Grootschalige grootmachtcompetitie en grootmachtsbemoeienis gaat langzaamaan tot het verleden behoren. Na verschillende confrontaties met assertieve middenmachten waarbij zowel de VS als China bakzeil hebben moeten halen, leggen ze zich neer bij een nieuwe realiteit door (voorlopig) het multipolariserende krachtenveld vrij baan te geven. In plaats van af te koersen op imperial overstretch wordt bijgestuurd in de richting van isolationisme en regionalisme. Er is niet langer een mondiale politiemacht die de grenzen van conflict bewaart. Geen vanzelfsprekende bemiddelaar die oorlogen sust. Multilaterale instellingen, ooit ontworpen rondom Amerikaanse dominantie, zijn lege hulzen geworden waar slechts enkele landen zich nog toe wenden. In plaats daarvan vindt een wapenwedloop plaats, gedreven door wantrouwen en een groeiende overtuiging dat “might makes right”. In het ontstane machtsvacuüm voelen sommige middenmachten zich bedreigd, anderen voelen de vrijheid om toe te slaan, en weer anderen ervaren een mix van beide.
Assertieve middenmachten zien hun kans schoon. Regionaal prominente spelers gaan zich steeds vaker gedragen als regionale hegemonen. Ze blaken van het zelfvertrouwen en zijn er (soms heilig) van overtuigd dat het hoog tijd is om hun rechtmatige plek op het wereldtoneel op te eisen. Ondanks een matiging van grootmachtcompetitie neemt het aantal interstatelijke en intrastatelijke conflicten daardoor nog altijd toe. Een veelzeggend gewapend conflict dat in het midden van de jaren 2030 opnieuw opspeelt is dat tussen India en Pakistan. Dit keer neemt het gewapend treffen echter een andere wending dan in voorgaande gevallen.
De afgelopen jaren heeft de toenemende waterschaarste de Kashmirregio, met haar vele rivieren en meren, belangrijker dan ooit gemaakt voor de groeiende bevolkingen van zowel India als Pakistan. Door toenemend nationalisme en een groeiend zelfvertrouwen legt India assertievere claims op de gehele Kashmirregio dan ooit tevoren. India, inmiddels uitgegroeid tot een militaire reus, grijpt proactief zijn kans en loopt de Pakistaanse stellingen langs de line of control onder de voet. Waar New Delhi voorheen rekening moest houden met internationale repercussies, kijkt Washington tegenwoordig niet veel verder dan zijn eigen meridianen breed zijn. China houdt vast aan het belang van stabiele relaties met India – na een eerder compromis over hun grensconflict – en beperkt zijn militaire steun aan Pakistan. India wordt kortom geen haarbreed meer in de weg gelegd, mits nucleaire escalatie maar wordt voorkomen. Het Pakistaanse kernwapenbezit blijkt op zichzelf niet genoeg om de Indiase aanval af te wenden. Pas na hevige nucleaire dreiging van een geschrokken Pakistaanse regering komt het Indiase leger tot stilstand. Pakistan lijdt een pijnlijk verlies en raakt bovendien een aanzienlijk deel van Kashmir kwijt.
Nu China een stap terug heeft gezet in Zuid-Azië treedt Saoedi-Arabië juist naar voren als een nieuwe veiligheidspartner in deze regio. Met het wegvallen van de Chinese steun aan Pakistan ziet Riyad een kans – maar ook een bittere noodzaak – om zijn eigen positie in een steeds onveiliger wereld te versterken. Saoedi-Arabië heeft daarin Pakistan wat te bieden, maar dat geldt andersom ook. De deal kristalliseert snel uit: Saoedi-Arabië biedt grootschalige financiële en economische steun waarmee Pakistan zich kan herstellen van de verwoestende verliezen. In ruil daarvoor krijgt Saoedi-Arabië (via een honderd jarige ‘leaseconstructie’) de beschikking over een dozijn Pakistaanse kernwapens, inclusief de kruisvluchtwapens die deze lading kunnen dragen. Nucleaire proliferatie in het Midden-Oosten en daarbuiten ligt op de loer.
Wereldwijd zijn de defensiebudgetten sterk gestegen. Europa heeft koortsachtig gebouwd aan een eigen veiligheidsstructuur, nadat zelfs de schaduw van de Amerikaanse veiligheidsparaplu verdwenen was. Staten die in deze ontwikkeling vooropliepen en kritieke militaire massa bereiken, zoals Polen, Turkije, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, worden de (nieuwe) spil in de Europese besluitvorming, zowel binnen de ge-europeaniseerde NAVO- als binnen EU-verband. Maar ook Rusland heeft niet stilgezeten, integendeel. Zo heeft het land de afgelopen jaren zijn militaire presentie in Belarus stevig uitgebouwd om het land “te verdedigen tegen Europese agressie”. Wanneer de Belarussische President zijn zorgen uitspreekt over deze Russische militaire alomtegenwoordigheid gaan de ontwikkelingen snel. Via een succesvolle Russische inlichtingenoperatie wordt er een interne coup gepleegd, waarna het nieuwe Belarussische militaire leiderschap zich snel uitspreekt voor hereniging met “het moederland.” Met het nieuwe stuk directe grens tussen de EU en Rusland neemt ook de Russische dreiging richting de EU verder toe.
Niet iedereen gaat echter mee in de wereldwijde wapenwedloop. Brazilië, Argentinië, Zuid-Afrika en Zwitserland proberen een andere weg te bewandelen. Ze positioneren zich als voorvechters van vreedzame conflictbeslechting en roepen op tot nieuwe vormen van samenwerking, multilateraal dan wel minilateraal. Ook veel kleinere, kwetsbare landen zijn gebaat bij sterke multilaterale normering, omdat zij te vrezen hebben van de ambities van één of meerdere sterke buurstaten. De “vredesagenda” vindt op die manier een nipte meerderheid in de Algemene Vergadering van de VN als er een motie in stemming wordt gebracht. Deze roep om vrede wordt echter buiten de muren van het New Yorkse VN-gebouw overstemd door wereldwijd wapengekletter.
In Zuidoost-Azië zet Indonesië stappen om een zelfstandige militaire (maritieme) macht te worden. Door investeringen van opeenvolgende presidenten die militaire invloed en macht hoog in het vaandel hebben staan, groeien verschillende kansrijke Indonesische defensie-producenten uit tot concurrerende marktpartijen. Het legt weldra echter ook één van de significante kostenposten bloot van het meedraaien in de wereldwijde wapenwedloop. De massale investeringen in defensie hebben een nieuwe elite voortgebracht: generaals, mijnbouwmagnaten en nationale helden die successen boekten tegen separatisten in Papoea en tegen Chinese mijnexploitanten. Wanneer de verkiezingsuitslag van de parlementaire verkiezingen wordt vervalst, en daarmee een hervormingsgezinde regering buiten spel wordt gezet, wordt meteen duidelijk dat deze elite haar macht niet zonder slag of stoot zal opgeven. Het is de definitieve klap die het sluipende democratisch verval bezegelt en de greep van de generaals in het land onomkeerbaar maakt.
De hoop van Brazilië (en zijn medestanders) voor een rechtsstatelijker wereldtoneel spat definitief uiteen wanneer het land zich stevig uitspreekt tegen een nieuwe reeks Amerikaanse anti-drugsoperaties in de “Golf van Amerika” en de “Amerikaanse” Cariben. Volgens Brasília schendt Washington keer op keer de soevereiniteit van onafhankelijke staten in Latijns-Amerika, met als vast voorbeeld de Amerikaanse operaties in Venezuela begin 2026. Washington blijkt zich echter niet de les te laten lezen: weldra verschijnen Arleigh Burke-Class torpedobootjagers en een Gerald R. Ford-klasse vliegdekschip voor de kust van Río de Janeiro en São Paulo. Alweer een klassiek staaltje Gunboat diplomacy, maar dit keer bij een middenmacht van formaat. De boodschap is duidelijk: de VS mogen zich dan wel hebben teruggetrokken en zijn mondiale ambities voorlopig hebben laten varen, ze hebben nog altijd voldoende capaciteiten en bereidheid om criticasters (zeker op het westelijk halfrond) een diplomatieke, economische óf militaire draai om de oren te geven.
In hoeverre Nederland en Europa de oorlogsdans ontspringen is maar zeer de vraag. Binnen de NAVO zijn de zorgen over de onderlinge cohesie groot door, enerzijds, een toenemend nationalisme bij de Europese lidstaten en anderzijds, een unilateraal opererend Amerika dat andere politieke doelen dan de Europese veiligheid prioriteit geeft in het Amerikaanse buitenlandse beleid. Binnen Europa lopen de gemoederen bovendien steeds hoger op. Zo liggen het VK en Frankrijk steeds feller met elkaar overhoop over migratie en de status van de Kanaaleilanden, schoppen Hongarije en Oekraïne ruzie met elkaar over Transkarpatië en maken Griekenland en Cyprus zich grote zorgen over toenemende Turkse militaire activiteiten op en rond de zelfverklaarde republiek Noord-Cyprus. Ook Europa – ooit de voorvechter van het internationale recht en de multilaterale instituties – lijkt daarmee voorlopig zijn ambities te hebben laten varen.