De VS en China divergeren op veel terreinen, maar er is één terrein waarop zij juist convergeren. In beide landen vindt een ideologische draai plaats waarbij economische groei en financiële stabiliteit steeds minder worden nagestreefd als doel an sich. Onder Xi Jinping werd het staats- en partijbelang al steeds nadrukkelijker vooropgesteld en grepen overheidscomités steeds vaker en hardhandiger in op de markt. Maar ook invloedrijke MAGA-kopstukken zetten vraagtekens bij de prioritering van constante economische groei. Als China met harde hand Taiwan probeert in te lijven leiden deze ideologische achtergrondfactoren ertoe dat zowel de VS als China een radicale keuze maken die zij anders wellicht nooit hadden gemaakt. Zij wagen beide de sprong naar plotselinge ontkoppeling, waarmee ook het mondiale financieel-economische stelsel wordt gekliefd.
Het was lange tijd onduidelijk of de VS middenmacht Taiwan te hulp zouden snellen in het geval van een Chinese invasie. Als het moment suprême aanbreekt, en China met grote troepen- en materieelverplaatsingen zichzelf lijkt op te maken voor de inval, blijkt de strategische calculus in Washington toch te zijn doorgeslagen richting militaire verdediging van Taiwan. Mede dankzij actieve staatssteun vanuit Taipei is TSMC Amerikaanse copycats telkens één of twee stappen voor geweest. Het bedrijf loopt nog altijd voorop in chipproductie en combineert zijn unieke product met een even unieke cyberbeveiliging, die zelfs bestand is tegen quantumgedreven hackersactiviteiten vanuit China. TSMC vervult daarmee een technologische en bedrijfstechnische voorbeeldfunctie voor westerse bedrijven. Taiwan is te belangrijk om in Chinese handen te laten vallen en het Pentagon toont zich bereid om China’s “bluf” te doorzien. Tegen alle verwachtingen van Washington in, is het echter geen bluf: Taiwan wordt aangevallen en krijgt zware klappen te verduren. Chinese pogingen om het eiland binnen te dringen worden afgeslagen door de US Pacific Fleet (PACFLT), zij het tegen hoge kosten. Een maritieme oorlog blijft woeden.
Op de beursvloeren slaat de paniek om zich heen zodra investeerders merken dat het maritieme verkeer in de westelijke Stille Oceaan voor onbepaalde duur stil zal komen te liggen. Het Chinese leiderschap schat in dat de Amerikanen zich veel gelegen laten liggen aan de beurskoersen. Daarom grijpt China dit moment van paniek aan om een aanzienlijk gedeelte van de Amerikaanse staatsobligaties in de verkoop te zetten. Het Witte Huis staat voor een groot dilemma: trekt het zich terug of pakt het door? In de VS van deze wereld gaat geostrategische dominantie boven de belangen van Wall Street en kiest de Amerikaanse regering ervoor om door te zetten.
Voor de economische aardverschuiving die op gang komt, willen beide grootmachten zich verzekeren van de stabiele toelevering van essentiële goederen. In deze context hebben middenmachten die absolute basisproducten leveren én geografisch handig liggen voor de toevoerroutes in eerste instantie een belangrijke troef in handen. Canada, Mexico en Brazilië weten op deze manier zeer gunstige langetermijncontracten met de VS uit te onderhandelen voor de toelevering van onder andere sojabonen, granen, rundvlees en mechanische onderdelen. Op een vergelijkbare manier worden Zuid-Korea en Rusland door China benaderd over langetermijncontracten voor olie, mechanische onderdelen en elektronica.
Ondertussen gaat de wereldhandel grotendeels op slot. Globalisering maakt plaats voor regionalisering. Beide grootmachten stellen hermetische kapitaalrestricties in om kapitaalvlucht te voorkomen. Bedrijven, private equity firma’s en zelfs nationale overheden worden onder druk gezet om dollar- of juist yuanreserves te verkopen. Dan begint het spel tussen de VS en China om de toevoer van essentiële goederen bij de ander te stoppen en de ander zo tot overgave te dwingen. Japan en Zuid-Korea worden onder druk gezet door de VS om de lopende handel met China grotendeels te staken, terwijl zij onder druk worden gezet door China om juist door te gaan met business as usual. Brazilië is doelwit van een Chinese pressiecampagne: zonder goedkope sojabonen stijgt de prijs van varkensvlees meteen, en juist dat varkensvlees wordt door Beijing van oudsher gepercipieerd als graadmeter voor economische voorspoed. Brazilië wordt volledig verrast door de grote diplomatieke en economische druk die Beijing bereid is op te leggen om de toevoer van goedkope soja veilig te stellen. Op die manier blijkt strategische onmisbaarheid een tweesnijdend zwaard voor middenmachten in tijden van economische crisis.
Ook het beheer van substantiële goudreserves op eigen territorium blijkt een belangrijke (middenmachten)troef om aandeelhouder te worden in één van de twee blokken. Dit goud kan als onderpand ten dienste gesteld worden vanéén van de twee grootmachten of verkocht worden in ruil voor diensten en gunsten. Frankrijk, Duitsland en Italië hebben vanwege hun goudreserves een sterke onderhandelingspositie en dwingen zeer gunstige handelsvoorwaarden af in de Amerikaanse economische zone die zich langzaam aftekent. Rusland ziet zichzelf plotseling opgewaardeerd van China’s eenzijdig afhankelijke ‘juniorpartner’ tot een serieuze (maar toch ondergeschikte) bondgenoot. India en Japan hebben goudreserves, maar blijken daar niet goed de vruchten van te kunnen plukken. Zo zit India vastgeroest in een streven naar multi-alignment en realiseert het zich te laat dat het op financieel terrein te weinig zelf te bieden heeft en blijkt Japan zeer afhankelijk van het Oost-Aziatische maritieme verkeer dat stil is komen te liggen. De druk op beide landen vanuit zowel de VS als China is groot; beide worden gedwongen een keuze te maken over welk kamp ze definitief kiezen.
De wanhoop waartoe Japan gedreven wordt in deze omstandigheden staat symbool voor een bredere trend: zelfvoorziening en relatieve afgeslotenheid van het mondiale systeem ‘pre-Taiwan’ blijkt een winnende eigenschap. Nederland en Singapore – beide zeer open economieën – behoren tot de hardst getroffen groep staten in de economische ramp die zich voltrekt, terwijl Rusland en Iran tot op zekere hoogte gewend zijn aan het verzinnen van creatieve onconventionele oplossingen voor het stilvallen van handelsverkeer. Kleine middenmacht Nederland wordt uiterst hard getroffen doordat het economisch zo verweven is geraakt met de wereldwijde handel. Stelselmatige onderinvestering in industrieën die bijdragen aan zelfvoorzienendheid eist zijn tol. De Nederlandse pensioenfondsen hebben er nog nooit zo penibel bijgestaan en kunnen amper uitkeren. Het VK weet beter staande te blijven, ondanks het feit dat de verwevenheid met het mondiale financiële systeem via de Londense City ook groot was. In het VK zijn de meeste industrieën aanwezig om zichzelf van de nationale basisbehoeften te voorzien, inclusief genationaliseerde staalindustrie en genoeg landelijk gebied voor een opschaling van de landbouw.
In sneltreinvaart ontstaan twee min of meer afgesloten economische, commerciële en monetaire blokken. Het Chinese blok fungeert steeds meer als de staatseconomie van China zelf, met grote invloed van de regering – en de Chinese centrale- en investeringsbank onder haar directe leiding – in het economisch en financieel beleid van ondergeschikte bondgenoten. Onder de zweem van ‘gezamenlijkheid’ zwaait de facto enkel de Chinese scepter.
Maar ook binnen het nieuwe Amerikaanse blok gebeurt iets merkwaardigs. Het bestuur van onder meer de Bank of England, de Reserve Bank of Australia en de Nederlandsche Bank krijgen te maken met dreigende taal, persoonlijke sancties en lawfare vanuit het Witte Huis. De media duiden deze campagne al snel als “the Global Bank War”, een verwijzing naar President Andrew Jacksons aanval op de Amerikaanse centrale bank in de negentiende eeuw. Het doel van de campagne is het openbreken van nationale monetaire beleidskaders, met name in Europa, zodat private partijen in Amerikaanse handen de primaire kredietverstrekkers in deze landen kunnen worden en zodoende het financiële systeem in ‘hun blok’ kunnen blijven domineren. Het startsein is gegeven voor een ongelijke, existentiële strijd binnen het Amerikaanse blok tussen twee bancaire modellen: eentje publiek-privaat en met enige nationale monetaire soevereiniteit, de ander volledig geprivatiseerd en grotendeels in Amerikaanse handen. In reactie besluit India, dat tot dusver als enige erin was geslaagd neutraal te blijven door nog steeds aan beide blokken deel te nemen, om toch zijn dollarreserves te verkopen en zich (met grote weerzin) aan het Chinese systeem te committeren.