De Clingendael Strategische Monitor 2025-2030 vatte de bewegingen op het wereldtoneel als volgt samen:

“Het geopolitieke wereldtoneel verandert ingrijpend. Deze verandering zal de komende jaren ook de Nederlandse nationale veiligheid en de internationale rechtsorde beïnvloeden. Geopolitieke ontwikkelingen en schokken – moedwillig en niet moedwillig – kunnen de bestaande internationale omgeving doen veranderen als ware het een wisseling van het decor in het theater: een changement. De komende jaren dient rekening gehouden te worden met geopolitiek changement. Deze changements kunnen snel plaatsvinden en met zeer grote gevolgen.”[28]

De wereldorde is in transitie, maar de eindbestemming is onbekend. Op het wereldtoneel zullen alle actoren – groot, middelgroot en klein – een hogere mate van onzekerheid ervaren. Het wereldtoneel van vandaag en morgen laat zich – in vergelijking met het wereldtoneel van gisteren – waarschijnlijk kenmerken als…

1.
Competitiever;
2.
Meer belangengedreven;
3.
Transactioneler;
4.
En geïnterpreteerd door een bredere waaier aan ideologieën en waarden.

De tijdshorizon in dit rapport loopt tot 2040, een lange periode in geopolitieke termen. Deze verdieping gaat daarom in op een zevental belangrijke trends, ontwikkelingen en onzekerheden die nu al zichtbaar zijn en die naar verwachting ook over vijftien jaar de contouren van het wereldtoneel – en het handelen van middenmachten – in belangrijke mate zullen vormen. Vervolgens worden de thema’s “conflictbeslechting” en de “geopolitiek van financiën” verder verdiept, omdat de scenario’s rondom die thema’s opgesteld zijn.

1. Toenemende politisering en fragmentering van de wereldeconomie en -financiën

Economische en financiële risico’s nemen toe door geopolitieke competitie en structurele uitdagingen en onzekerheden, waardoor fragmentatie van een voorheen hypergeglobaliseerde wereldeconomie, ingezet sinds de financiële crisis van 2008, toeneemt en economische groei afneemt. Landen zetten in toenemende mate in op de-risking strategieën. Daarbij wordt er minder belang gehecht aan economische efficiëntie en meer aan (economische) veiligheid.[29]

Met toenemende staatsinterventie in economie en handel – zoals importheffingen, sancties, exportrestricties en staatssteun (zie Figuur 14) – proberen landen steeds vaker strategische sectoren in het binnenland te beschermen en in het buitenland te beperken. Vooral in hoogtechnologische industrieën zoals chipproductie, cruciaal in de ontwikkeling van bijvoorbeeld AI, concurreren grote spelers met protectionistische maatregelen.

Wereldwijde handelsrestricties nemen toe (Bron: , 2025).
Figuur 13
Wereldwijde handelsrestricties nemen toe (Bron: Global Trade Alert, 2025).

Naast de securitisering van economische belangen, treedt ook geopolitisering van het internationale financiële systeem op. Aangespoord door onder meer grootmachtrivaliteit en strategische (her)oriëntatie, worden kapitaalmarkten, investeringen en financiële producten, handels- en reservemunten en betalingssystemen in toenemende mate gestuurd langs geopolitieke scheidslijnen en ingezet als strategisch drukmiddel (zie verdieping op het thema Geopolitiek van Financiën voor een verdere duiding van dit thema).[30]

Bij verdere voortzetting van deze trend kan zich een wereld aftekenen die gefragmenteerd is in min of meer gesloten handelsblokken, waarbinnen toeleveringsketens, kapitaalstromen en technologische uitwisseling begrensd worden.[31] Krimp van markten resulteert in economische onzekerheid, financiële instabiliteit en een gemiddeld verlies van welvaart, maar kan in theorie ook een zero-sum uitkomst aan staten opleveren die deze geopolitisering in eigen voordeel weten om te buigen. Het zwaartepunt van deze economische en financiële macht zal ondertussen blijven verschuiven, waarbij met name opkomende economieën in wat vaak het Mondiale Zuiden wordt genoemd een groter aandeel in de wereldeconomie zullen krijgen.[32]

Structurele uitdagingen versnellen bovenstaande ontwikkelingen en intensiveren bijkomende risico’s. Economische groei, de energietransitie en digitalisering vragen bijvoorbeeld om zowel méér fossiele als méér kritieke grondstoffen. Concurrentie om grondstoffen slaat om naar rivaliteit en werkt protectionisme in de hand, met een verhoogde kans op zowel intra- als interstatelijke gewapende conflicten, die fragmentatie van de wereldeconomie en het financiële systeem verder versterken.

Kernonzekerheden wereldeconomie

Welke handelsblokken tekenen zich af door de geopolitisering en fragmentatie van economische en financiële relaties?

In hoeverre zijn gefragmenteerde handelsblokken gesloten economisch-financiële systemen?

Door welke economische en financiële machten en machtsmiddelen worden geopolitisering en fragmentatie gestuurd en kunnen deze dynamieken nog met regels worden beteugeld?

2. Groeiende druk op internationale en democratische rechtsordes

De derde democratiseringsgolf sinds midden jaren zeventig is voorbij. De huidige trend is er één van een ‘autocratiseringsgolf’. Bijna driekwart van de wereldbevolking leeft nu in een autocratie, en het aantal volwaardige democratieën blijft afnemen. De liberale democratie in het bijzonder lijdt onder verzwakking van de scheiding der machten en in sommige gevallen zelfs de militarisering van binnenlandse veiligheid.

Het aandeel van de wereldpopulatie dat in een autocratisch land of autocratiserend land leeft neemt substantieel toe (, 2025).
Figuur 14
Het aandeel van de wereldpopulatie dat in een autocratisch land of autocratiserend land leeft neemt substantieel toe (V-Dem Institute, 2025).

Grote, invloedrijke landen maken dit proces door; van grootmacht VS tot middenmachten als Argentinië, Indonesië, Mexico en Zuid-Korea. Ook dichter bij huis verzwakt democratisch bestuur in landen als Hongarije, Griekenland, Servië en Polen.[33]

Ook het mondiale multilaterale bestuur – geschoeid op democratische, rechtsstatelijke normen – verzwakt. De centrale spil van internationaal multilateralisme, de Verenigde Naties (VN), is zo goed als verlamd door verdeeldheid onder de permanente leden van de Veiligheidsraad. Grootmachten VS en China zijn verwikkeld in geopolitiek wedijveren en grote middenmacht Rusland heeft zich van vooral de EU vervreemd door zijn oorlog tegen Oekraïne. Door deze grootmachtcompetitie en het verlies van legitimiteit van internationale instituties – veroorzaakt door eigen falen en de verspreiding van desinformatie en complottheorieën – raken niet alleen de VN, maar ook aanverwante multilaterale instellingen zoals internationale financiële instituties en gerechtshoven, verlamd.

Als alternatief kiezen landen steeds vaker voor kleinere, minder bindende, meer transactionele gelegenheidscoalities, op een veelvoud aan beleidsdomeinen. Een voorbeeld hiervan is BRICS en de Shanghai Cooperation Organization (SCO). In plaats van multilateraal bestuur gefundeerd op internationaal recht kan hierdoor een groeiende lappendeken van minilateraal bestuur ontstaan, waarin leden van geval tot geval issue driven en ad hoc afspraken maken. Wanneer landen van steeds meer gelegenheidscoalities lid worden, ontstaat een gefragmenteerd, zogenaamd plurilateraal systeem.[34]

Vooral landen die ondervertegenwoordigd zijn in het bestaande multilaterale systeem zijn kritisch op de wijze van functioneren van dit systeem. Zij wijzen erop dat internationaal recht en VN-instituties zijn gemanipuleerd of terzijde geschoven ten behoeve van westerse belangen. Zij opteren dan ook voor een hervormd of ander multilateraal systeem. Volledige afwijzing ontdoet de internationale gemeenschap van vreedzame conflictbeslechtingsmechanismen en beperkingen op machtsmisbruik, waar vooral de kleinere machten onder zullen lijden.

Kernonzekerheden (internationale/democratische) rechtsorde

Zet de autocratiseringsgolf door en welke landen worden erdoor geraakt?

Hoe kunnen mondiale problemen nog effectief worden opgelost in een plurilaterale wereld van transactioneel samenwerken?

Wat is de toekomst van soevereiniteit en vreedzame conflictbeslechting als landen zich afkeren van de VN?

3. Versnellende transformatie van de economie, samenleving en (geo)politiek door disruptieve technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen – in bijvoorbeeld AI, quantum, halfgeleiding, biotechniek, ruimte, robotica, fotonica en energie – hebben grote economische, maatschappelijke en politieke gevolgen, in de vorm van kansen én dreigingen. Techinnovatie is bij uitstek aanjager van efficiëntie in productie, informatieverwerking en dienstverlening, en is daarom de grootste investeringsmarkt van het moment. Vooral AI heeft de afgelopen tijd veel kapitaal aangetrokken.[35]

Grote delen van de wereld profiteren niet of in mindere mate van de ontwikkeling en distributie van technologie (, 2020).
Figuur 15
Grote delen van de wereld profiteren niet of in mindere mate van de ontwikkeling en distributie van technologie (UN, 2020).

In zowel het publieke als het private leven brengen nieuwe technologieën fundamentele veranderingen teweeg. Publieke voorzieningen op het gebied van gezondheid, communicatie, voedselzekerheid, bestuur en veiligheid kunnen toegankelijker en hoogwaardiger worden en de toenemende snelheid en kwaliteit van verwerken, delen en genereren van informatie blijft het private leven uitbreiden in het digitale domein.

Dit fundamentele veranderingspotentieel maakt technologie één van de voornaamste instrumenten én doeleinden van geopolitiek wedijveren. Grootmachten China en de VS zijn verwikkeld in een technologiewedloop om wereldleiderschap van de techsector en zijn transformatiekracht. Met exportrestricties, staatssteun, spionage, beïnvloeding en mogelijke prepositionering voor sabotage proberen Washington en Beijing de eigen markt, kennispositie, productiecapaciteit en grondstoffentoegang te vergroten ten koste van de ander en derde landen.[36] Middenmachten met hoogtechnologische kennis, productiecapaciteiten en/of grondstoffen kunnen zich strategisch onmisbaar maken, maar krijgen tegelijkertijd te maken met druk vanuit één of beide grootmachten.[37]

Naast de risico’s van geopolitiek wedijveren kent technologisering meer fundamentele kwetsbaarheden en uitdagingen. Overheden en samenlevingen worden almaar afhankelijker van de techsector en van techgiganten als Microsoft en Google. Hyperconnectiviteit, het stijgend aantal digitale koppelingen tussen honderden miljarden apparaten, maakt zowel staten als hun inwoners enorm kwetsbaar voor heimelijke beïnvloeding en sabotage. Ten slotte bestaat het risico dat investeringen in de techsector een financiële bubbel blijkt die knapt, zoals de internetbubbel van 2000.[38]

Kernonzekerheden technologie

Blijft de techwapenwedloop de leidende dynamiek de komende jaren en zo ja, wat zullen de belangrijkste “veldslagen” zijn in deze competitie?

Hoe kunnen en zullen middenmachten zich verhouden tot een tech-supermacht of tech-supermachten?

Wat is de impact op het wereldtoneel van het mogelijk financieel barsten van de techbubbel?

4. Verhardende ongelijkheid en polarisatie, nationaal en internationaal

Ongelijkheid en sociale polarisatie zijn vaak wederzijdse versterkende processen. De trend van democratische achteruitgang en opkomst van het recht van de sterksten staat daarom in nauw verband met de verharding langs culturele en socio-economische lijnen en polarisatie en ook met de toename van digitale verspreiding van desinformatie en misinformatie.

Wereldwijde inkomens- en vermogensongelijkheid in 2021 (Bron: World Inequality Lab).
Figuur 16
Wereldwijde inkomens- en vermogensongelijkheid in 2021
(Bron: World Inequality Lab).

Wereldwijd blijft de economische ongelijkheid groeien. Het is onwaarschijnlijk dat deze trend is om te keren zonder grote systeemveranderingen. In het Mondiale Noorden blijft inkomensgroei ver achter op vermogensgroei. In het Mondiale Zuiden groeit voor velen het inkomen maar zijn het in de praktijk vooral elites en buitenlandse investeerders die de vruchten van economische vooruitgang plukken.[39] Ook identiteitskwesties spelen een toenemende rol binnen de mondiale en nationale politiek. Daarbij zijn socio-culturele scheidslijnen prominenter aanwezig aan het worden, binnen en tussen landen. Verschillende groepen zijn in toenemend mate op zoek naar wat hen cultureel eigen maakt. Voor veel westerse landen komt daar het gevoel van declinisme bovenop. De optelsom van deze ontwikkelingen resulteert in binnenlandse en buitenlandse politieke uitdagingen, voor zowel gevestigde en opkomende middenmachten, die elkaar beïnvloeden.

Naarmate beleidsmaatregelen weinig tastbaar resultaat leveren in de aanpak van sociaal-maatschappelijke en sociaaleconomische problematiek neemt vertrouwen in bestuurlijke instituties verder af en vinden des- en misinformatie steeds meer gehoor. Gefaciliteerd door sociale media, geïntensiveerd door generatieve-AI en gemotiveerd door gevoelens van vervreemding ten opzichte van grote maatschappelijke uitdagingen, trekken mensen zich terug in particuliere informatiebubbels. De resulterende narratievenstrijd staat een gedeeld begrip van de realiteit in de weg en ondermijnt daarmee een essentiële grondslag van pluralisme, debat en democratie. Op lokaal en internationaal niveau worden samenleven en bestuur steeds moeilijker door polarisatie, onbegrip en, uiteindelijk, animositeit.[40]

Afnemend vertrouwen in bestuurlijke instituties en het verdwijnen van een gedeelde werkelijkheid biedt ruimte aan populisme. Populistische politici zijn geneigd complexiteit te reduceren tot simpele vijandbeelden. Dit werkt op haar beurt radicaal en extremistisch gedachtegoed in de hand en draagt bij aan de trend van democratische achteruitgang.[41]

Kernonzekerheden polarisatie

Wat is de geopolitieke impact wanneer keuzes in buitenlandbeleid worden geïnformeerd door binnenlandse politiek, die in toenemende mate gekenmerkt wordt door polarisatie?

Op welke wijze gaat de geopolitieke invloed van de economische “top 10%” (zie Figuur 17) gestalte krijgen?

In welke mate zullen (des)informatiecampagnes de polarisatie en ongelijkheid (verder) vergroten?

5. Versnellende klimaatverandering en milieudegradatie

Ondanks successen in vergroening en verduurzaming blijven broeikasemissies stijgen, raken sommige natuurlijke hulpbronnen steeds meer uitgeput en neemt vervuiling toe. Sneller dan verwacht warmt de aarde verder op, waardoor extreme weersomstandigheden zoals hittegolven, zware neerslag, cyclonen en droogte het nieuwe normaal worden. Hittestress, natuurbranden, overstromingen, misoogsten, verspreiding van tropische ziektes en vervuiling van het oppervlakte- en drinkwater zijn enkele van de problemen die in toenemende mate direct het dagelijks leven bemoeilijken.[42]

De leefbaarheid, voedselzekerheid en watervoorziening worden op de langere termijn bedreigd door zeespiegelstijging, verzilting, kusterosie, aardverschuiving, biodiversiteitsverlies en verwoestijning. Een aantal van deze ontwikkelingen leidt nu al tot onomkeerbare schade aan kwetsbare leefgebieden en voorzieningen. Projecties op basis van huidig beleid laten zien dat emissies toenemen en meerdere kantelpunten onvermijdelijk worden, zoals het smelten van de West-Antarctische ijskap of het verbleken van koraalriffen rond de evenaar.[43]

Industriële schade aan de natuur neemt eveneens toe en versterkt de impact van klimaatverandering. Door ontbossing, vervuiling, intensieve landbouw, mijnbouw en overbevissing verschralen biodiversiteit en ecologische systemen, waardoor lucht, water en grond vervuild en levenloos raken en menselijke afhankelijkheden van klimaat en milieu nog kwetsbaarder worden.[44]

Klimaatverandering werkt als een threat multiplier die bestaande uitdagingen en kwetsbaarheden versterkt. Zo kan klimaatverandering het (gewapend) conflictpotentieel op verschillende niveaus (mogelijk drastisch) toe laten nemen. Op lokaal, intra-statelijk niveau leiden misoogsten, prijsstijgingen, ongelijkheid en ontheemding tot sociale spanningen, die vooral in landen met een geschiedenis van sektarisch geweld in gewapend conflict kunnen overgaan. Migratie neemt bijgevolg toe, waardoor nieuwe sociale uitdagingen ontstaan, conflict zich mogelijk verbreidt en interstatelijke relaties worden getest. Op geopolitiek niveau worden oude en nieuwe vormen van competitie om schaarse middelen aangejaagd door klimaatverandering.[45]

Door de dreigende (gepercipieerde) onomkeerbaarheid van klimaatverandering verschuift de nadruk bij veel landen van preventie van klimaatverandering (mitigatie) naar aanpassing aan klimaatverandering (adaptatie). Sommige landen ondervinden naast grote nadelen ook enkele voordelen van klimaatverandering: denk bijvoorbeeld aan Russische havens die ijsvrijer worden en het vrijkomen van de Noordelijke Zeeroute.[46]

Kernonzekerheden klimaat

In hoeverre worden klimaat- en milieurisico’s ingezet als strijdmiddel in conflict en geopolitiek?

Hoe worden mondiale klimaat- en milieuproblemen opgelost wanneer multilaterale samenwerking plaats maakt voor minilaterale gelegenheidscoalities?

Wat zijn de (geo)politieke gevolgen van ongelijk verdeelde lasten van klimaatverandering en milieudegradatie tussen lage- en hoge-inkomenslanden?

Landen en bevolkingen worden in onevenredige mate en op verschillende wijzen geraakt door de impact van klimaatverandering (Bron: The ).
Figuur 17
Landen en bevolkingen worden in onevenredige mate en op verschillende wijzen geraakt door de impact van klimaatverandering (Bron: The Economist).

6. Groeiende demografische disbalans en maatschappelijke uitdagingen

In 2040 telt de wereld ruim 9 miljard mensen. De bevolkingsgroei concentreert zich de komende 15 jaar vooral in lage-inkomenslanden, terwijl hoge-inkomenslanden gemiddeld genomen vergrijzen. Zowel een jonge als een oude bevolkingsopbouw stellen overheden voor sociaaleconomische uitdagingen. Voor de internationale gemeenschap als geheel is de opgave om deze uitdagingen in goede banen te leiden, daar waar nationale belangen haaks op elkaar staan.[47]

Zorg- en pensioensystemen kunnen overbelast raken in vergrijzende samenlevingen, terwijl werkgelegenheid verder in het gedrang kan komen in jonge samenlevingen.[48]

Het percentage van de bevolking van 65 jaar of ouder neemt wereldwijd en per regio toe (Bron: UNEN, 2020).
Figuur 18
Het percentage van de bevolking van 65 jaar of ouder neemt wereldwijd en per regio toe (Bron: UNEN, 2020).

Werkloosheid, lage levenstandaarden en gebrek aan toekomstperspectief stimuleren op grote schaal migratie, in het algemeen platteland naar stad en van lagere- richting hogere-inkomenslanden. Onderweg en op bestemming ontstaan, zoals ook in andere trends opgemerkt, sociale, culturele en economische spanningen en conflict. Arbeidsmigranten zijn echter ook van groot belang voor vergrijzende economieën, vooral om publieke voorzieningen en laaggeschoold werk uit te voeren.[49]

In 2040 woont meer dan tweederde van de wereldbevolking in de stad, waar overbevolking, milieuvervuiling en afvalproductie tot hittestress, luchtvervuiling en grotere druk op de energievoorziening zullen leiden. Deze problemen stimuleren op hun beurt sociale ongelijkheid.[50]

In samenhang met de eerder beschreven digitaliseringsgolf, is de energiemix en -infrastructuur van de meeste landen niet toegerust op het consumptievolume van de toekomst. Handel en competitie in zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare energiebronnen blijft een drijvende kracht in geopolitieke verhoudingen en grote investeringen zullen nodig zijn in de nationale en internationale energie-infrastructuur.[51]

Kernonzekerheden demografie

Wat zijn de gevolgen van toenemende automatisering en digitalisering voor werkgelegenheid, vooral in lage-inkomenslanden met een groeiende jonge bevolking?

Hoe gaat de internationale gemeenschap – zonder effectief multilateraal bestuur – om met toenemende migratie en energieconcurrentie?

Kunnen zowel lage- als hoge-inkomenslanden de respectievelijke problemen van urbanisatie het hoofd bieden en zo niet, wat zijn de gevolgen?

7. Intensivering en hybridisering van conflict- en oorlogsvoering

In een competitieve en innovatieve wereld wordt het instrumentarium van geopolitieke competitie gevarieerder en veelzijdiger. Alle uitwisselingen tussen staten en mensen kunnen dienen om onconventionele vormen van druk en beïnvloeding uit te oefenen. Er wordt ook wel gesproken van hybride conflict- en oorlogsvoering en de “wapenisering van alles”, met onder meer als doel maatschappij, economie en bestuur te ondermijnen. In steeds meer domeinen tegelijk worden steeds meer vormen van onconventionele wapens ingezet, door statelijke en, in toenemende mate, niet-statelijke actoren.[52]

Met onder meer exportbeperkingen wordt getracht strategische, vooral dual-use, industrieën van tegenstrevers te verzwakken. Met digitale en fysieke sabotage wordt kritieke infrastructuur van voorzieningen als energie en gezondheid onklaar gemaakt. Met des- en misinformatie worden publiek debat en democratische vertegenwoordiging verstoord en gestuurd. Met territoriale schendingen, vooral in de lucht en op zee, wordt de defensiestrategie van buitenlandse tegenhangers getest en misleid. De voorbeelden en mogelijkheden zijn onbeperkt. Kenmerkend voor veel verschijningsvormen van hybride dreiging (ook wel sub-threshold activities genoemd) is, evenwel, om de daadwerkelijke toedracht en/of intentie te verhullen en het doelwit in het duister te laten tasten of en door wie een aanval is uitgevoerd.[53]

Om detectie en attributie van hybride dreigingen te vermijden zoeken staten steeds vaker de samenwerking met private actoren op. Zo vervaagt het onderscheid tussen statelijke en niet-statelijke ondermijning. Vooral op het gebied van cyberdreigingen werken een toenemend aantal inlichtingen- en veiligheidsdiensten samen met commerciële partijen en (al dan niet criminele) netwerken van hackers en trollen om te spioneren, beïnvloeden en saboteren.[54]

Deze ontwikkelingen laten zien dat we ons bevinden in een tijdperk in van grey zone conflict- en oorlogsvoering: een nagenoeg permanente staat van conflict waarbij tegenstanders elkaar voortdurend proberen te verzwakken met onconventionele, hybride tactieken.[55]

Eveneens zijn er parallelle trends gaande van intensivering van conventioneel gewapend conflict enerzijds én van (een nieuwe vorm van) wapenwedloop anderzijds. 2024 kende een recordaantal van 61 statelijke en 74 niet-statelijke gewapende conflicten, met een gemiddelde toename in het dodenaantal sinds midden jaren 2000. Tegelijkertijd groeide in 2024 voor het tiende jaar op rij de wereldwijde militaire uitgaven, met 9,4% in 2024, naar een ongeëvenaard totaal van $2.700 miljard.[56]

Kernonzekerheden oorlogsvoering

Welke mogendheden worden op hybride oorlogsvoering dominant, en hoe vertaalt deze dominantie zich in concrete geopolitieke macht? Welke mogendheden worden op hybride oorlogsvoering dominant en hoe vertaalt deze dominantie zich in concrete geopolitieke macht?

Wat zijn de gevolgen van de toenemende privatisering van hybride oorlogsvoering?

Weten sommige greyzone conflicten te escaleren naar conventioneel gewapend conflict en welke actoren zijn daarbij betrokken?

Stroomschema hybride conflictvoering. Een brede variëteit aan actoren zet een brede variëteit aan middelen op een brede variëteit aan domeinen in. (Bron: Giannopoulos, 2021).
Figuur 19
Stroomschema hybride conflictvoering. Een brede variëteit aan actoren zet een brede variëteit aan middelen op een brede variëteit aan domeinen in. (Bron: Giannopoulos, 2021).

Verdieping op het thema “Conflictbeslechting”

Conflictbeslechting kan in de toekomst stevig veranderen door de effecten van (een combinatie van) verschillende trends. Na de Tweede Wereldoorlog, en vooral vanaf het einde van de Koude Oorlog, werkte de internationale gemeenschap in toenemende mate multilateraal samen op basis van internationaal recht om conflict tussen én binnen staten vreedzaam op te lossen. Nu staat dat stelsel sterk onder druk. Terwijl wereldwijd het conflictpotentieel groeit, terwijl macht steeds vaker unilateraal wordt ingezet en de oorlogvoering complexer wordt, neemt de capaciteit van het multilaterale stelsel om conflicten vreedzaam te beheersen en op te lossen juist af.

De afbraak van multilaterale rechtsordelijke mechanismes van conflictbeslechting kent tenminste de volgende drie interacterende aspecten:

1.
De institutionele verlamming van de multilaterale machinerie;
2.
Een versnellend proces van militarisering wereldwijd;
3.
De teloorgang van een gedeelde realiteitszin.

De institutionele verlamming van de multilaterale machinerie

Hoewel het bestaande systeem al langer problematisch werkte en deels terechte kritiek ontving, onderkenden sinds de Koude Oorlog meer staten dan ooit het belang van internationale vrede, veiligheid en de wenselijkheid om die als gemeenschap geweldloos te bewaren. De Russische oorlog in Oekraïne en de Israëlische oorlog in Gaza lijken echter het begin van het einde van deze fragiele consensus te hebben ingeluid. De VN (en internationale gemeenschap) bleek in deze gevallen noch in staat om staatssoevereiniteit te beschermen, noch de mensenrechten, terwijl deze streefdoelen samen het bestaansrecht van het multilaterale stelsel vormen.

Ingrijpen in conflict gebeurt steeds vaker ad hoc, uni- of minilateraal en vaak op basis van bruut eigenbelang. Het recht van de sterksten bepaalt in stevige mate hoe en waar conflict wordt beëindigd. In samenhang met achteruitgang van democratische rechtsnormen leiden deze ontwikkelingen tot internationale verzwakking van bestaande normen en instituties van multilaterale vrede. Binnenlandse processen zoals autocratisering, de opkomst van populisme en de achteruitgang van democratische en grondwettelijke normen gaan daarbij over het algemeen gepaard met de onderdrukking van non-gouvernementele organisaties in het maatschappelijk middenveld. Omdat deze instituties een belangrijke rol kunnen vervullen in het normeren, uitvoeren en behouden van multilaterale conflictbeslechting, bestaat er een direct connectie tussen intrastatelijke politieke verharding en de beheersing van interstatelijk conflict.[57]

Een versnellend proces van militarisering wereldwijd

Deels als gevolg van de verlamming van multilaterale instituties, deels als gevolg van andersoortige dynamieken, zijn de defensie-uitgaven wereldwijd enorm gestegen sinds het begin van de eeuw. Door de relatieve achteruitgang van grootmacht Amerika en door het afbrokkelen van multilaterale consensus rondom het internationaal recht hebben niet-grootmachten meer kansen om de eigen beleidsdoelen met militair optreden te verwezenlijken. De wereldwijde militarisering verhoogt de kans dat militaire machtsbalansen tussen rivaliserende partijen veranderen of verdwijnen, waardoor slapende conflicten kunnen heropleven en de kans op gewapend conflict toeneemt. Daar komt de zogenaamde wet van het instrument nog bovenop. De toenemende focus op militaire middelen verdringt aandacht voor, en vertrouwen in, niet-militaire beheersing en oplossing van conflict, waardoor VN-mechanismes verder in de verdringing geraken. In 2025 werd wereldwijd al ruim een derde minder geïnvesteerd in niet-militaire benaderingen van internationale vrede en veiligheid.[58] Zo ontstaat er een vicieuze cirkeldynamiek tussen afbrokkeling van multilaterale consensusvorming en toenemende militarisering.[59]

De teloorgang van een gedeelde realiteitszin

Binnenlandse politieke fenomenen zoals polarisatie en populisme, die in uiteenlopende nationale contexten een opmars maken, keren zich niet alleen direct tegen traditionele pijlers van vreedzame conflictbeslechting, zoals de VN en het ICJ. Zij behelzen ook een sluipender, indirecter gevaar voor de vreedzame conflictbeslechting: via bubbelvorming, desinformatie en extreme retoriek zorgen deze ontwikkelingen voor de afbrokkeling van een gedeelde realiteitszin zonder welke conflicten zeer moeilijk oplosbaar zijn.[60]

Recente pogingen om multilaterale vrede aan te passen aan de nieuwe realiteit

Als conflictbeslechting in gelegenheidscoalities plaatsvindt, zal dat waarschijnlijk vooral op regionaal niveau gebeuren. Toch probeert de VN hier een rol in te blijven spelen. Vandaar dat de VN in 2023 probeerde met Veiligheidsraadresolutie 2179 de vredesmissies van de Afrikaanse Unie (AU) van structurele ondersteuning en samenwerking te voorzien. Toen het aankwam op daadwerkelijke steun aan de AU-missie in Somalië kon de Veiligheidsraad (VNVR) begin 2025 geen overeenstemming meer bereiken. Als besluitvorming in de VN zodanig is verlamd, kunnen actoren die wél het belang inzien van de handhaving van internationaal recht zich verenigen.[61] Vandaar dat The Hague Group het afgelopen jaar dertig staten bijeenbracht om Israëlische schendingen van het VN-Verdrag te veroordelen. Afspraken over gecoördineerde actie, zoals ondersteuning van onafhankelijk juridisch onderzoek, bleef echter beperkt tot 13 staten, waaronder weliswaar enkele grote middenmachten zoals Indonesië en Turkije. Op die manier kunnen middenmachten een sleutelrol spelen bij minilaterale initiatieven om conflicten te beheersen en te beslechten.[62]

Verdieping op het thema “Geopolitiek van Financiën”

De wereldeconomie politiseert en fragmenteert. Economisch en financieel beleid wordt steeds meer vanuit geopolitieke veiligheidsoverwegingen gemaakt (zie de eerste trend uit verdieping 2).

De kernfuncties van het internationale financiële systeem – betalingen faciliteren, het beschikbaar maken van kapitaal, financiële risico’s beheersen, en informatie en prikkels genereren – zijn steeds vaker instrument én toneel van geopolitieke competitie. Hoewel het bestaande systeem niet op verdragen is gebaseerd, hebben nationale regelgevende organisaties zich altijd multilateraal opgesteld en gehouden aan gedeelde normen van non-discriminatie en toezicht om de functies van het systeem te bewaken. Dit systeem, zo oordeelde The Economist recent, “dreigt uit elkaar te vallen”.[63]

Daarbij lijkt er de komende jaren sprake te zullen gaan zijn van de volgende drie trends:

1.
Toenemende inzet van financiële verwevenheden als wapen;
2.
Toenemende beperkingen op de kapitaalmobiliteit;
3.
Heroriëntatie van financiering.

Financiële verwevenheden als wapen

Internationale financiële verwevenheden en afhankelijkheden worden in toenemende mate ingezet als geopolitiek wapen. Met financiële sancties worden activa bevroren, tegoeden onteigend, of banken uitgesloten van valuta, waardoor landen en industrieën worden afgesneden van kapitaal en markten. En met uitsluiting of hacking van internationaal betalingsverkeer worden handelsposities ondermijnd.

Vooral de VS en de EU hebben deze financiële ‘wapens’ in handen vanwege, respectievelijk, de dominantie van de dollar als reserve- en handelsmunt en de diepte van de Amerikaanse kapitaalmarkt, en het belang van Europese infrastructuur en toezichthouders in het handhaven van sancties. Steeds meer landen zoeken vanwege hun eigen afhankelijkheden echter naar alternatieve handelsvaluta en betalingssystemen, waarmee langzaam ook de dominantie van de dollar als reservemunt wordt uitgedaagd. Zo lanceerde BRICS een digitaal onderling betalingsverkeer op basis van bilaterale swapovereenkomsten en lanceerde China het betalingssysteem CIPS, wat internationale transacties in yuan mogelijk maakt.[64]

Opkomende middenmachten (Brazilië, Zuid-Afrika en India) hebben een overwegend negatieve perceptie van de dominantie van de dollar en het dollarsysteem (Bron: ).
Figuur 20
Opkomende middenmachten (Brazilië, Zuid-Afrika en India) hebben een overwegend negatieve perceptie van de dominantie van de dollar en het dollarsysteem (Bron: Körber Stiftung).

Beperkingen kapitaalmobiliteit

Ook de internationale beschikbaarheid en mobiliteit van kapitaal worden in toenemende mate beperkt op grond van geopolitieke afwegingen. De regulering van kapitaalstromen wordt ingezet voor bijvoorbeeld ondermijning van buitenlandse economieën en/of kritieke industrieën enerzijds en de bescherming van binnenlandse equivalenten anderzijds. Alle drie de grote economieën bedienen zich de afgelopen jaren veiligheidshalve van meer en meer sturing op private en publieke kapitaalstromen.

Beijing doet dit al sinds China’s financiële liberalisering in de jaren negentig. Terwijl buitenlandse banken en investeerders werden toegelaten en buitenlandse beursnoteringen mogelijk werden toegestaan, beschermde de Chinese overheid strategische financiële instellingen en industrieën altijd tegen buitenlandse invloed of overname. Maar ook de VS en de EU, lang voorstander van internationale financiële integratie met open markten en gedeelde liberale toezichtstandaarden, werpen steeds meer barrières op voor investeringen vanuit en naar het buitenland.[65]

Heroriëntatie van financiering

Tot slot is er een toename van een geopolitiek gemotiveerde oriëntatie van binnen- en buitenlandse overheidsfinanciering. Zo streven de NAVO-landen naar een overheidsuitgave van 3.5% van het BBP in 2035 aan defensie en 1.5% aan defensie-gerelateerde uitgaven. Maar ook het verschaffen van bilaterale leningen dient steeds vaker expliciete strategische doeleinden, zoals China’s geopolitisering van kredietverstrekking laat zien.

Beijing is momenteel de grootste kredietverstrekker van de wereld. Sinds de eeuwwisseling tellen Chinese leningen op tot meer dan 2000 miljard dollar verspreid over 200 landen.[66] Een aanzienlijk deel van deze financiering vloeit naar sectoren zoals kritieke mineralen, infrastructuur, robotica, halfgeleiders, bio- en quantumtechnologie, waarmee China zich nestelt in strategische belangrijke waardeketens.[67] In de VS wordt de rol van de centrale bank als lender of last resort de laatste tijd ook steeds meer geopolitiek ingevuld. Waar de Federal Reserve voorheen bilaterale swapovereenkomsten inzette om internationale financiële stabiliteit te bewaken ten tijde van crises, wordt “de Fed” nu door de uitvoerende macht onder druk gezet om buitenlandse bondgenoten gunstige overeenkomsten te bieden. Ook EU’s leningen, met name het Global Gateway-programma, hebben een steeds explicieter (geo)politiek karakter. Geld uit Europese programma’s heeft echter – veel meer dan bij Amerikaanse of Chinese programma’s – ook een aspect van bevordering van normen en waarden, omdat deze wordt gebonden aan principiële liberale voorwaarden als democratie, goed bestuur en transparantie. Vanuit het oogpunt van veel ontvangers van deze leningen is Europees geld daardoor echter ook traag, inefficiënt en zelfs inbrekend op de nationale soevereiniteit.[68]

Recente ontwikkelingen op het gebied van de geopolitisering van financiën

Het geopolitiek instrumentaliseren van financiën is niet iets nieuws. Zo hebben bijvoorbeeld de VS en de EU de afgelopen jaren zowel Iran als Rusland afgesloten van dollars en euro’s door tegoeden te bevriezen en onteigening te overwegen. Ook is in G10-verband toegang tot het internationale betalingssysteem SWIFT ontzegd.[69] Voorbeelden van kapitaalbeperkingen liggen eveneens voor het oprapen. Beijing schrapte in 2022 vijf staatsbedrijven met een gezamenlijke waarde van zo’n $340 miljard van de New York Stock Exchange (NYSE), vermoedelijk om toezicht door de US Securities and Exchange Commission (SEC) op het dual-use karakter van deze bedrijven te vermijden.[70] President Trump verbood in 2021 per decreet al Amerikaanse investeringen in zulke Chinese bedrijven en in 2023 kreeg de Committee on Foreign Investment in the US (CFIUS) ruimbaan om buitenlands kapitaal te weren omwille van de nationale veiligheid.[71] Eenzelfde geopolitisering van overheidsfinanciering vindt plaats in het Europese Global Gateway programma, alsook bijvoorbeeld Trump’s recente opdracht aan de Fed om nagenoeg gratis $20 miljard aan Argentinië te lenen. China loopt hierin ver voor. Beijing zet al jaren zijn gigantische handelsvoordeel in en steekt dollarreserves in staatsbeleggingsfondsen, zoals de China Investment Corporation en het Silk Road Fund, om strategische belangen in buitenlandse grondstoffen en technologie te verwerven.[72]

Aartsma et al., “Strategische Monitor 2025-2030: Geopolitiek Changement Op het Wereldtoneel,” Instituut Clingendael, 1.
Shekhar Aiyar et al., eds., Geoeconomic Fragmentation: The Economic Risks from a Fractured World Economy, CEPR Press, International Monetary Fund, 2023; “Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024: Stapeling van Dreigingen in Tijden van Onzekerheid,” Analistennetwerk Nationale Veiligheid NCTV, 2024; Robert Blackwill and Jennifer Harris, War by Other Means. Geoeconomics and Statecraft (Harvard University Press, 2016).
Elmar Hellendoorn, “Financial Geopolitics and Hybrid Conflict: Strategic Competition in a Financialized World,” Hybrid CoE, Working Paper no. 16, 2022; Pierre-Hughes Verdier, “International Finance and the Return of Geopolitics,” The American Journal of International Law 119, no. 2 (2025): 229–78; Maurice Doll et al., Resilience in Turbulent Times: Geopolitical Risks and Financial Institutions, De Nederlandsche Bank, 2024.
Kathleen Tyson, Multicurrency Mercantilism: The New International Monetary Order (Independent, 2023).
Expanding Influence of East and South,” European Commission, 2025; “World Economic Outlook: Global Economy in Flux, Prospects Remain Dim,” International Monetary Fund, 2025.
Anna Lührmann and Staffan I Lindberg, “A Third Wave of Autocratization Is Here: What Is New about It,” Democratization 26, no. 7 (2019): 1095–113; Marina Nord et al., “Democracy Report 2025: 25 Years of Autocratization – Democracy Trumped?,” V-Dem Institute, 2025; “2023 Democracy Index: Conflict and Polarisation Drive a New Low for Global Democracy,” Economist Intelligence Unit, 2024.
Stewart Patrick, “The New ‘New Multilateralism’: Minilateral Cooperation, but at What Cost?,” Global Summitry 1, no. 2 (2015): 115–34; Andrés Malamud and Eduardo Viola, “Multipolarity Is in, Multilateralism out: Rising Minilateralism and the Downgrading of Regionalism,” in Regionalism under Stress (Routledge, 2020); Leslie Vinjamuri et al., “Competing Visions of International Order: Responses to US Power in a Fracturing World,” Royal Institute of International Affairs, 2025; Raoul Bunskoek and Steven Verburg, “The BRICS and the Emerging Order of Multipolarity,” Instituut Clingendael, 2025.
Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024: Stapeling van Dreigingen in Tijden van Onzekerheid,” Analistennetwerk Nationale Veiligheid NCTV, 2024; Eric Schmidt, “Innovation Power: Why Technology Will Define the Future of Geopolitics,” Foreign Affairs 102, no. 38 (2023).
Pak Nung Wong, Techno-Geopolitics: US-China Tech War and the Practice of Digital Statecraft (Routledge, 2022); Craig Cohen and Alexander Kisling, Winning the Economic and Tech Race, Part II, 2024 Global Forecast: A World Dividing (Centre for Strategic and International Studies, 2024).
Floridi, L. (2024). Why the AI hype is another tech bubble. Philosophy & Technology37(4), 128.
Lucas Chancel et al., World Inequality Report 2022 (World Inequality Lab, UNDP, 2022).
Alexander J Stewart et al., “Polarization under Rising Inequality and Economic Decline,” Science Advances 6, no. 50 (2020): 1-9; Paulo Pinto et al., “The Paradox of Progress with Polarization,” UNDP, 2024; “Global Trends: In Search of a New Consensus, from Tension to Intention,” Ipsos, 2024; Jennifer McCoy et al., “Polarization and the Global Crisis of Democracy: Common Patterns, Dynamics, and Pernicious Consequences for Democratic Polities,” American Behavioral Scientist 62, no. 1 (2018): 16–42; Jennifer McCoy et al., “Reducing Pernicious Polarization: A Comparative Historical Analysis of Depolarization,” Carnegie Endowment for International Peace, 2022; Aartsma et al., “Strategische Monitor 2025-2030: Geopolitiek Changement Op het Wereldtoneel,” Instituut Clingendael,2025.
David Goodhart, The Road to Somewhere: The Populist Revolt and the Future of Politics (Penguin, 2017).
H. Lee and J. Romero, “Climate Change 2023: Synthesis Report,” IPCC, 2023; S.I. Seneviratne et al., Weather and Climate Extreme Events in a Changing Climate,” IPCC, 2021; Jiannan Wang and Waseem Azam, “Natural Resource Scarcity, Fossil Fuel Energy Consumption, and Total Greenhouse Gas Emissions in Top Emitting Countries,” Geoscience Frontiers 15, no. 2 (2024): 1-15.
David I. Armstrong McKay et al., “Exceeding 1.5°C Global Warming Could Trigger Multiple Climate Tipping Points,” Science 377, no. 6611 (2022); Timothy M. Lenton et al., “Global Tipping Points Report 2025,” University of Exeter, 2025.
Huntjens, P., & Nachbar, K. (2015), “Climate change as a threat multiplier for human disaster and conflict,” The Hague Institute for Global Justice, 1-24; Evans, A. (2010). “Resource scarcity, climate change and the risk of violent conflict,” 24, World Bank, 2011.
Denton, F. et al. (2014). Climate-resilient pathways: adaptation, mitigation, and sustainable development. Climate change, 1101-1131.
World Population Prospects 2024: Summary of Results,” United Nations Department of Economic and Social Affairs, 2024.
Shaping the Trends of Our Time,” UNEN, 2020; “ESPAS – Global Trends, Choosing Europe’s Future,” European Strategy and Policy Analysis System, 2024.
Migrants, Refugees, and Societies,” World Development Report, World Bank Group, 2023; Demographic Trends: The Future of Migration, Global Trends (The National Intelligence Council, 2021).
World Urbanization Prospects: The 2018 Revision,” ST/ESA/SER.A/420, ,” United Nations Department of Economic and Social Affairs, 2019.
Global Trends 2040: A More Contested World,” National Intelligence Council, 2021.
Mark Galeotti, The Weaponisation of Everything: A Field Guide to the New Way of War (Yale University Press, 2022).
Giannopoulos et al., “The Landscape of Hybrid Threats: A Conceptual Model,” Hybrid CoE, 2021; Frank G. Hoffman, “‘Hybrid Threats’: Neither Omnipotent nor Unbeatable,” Orbis 54, no. 3 (2010): 441–55; Hybrid Warfare: Security and Asymmetric Conflict in International Relations (I.B. Tauris, 2021).
Rauta, V. (2020). Towards a typology of non-state actors in ‘hybrid warfare’: proxy, auxiliary, surrogate and affiliated forces. Cambridge Review of International Affairs33(6), 868-887.
David Carment, “War’s Future: The Risks and Rewards of Grey Zone Conflict and Hybrid Warfare,” Canadian Global Affairs Institute, 2018.
SIPRI Yearbook 2025: Armaments, Disarmament, and International Security,” Stockholm International Peace Research Institute, 2025.
Zie o.a. Roland Paris, “The Past, Present, and Uncertain Future of Collective Conflict Management: Peacekeeping and Beyond,” Journal of Intervention and Statebuilding 17, no. 3 (2023): 235–57; Richard Gowan, “The Twilight of International Peacemaking Institutions?,” International Crisis Group, 2025.
Zie o.a. Gretchen Baldwin, “Pursuing Peace on a Shoestring: Conflict Management in an Increasingly Complex World,” Stockholm International Peace Research Institute, 2025; Oona A. Hathaway and Scott J. Shapiro, “Might Unmakes Right: The Catastrophic Collapse of Norms against the Use of Force,” Foreign Affairs 104, no. 4 (2025): 80–93;
Zie bijv. Lewandowsky, S., Stritzke, W. G., Freund, A. M., Oberauer, K., & Krueger, J. I. (2013). Misinformation, disinformation, and violent conflict: From Iraq and the “War on Terror” to future threats to peace. American psychologist68(7), 487.
Forti, D., “Security Council misses funding deadline for AU mission in Somalia,” International Crisis Group, 16 May 2025.
Deglobalisation of Finance,” Special Reports, The Economist, 11 mei 2024.
Zie o.a. Pierre-Hughes Verdier, “International Finance and the Return of Geopolitics,” The American Journal of International Law 119, no. 2 (2025): 229–78; Henry Farrell and Abraham L. Newman, “Weaponized Interdependence: How Global Economic Networks Shape State Coercion,” International Security 44, no. 1 (2019): 42–79; Lucia Quaglia and Amy Verdun, “Weaponisation of Finance: The Role of European Central Banks and Financial Sanctions against Russia,” West European Politics 46, no. 5 (2023): 872–95; Elmar Hellendoorn, “Crucial Connections: Finance and Hybrid Conflict,” Atlantic Council, g.d.
Zie bijv. Jesse M. Fried and Tamar Groswald Ozery, The Holding Foreign Companies Accountable (HFCA) Act: A Critique, Working Paper no. 721/2023, ECGI Working Paper Series in Law (European Corporate Governance Institute, 2023); Kristen E. Eichensehr and Cathy Hwang, “National Security Creep in Corporate Transactions,” Columbia Law Review 123, no. 2 (2023): 549–614; Hannah Pérez, “Scaling ‘Reverse CFIUS’: A Comparative Review of Outbound Foreign Investment,” Cardozo International & Comparative Law Review, no. 8 (2025): 391–420.
US is biggest recipient of Chinese loans, study shows,” Reuters, 19 november 2025.
Alexandra Stevenson, “We Now Have a Better Picture of China’s Global Lending Spree.” The New York Times, 18 november 2025; Anna Gelpern et al., “How China Lends: A Rare Look into 100 Debt Contracts with Foreign Governments,” Economic Policy 28, no. 114 (2023): 345–416; Zongyuan Zoe Liu, Sovereign Funds: How the Communist Party of China Finances Its Global Ambitions (Harvard University Press, 2023).
Zie bijv. Karjalainen, T. (2023). European norms trap? EU connectivity policies and the case of the global gateway. East Asia40(3), 293-316.
Farrell, H., & Newman, A. Underground empire: How America weaponized the world economy. Random House, 2023).
Pierre-Hughes Verdier, “International Finance and the Return of Geopolitics,” The American Journal of International Law 119, no. 2 (2025): 258.
Hannah Pérez, “Scaling ‘Reverse CFIUS’: A Comparative Review of Outbound Foreign Investment,” Cardozo International & Comparative Law Review, no. 8 (2025): 391–420.
Zongyuan Zoe Liu, Sovereign Funds: How the Communist Party of China Finances Its Global Ambitions (Harvard University Press, 2023).