteken. Landen die relatief goed scoren op de index (tussen de 0.35 en 0.70) zijn gekwalificeerd als middenmachten. Landen die lager scoren, maar wel a) regionaal prominent zijn en/of b) over nucleaire wapens beschikken zijn eveneens aangemerkt als middenmachten. Landen die aan geen van de drie voorwaarden voldoen zijn als kleine machten gekwalificeerd. Omdat Taiwan een belangrijke rol speelt op het wereldtoneel (denk vooral aan de chipindustrie) en, ondanks ontbrekende data, waarschijnlijk hoog zou scoren op capacitair niveau, is de keuze gemaakt om Taiwan handmatig toe te voegen aan de lijst.
De tweede verdieping beoogt inzicht te bieden in belangrijke trends, ontwikkelingen en onzekerheden die invloed hebben op het geopolitiek handelen van middenmachten en andere actoren op het wereldtoneel. De twee verdiepingsthema’s, conflictbeslechting en geopolitiek van financiën, zijn in samenspraak met de opdrachtgevers, BZ en Defensie, vastgesteld. Verschillende criteria waren hierbij leidend: relevantie voor de Nederlandse (veiligheids)belangen, invloed op het wereldtoneel en gedeelde interesse vanuit de opdrachtgevers.